08-03-2018 10:15 | Door: Joyce de Thouars

In 2050 moet de Nederlandse chemiesector zijn uitstoot van broeikasgassen met 80 tot 95 procent verlaagd hebben om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te halen. Dat ligt niet ver in de toekomst. Daarom zijn versnelde innovatie en dus investeringen nodig.

Het is een enorme uitdaging om de uitstoot van broeikasgassen binnen het beoogde tijdsbestek te reduceren. Volgens de Routekaart 2050 ‘Chemistry for Climate’ van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI), dat vandaag werd gepresenteerd, is het technologisch haalbaar. Het vergt echter wel grote investeringen om technologieën die forse CO2-reductie kunnen realiseren door te ontwikkelen, op te schalen, en rendabel te maken. Een bedrag van € 27 mrd moet door de chemische sector geïnvesteerd worden en nog eens € 37 mrd om de energievoorziening aan te passen.

Het rapport pleit voor een gebalanceerde aanpak bij het verlagen van de emissies. De overheid kijkt vooral naar emissies uit de ‘schoorsteen van de industrie’ maar er valt ook winst te behalen met emissies die ‘opgesloten zijn in chemische producten. Om de emissies aan beide kanten te verlagen spelen technologieën zoals elektrificatie, recycling, bioraffinage en geothermie een belangrijke rol.  

CO2-beprijzing cruciaal in transitie

Bij de presentatie van de routekaart benadrukt VNCI-voorzitter Mark Williams dat de transitie naar een duurzame samenleving een enorme opgave is. Williams benadrukt dat de sector sinds het klimaatakkoord van Kyoto in 1997 al veel bereikt heeft op het gebied van duurzaamheid. De chemische output is namelijk verdubbeld en de uitstoot van broeikasgassen gehalveerd maar hiermee is het ‘laaghangende fruit nu op.’

"Van de overheid verwachten we het realiseren van de infrastructuur voor warmte en CO2 en toegang tot voldoende hernieuwbare energie"

Om verdere stappen te maken in de verduurzaming van de industrie is het creëren van een internationaal gelijk speelveld cruciaal. Op deze manier kan de Nederlandse chemiesector namelijk haar sterke concurrentiepositie op de wereldmarkt behouden tijdens de transitie. Op dit moment is de chemiesector qua omzet de vierde van Europa, en tiende wereldwijd.

Het zo snel mogelijk invoeren van een wereldwijde CO2-prijs moet deze concurrentiepositie waarborgen en investeringen accelereren. “Regionale en globale CO2-beprijzing is een effectief instrument om een gelijk speelveld te creëren”, benadrukt Williams. Dan wordt het ook mogelijk om investeringen te doen in nieuwe processen die CO2-reductie mogelijk maken maar nu nog niet rendabel en betrouwbaar zijn. Een ton CO2-reductie kost € 140, exclusief het energiesysteem.

Verduurzaming door cross-sectorale samenwerking

Samenwerking is ook een belangrijke voorwaarde in de transitie naar een duurzame chemiesector. Hierbij wordt niet alleen op samenwerking met de overheid ingezet. Cross-sectorale samenwerking is minstens zo belangrijk en bij uitstek met de energiesector.

“Van de overheid verwachten we het realiseren van de regionale infrastructuur voor warmte en CO2 en toegang tot voldoende hernieuwbare energie”, licht Williams toe. Tijdelijke overheidssteun voor de veelal lange ontwikkelingsfase van nog niet rendabele technologieën staat ook op het wensenlijstje van VNCI. Financiële steun kan de ontwikkelingssnelheid namelijk behoorlijk verhogen en risico’s en daaraan gerelateerde kosten verminderen.

Bert Bosman, sustainability expert bij Sabic, geeft in een reactie op het rapport een voorbeeld: “Het kraken van biomassa of het opwerken van plastics willen wij bijvoorbeeld eerst op kleine schaal proberen in een demofabriek voordat we het opschalen. Daarvoor is financiële steun van de overheid nodig.”

"Als je Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen aanhaakt dan heb je het over het grootste chemische cluster in de wereld"

Bij het faciliteren van de cross-sectorale programma’s kan de overheid ook een belangrijke rol spelen. Emmo Meijer, voorzitter van Topsector Chemie ziet ook grote kansen in samenwerkingen. In een reactie vraagt Meijer: “Hoe ga je dit nu operationeel maken? Welke consortia ga je bouwen?” Meijer zou van het VNCI-rapport graag een nationaal chemisch plan maken. Bovendien kan er aansluiting gezocht worden met de chemische industrie in Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen “Als je die aanhaakt dan heb je het over het grootste chemische cluster in de wereld met ongekende kennis- en innovatiepotentieel.”

Rol van chemiesector in circulaire economie

De chemiesector levert niet alleen een bijdrage aan een duurzame samenleving door zijn uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Door het doorlopend vernieuwen van de productportfolio van individuele bedrijven levert het ook een essentiële bijdrage aan de circulaire economie en verduurzaming van andere sectoren. Voorbeelden hiervan zijn de isolatie van huizen en het lichter maken van auto’s, waardoor brandstofverbruik lager uitvalt.

Marcel Galjee, directeur Energie bij AkzoNobel is enthousiast over het rapport en de mogelijkheden voor duurzame chemie in Nederland. “We gaan naar een circulaire en biobased economie in 2050. Gaan wij met elkaar de keuze maken om die toekomstige industrie in Nederland te creëren?” Galjee herinnert het publiek: “Met de Rotterdamse haven en Chemelot zijn we ook zo begonnen.”

Download rapport

Foto: Adobe Stock