05-04-2018 16:16 | Door: Joyce de Thouars

Twee ambitieuze scale-ups, met twee innovatieve technologieën. Voeg ze samen en de toepassingen zijn oneindig. “Eén plus eén is in deze som geen twee, maar elf.” Dat ondervonden DSM-Niaga en Ecor. Directeuren Chris Reutelingsperger en Eric Logtens praten over samenwerking, marktdisruptie en duurzaam bewustzijn.

Op de vloer van Ecor’s R&D faciliteit in Venlo staan grote zakken gevuld met hennep- en jeansresten. Daarvan worden platen geperst, met behulp van water, druk en warmte. Neem twee platen, honingraatkarton en traditioneel fineerhout, plak het met lijm van DSM-Niaga aan elkaar vast en je hebt een eindeloos recyclebaar bureaublad.

Dankzij de lijmtechnologie kunnen de materialen namelijk weer makkelijk losgekoppeld worden aan het einde van de levensduur en kunnen er weer nieuwe panelen worden gemaakt, met gebruik van dezelfde lijmtechnologie. Zo blijft de waarde van de materialen behouden, zoals het hoort in een circulaire economie.

Circulaire economie

“Ik wist niet wat een circulaire economie was”, bekent Reutelingsperger. “Totdat bleek dat ik er al jarenlang mee bezig ben. Ik wist alleen niet dat het zo genoemd werd.” Het circulair denken zit in Reutelingsperger’s DNA. Als hobby ontwikkelde hij technologieën waarmee materialen hergebruikt en gerecycled kunnen worden. Het groeide uit tot een bedrijf: Niaga, een anagram van again. Sinds fijn-chemieconcern DSM erbij betrokken is, ontwikkelen ze samen een opschaalbare technologie voor een volledig recyclebaar tapijt en werd de joint venture DSM-Niaga opgericht.

Logtens is bij Ecor verantwoordelijk voor het wereldwijd vermarkten van platen die van cellulose uit reststromen gemaakt wordt. Het potentieel is groot, want de platen kunnen voor veel toepassingen gebruikt worden: van plafondtegels en marketingstands tot keukenkastjes. Maar liefst negen jaar is er aan de ontwikkeling van de technologie gewerkt. Nu is het tijd om omzet te gaan draaien. “Je kan je voorstellen dat het ambitieniveau heel hoog is, als je zo lang geduld hebt gehad voor de eerste dollar omzet”, zegt Logtens.

“Ik wist niet wat een circulaire economie was, totdat bleek dat ik er al jarenlang mee bezig ben”

Beide bedrijven zijn druk bezig met opschalen en het vinden van nog meer toepassingen voor hun circulaire technologieën. Een belangrijke stap daarin is het vinden van de juiste partners. Het CE100 programma van de Ellen MacArthur Foundation bleek een geschikt platform om ‘like-minded’ partijen te vinden. Het programma is gericht op het samenbrengen van verschillende stakeholders, om de overgang naar een circulaire economie te versnellen. “Je komt daar allemaal uit dezelfde ambitie en stimuleert elkaars creativiteit en ideeën”, reflecteert Logtens op de bijeenkomsten. Het was daar dat het eerste contact tussen Ecor en DSM-Niaga werd gelegd.

Nieuwe toepassingen door samenwerking

Niet lang daarna onderzochten de bedrijven mogelijke manieren van samenwerking. De technologieën werden samengevoegd en getest in verschillende applicaties, zoals meubels. Logtens laat als voorbeeld een keukendeurtje zien: “De structuur is twee Ecor-panelen met een honingraatkarton ertussen. Maar op het moment dat ik de panelen wil terugnemen om er nieuwe van te maken, moet er geen op olie gebaseerde verf op zitten of een laminaat met een lijm die ik niet meer loskrijg.” Het lamineren met lijm van DSM-Niaga is de oplossing.

