06-05-2018 15:58 | Door: Joyce de Thouars

Om in 2050 circulair te worden moet er veel gebeuren, en ook nog eens snel. Daarom is het goed dat er zoveel circulaire start-ups en initiatieven zijn. Opschaling is vaak echter een ander verhaal. Petra Beris, manager circular economy start-up platform bij Bilfinger Tebodin praat over kansen en uitdagingen, hoe bedrijven kunnen versnellen, en circulaire economie in het algemeen.

“Als je Nederland in 2050 circulair wilt hebben moet er echt veel gebeuren in 30 jaar”, begint Beris. “Nu is onze hele industrie op olie gebaseerd en dat moet circulair en biobased worden. Dat is een enorme verschuiving.” Aan de hoeveelheid van de circulaire initiatieven ligt het in ieder geval niet. Er worden namelijk veel innovatieve initiatieven en technologieën ontwikkeld. “Maar er zijn er relatief weinig die verder komen op dit moment”, stelt Beris, “de meeste initiatieven zijn nog heel conceptueel en in laboratoriumfase.”

Om de transitie naar een circulaire economie te versnellen helpt Bilfinger Tebodin start-ups met de opschaling van nieuwe technologieën. Start-ups, waarmee een samenwerking wordt aangegaan, worden ondersteund met kennis en expertise uit een landelijke pool van consultants en ingenieurs. Bovendien fungeert het bedrijf als een soort matchmaker tussen de start-up en investeringspartners, klanten en leveranciers.

Lees meer over de circulaire economie:

Beris onderzocht als onderdeel van een post graduate programma aan het Cambridge Institute for Sustainability Leadership hoe Bilfinger Tebodin start-ups het beste kan helpen. Tijdens haar onderzoek kwam ze erachter dat start-ups vaak goede ideeën op het gebied van technologie hebben maar dat het bouwen van een volledig operationele procesfaciliteit en het samenwerken met of het leveren aan grotere bedrijven vaak een uitdaging is.

Wat zijn problemen waar start-ups bijvoorbeeld tegenaanlopen?

“Ik heb twee start-ups geïnterviewd, die een vergelijkbaar idee hadden om plastics te recyclen met verschillende technologieën. Wat opmerkelijk was is dat de één heel succesvol is en al een fabriek heeft staan en de andere nog niet. Om een fabriek te bouwen en een bepaalde kwaliteit te leveren en te garanderen heb je kennis en ervaring nodig. Je ziet daarbij ook dat ketenintegratie veel belangrijker wordt. Het succesvolle bedrijf is een samenwerking aangegaan met een afvalinzamelaar. Daarbij gaat het niet alleen om financiering maar ook om het in huis halen van kennis en het afstemmen van (soms tegenstrijdige) belangen. Het andere bedrijf twijfelt of het zich wil vastleggen door een partnership aan te gaan met een groot bedrijf. Je ziet dan dat zij daardoor kennis en snelheid missen en alhoewel ze een mooie technologie hebben nog steeds geen fabriek aan het bouwen zijn.”

Hoe definieer je een partnership?

“Die vraag hebben we tijdens het onderzoek ook aan multinationals en start-ups voorgelegd. Sommigen hebben niet eens een contract met elkaar maar vinden toch dat ze partners zijn en helpen elkaar. Anderen hebben een volledig geïntegreerde joint venture. En daar tussen zitten nog allerlei stappen. Je kan een lange termijn buyer-supplier relatie hebben en samen productontwikkeling doen. Hoe verder je integreert hoe makkelijker het is om samen te werken, maar ook des te belangrijker om elkaars belangen in het business model te begrijpen en te zorgen dat er voor beide partijen een significant voordeel is aan de samenwerking. Als je minder integreert behoud je je vrijheid maar is het gezamenlijk belang vaak ook minder en de stap kleiner om weer wat anders te gaan doen.“

Wanneer kan Bilfinger Tebodin een start-up kan helpen met opschalen?