Om de mogelijke impact te begrijpen, denk dan aan alles waar spaanplaten inzitten: keukenkastjes, kantoorinterieur, tafelbaden. De moeilijk recyclebare spaanplaten zijn vaak aan elkaar geplakt met lijm waar toxische stoffen zoals fenol en formaldehyde inzitten. “Door deze platen te vervangen met Ecor-panelen met Niaga-lijm is de verbrandingsoven en stortplaats verleden tijd”, stelt Logtens.

Verder collaboratief onderzoek naar de ontwikkeling van volledig recyclebare producten staat op het programma. Daarbij staat de deur open voor designers met ideeën voor mooie producten en toepassingen om de technologie te verbreden. ‘Easy to do business with’ is immers het uitgangspunt van de samenwerking tussen DSM-Niaga en Ecor.

Marktdisruptie

Het is een mooi verhaal en klinkt logisch. Hoe maak je de ambitie vervolgens waar? En hoe krijg je de markt mee? “Het is geen ambitie, het is een realiteit, alleen hebben de meeste mensen het nog niet gezien”, antwoordt Logtens resoluut.

Hij verwacht echter niet dat verandering uit de traditionele industrie komt, zoals in Ecor’s geval uit bijvoorbeeld de bouw- of meubelindustrie. “Een disruptie komt bijna nooit uit de industrie waarop deze betrekking heeft, ze komt bijna altijd van buitenaf. Die jongens van Uber waren geen taxichauffeurs en die van Airbnb geen Hilton”, vergelijkt Logtens. Ecor opereert niet op de traditionele wijze, door bijvoorbeeld te verkopen aan groothandels, maar werkt direct samen met zijn eindgebruikers. Hierdoor blijft de controle op de materialenstroom behouden en wordt er echt een duurzame impact gemaakt.

“Een disruptie van een industrie komt bijna nooit voort uit de industrie waarop deze betrekking heeft, ze komt altijd van buitenaf”

Reutelingersperger heeft een andere kijk op de Uber-analogie van Logtens: “Wij waren niet de ‘taxichauffeurs’ maar we hadden wel de ‘taxibedrijven’ nodig om ons proces te valideren.” DSM-Niaga ontwikkelde een technologie voor een volledig recyclebaar tapijt van polyester. De tapijtrug, de lijm en bovenkant zijn van hetzelfde materiaal. Hierdoor is het mogelijk om het tapijt eindeloos te recyclen, in tegenstelling tot traditionele tapijten die uit meerdere materialen bestaan. Een tapijt van een polyester rug met nylon en wollen vezels van DSM-Niaga kan ook gerecycled worden, doordat de lijmtechnologie het mogelijk maakt de materialen makkelijk los te koppelen.

“Onze technologie was zodanig nieuw dat niemand geloofde dat het werkt,” vertelt Chris. Uiteindelijk neemt de Amerikaanse tapijtproducent Mohawk de rol op zich om het proces te valideren. Per dag worden er nu duizenden vierkante meters van het tapijt geproduceerd. “En nu zie je dat de industrie er anders naar kijkt”, besluit Chris. Maar uiteindelijk geldt hier ook: de eindgebruiker moet ook meedoen. Daarvoor is wel een hoger bewustzijn en beter begrip van duurzaamheid nodig onder zowel bedrijven als consumenten.

Duurzaam bewustzijn

Op tafel liggen drie tapijten. Een traditioneel tapijt, een 100 procent biobased tapijt en het tapijt van polyester. “Als mensen de keuze krijgen tussen een biobased tapijt of een tapijt van polyester denken velen dat de eerste het meest duurzaam is”, begint Reutelingsperger. “Het is echter het polyester tapijt dat eindeloos recyclebaar is.”

“Als je een idee hebt begin dan niet bij de appel. Probeer er een passievrucht van te maken”

Het is niet zo dat consumenten geen duurzame producten willen kopen. Een toenemend aantal is zelfs bereid om meer te betalen voor een product dat duurzaam is. Probleem is dat het niet altijd duidelijk is wat nu werkelijk duurzaam en circulair is. Reutelingsperger laat een pakje ‘boxed water’ zien, dat hij in New York voor $ 5 heeft gekocht. “Bedonder de massa, dan rinkelt de kassa”, bromt hij. “Je kan water in glas of in PET-plastic verpakken, maar niet in papier. Natuurlijk kan je van het papier dan weer toiletpapier maken, maar dat is niet hetzelfde als een verpakking.” En daar gaat het in een circulaire economie om: wat gebeurt er met materialen aan het einde van de levenscyclus van een product? “Als ik tapijt maak, dan wil ik met tapijt verder,” aldus Reutelingsperger.

Van start-up naar scale-up

Het is bijzonder dat beide bedrijven na jarenlange ontwikkeling nu aan de vooravond van opschaling staan. Veel start-ups lukt het niet om ooit een scale-up te worden. Waar ligt dat aan? Het begint bij een echt goed idee, en die hebben niet heel veel mensen. Reutelingsperger noemt het de ‘appel-theorie’. “Als je mensen vraagt om in 30 seconden zoveel mogelijk fruit op te schrijven dan komt iedereen met appel, en dan komt peer, en dan komt banaan. Probeer er eens passievrucht van te maken.”

Een gebrek aan discipline komt ook vaak voor. Reutelingsperger vergelijkt het met een kind dat leert lopen: “Voordat een kind kan lopen valt het 3.500 keer. De meeste mensen vallen drie keer en denken dan: dat doet pijn, het werkt niet.”

Logtens voegt toe dat een goed businessmodel cruciaal is. “Al heb je nog zo’n gave technologie, het businessmodel moet werken.” Voor Logtens betekent dat kijken door de ogen van de klant en niet door de ogen van het bedrijf. Hierbij gaat impact verder dan omzet en marge. “Het gaat er ook om hoeveel banen je hebt gecreëerd, wat je doet op micro-economische niveau, CO2-voetafdruk enzovoorts."

Snelheid

En snelheid is een belangrijke factor, waarmee bedrijven zich kunnen onderscheiden. Het is een eigenschap die veel start-ups bezitten, maar ook grotere bedrijven kunnen snel schakelen. Dat blijkt uit het tijdsbestek waarin de samenwerking tussen DSM-Niaga en Ecor van de grond kwam. “Het combineren van de twee technologieën is gevalideerd in een voor DSM extreem kort, en voor ons normaal doorlooptraject,” illustreert Logtens. Het laat zien dat snelheid belangrijker is dan de omvang van een bedrijf om grote stappen richting een circulaire economie te maken.

“Er zijn nog best veel mensen en organisaties die denken dat het de grote bedrijven tegen de kleintjes is. Maar het gaat over de snelle tegen de langzame”

Logtens stelt: “Er zijn nog best veel mensen en organisaties die denken dat het de grote bedrijven tegen de kleintjes is. Maar het gaat over de snelle tegen de langzame.” Reutelingsperger stemt daarmee in. Bovendien is het juist door de samenwerking tussen kleine en grote bedrijven dat er mooie dingen gebeuren. Daar kan Reutelingsperger uit ervaring over meepraten. Met Niaga had Reutelingsperger een technologie met groot potentieel in handen, maar toen DSM aan boord kwam kon er doorontwikkeld (en uiteindelijk opgeschaald) worden.

Reutelingsperger blikt terug op de tijd dat het ‘er op of er onder was’. Een project met kennisinstituut TNO om lijm voor het tapijt te ontwikkelen liep spaak. Reutelingsperger weet nu: “Je kan wel een recept hebben voor een product maar om dat recept op te schalen van één liter naar 20.000 liter, daar zit heel veel tussen.” Het is een enorme stap die ook veel geld kost. Reuterlingsperger ging daarom op zoek naar commerciële partijen. “We hebben allerlei grote bedrijven zoals ICI en AkzoNobel opgebeld. DSM was de enige die zei kom maar kijken en vertel je verhaal”. De hieruit voortgevloeide joint venture DSM-Niaga en samenwerking met Ecor is nog maar het begin want de technologie is tenslotte ‘geen ambitie maar een realiteit’.

Foto's: DSM