We hebben een framework dat uit drie pijlers bestaat om dat te beoordelen. Het eerste is het team, waarbij naar alle aspecten zoals ervaring en samenwerking wordt gekeken en we kijken of we complementair kunnen zijn aan het start-up team. De volgende is de toegang tot resources. Hebben ze bijvoorbeeld al klanten en leveranciers en hoe kunnen wij hierin ondersteunen met ons netwerk? Tenslotte kijken we naar de kansen op de korte en lange termijn. Dat zit natuurlijk in verschillende factoren maar het komt neer op technische haalbaarheid versus commerciële vermarktbaarheid van het idee. De technologie moet trouwens wel al voorbij de laboratoriumfase zijn. In het gedeelte dat daarna komt kunnen wij waarde toevoegen.” 

Hoe vinden jullie de start-ups?

“Tot nu toe vinden ze ons eigenlijk allemaal zelf. We hadden bedacht om daar echt tijd in te steken en een toer langs alle biobased campussen in Nederland te doen.Dat is er nog steeds niet van gekomen want de één na de ander meldt zich aan. We moeten het echt nog een keer doen, maar we zijn vooralsnog behoorlijk druk.“

Wat zijn mooie voorbeelden van succesvolle start-ups?

“Wat ik een heel mooi circulair proces vind is Ioniqa. Ik ben bij hun pilotplant geweest en het is echt een slimme nieuwe technologie die het mogelijk maakt om virgin kwaliteit plastic te produceren. Maar er zijn veel initiatieven. Ik vind Brazilië trouwens ook heel inspirerend. Daar maken ze al jaren op grote schaal biobased plastics. Het land heeft een enorme biobased economie omdat al dat suikerriet daar geproduceerd wordt. Alle auto’s rijden op biobrandstof, en daarmee is het in Brazilië meer vanzelfsprekend om plastics en chemische producten te maken uit natuurlijke grondstoffen.”

Waarom is circulariteit eigenlijk belangrijk voor alle bedrijven?

Naast dat bedrijven hun verantwoordelijkheid moeten nemen in het klimaat verdrag, is het een kans om een duurzame lange termijn bedrijfsvoering zeker te stellen. Het integreren van duurzaamheid en circulariteit in de bedrijfsvoering levert operationele kostenbesparingen op. Er wordt minder energie gebruikt, minder grondstoffen en er wordt meer waarde uit reststromen gehaald. Dat levert allemaal geld op, maar je kan ook kijken naar de risico’s. Door klimaatverandering kunnen bijvoorbeeld hele productiegebieden verschuiven en daar moet je als bedrijf iets mee. Door nu al bezig te zijn met de keten te verduurzamen voorkom je dat je straks ineens geen leverancier meer hebt en je productie gehinderd wordt omdat de grondstoffen er niet meer zijn.”

En wat zijn de uitdagingen van circulair?

“Het moeilijke met circulair is dat je dit niet in je eentje kan doen als bedrijf of start-up. Je moet dus als bedrijf de hele keten circulair maken en dat is een uitdaging die je samen op moet pakken. Daarbij is een klant net zo belangrijk als een financier. Ook zijn veel partijen bezig met valorisatie van dezelfde reststromen, waardoor een competitie gaat ontstaan voor afval en business cases onder druk komen te staan.  Op dit moment zie je bijvoorbeeld heel veel start-ups die bezig zijn met bermgras. De één na de ander gaat allemaal dingen uit bermgras maken. Dat is harstikke leuk maar ik vraag me af of we ooit genoeg bermgras hebben om al die partijen producten te laten maken uit bermgras.”

In hoeverre spelen grondstofprijzen een rol in het succes van een circulaire economie?

"Olieprijzen zijn natuurlijk een belangrijke driver. Uiteindelijk gaat circulair pas vliegen als  de producten dezelfde prijs hebben of goedkoper zijn. Aan de andere kant zijn er veel start-ups die op dit moment competitief kunnen produceren omdat de gerecyclede afvalstroom of biobased stroom nog heel goedkoop is. Wat gaat er gebeuren in de markt als iedereen die stromen wil hebben? Dan gaat de prijs omhoog en wordt het juist weer lastiger. Hetzelfde geldt voor biomassa."

Lees verder:

Interview | Foto: Adobe Stock (hoofd), Bilfinger Tebodin (tekst)