10-04-2019 10:24 | Door: Rianne Lachmeijer

Nederland als de “stranded asset” van Europa of als duurzame koploper? Volgens economen, het bedrijfsleven en belangenverenigingen kan een CO2-heffing enorme impact hebben, maar alles hangt af van de invulling. Hoe kan een CO2-belasting eruit zien?  

In een volle ruimte in Amsterdam kwamen vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de wetenschap en belangenverenigingen bij elkaar om te onderzoeken hoe een ‘verstandige’ CO2-belasting eruit zou kunnen zien. 

Voor sommigen kwam deze ‘verstandige’ CO2-belasting als goocheltruc uit de hoge hoed van premier Mark Rutte en Eric Wiebes, Minister van Economische Zaken en Klimaat. De aankondiging kwam op de dag dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Centraal Planbureau (CPB) hun doorberekeningen van het concept-klimaatakkoord presenteerden. 

Volgens de planbureaus zullen de voorstellen uit het concept-klimaatakkoord niet tot de gewenste CO2-reductie van 49 procent in 2030 leiden.  

Een ‘verstandige’ CO2-heffing: een voorzetje 

De komende tijd moet duidelijk worden hoe deze ‘verstandige’ CO2-heffing eruit zal komen te zien. In Pakhuis de Zwijger deelden Theo Henrar, directeur Tata Steel Nederland, Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW, Maria van der Heijden, directeur van MVO Nederland en Bas Jacobs, professor Public Economics van de Erasmus Universiteit hun visie. Ook Hans Stegeman, Hoofd Research & Investment Strategy bij Triodos Investment Management, Frans Rooijers, directeur van milieu-onderzoeksbureau CE Delft en Faiza Oulahsen, campagneleider Klimaat & Energie bij Greenpeace gaven hun mening over de vormgeving van een 'verstandige' CO2-belasting. 

Economen voor een CO2-heffing 

Als moderator Marike Stellinga stelt dat een CO2-heffing onder economen onomstreden is, lijkt dat een juiste constatering. Haar opmerking levert geen felle reactie op uit de zaal en spreker Hans Stegeman van Triodos beaamt dat economen “heel erg blij” zijn met een belasting op broeikasgas. De Nederlandsche Bank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en ruim 70 Nederlandse economen pleitten al eerder voor de invoering van een CO2-belasting.  

Bas Jacobs was één van die economen. Hij houdt de huidige ontwikkelingen nauwlettend in de gaten. “Wij wilden een economie-brede, voor alle sectoren geldende, uniforme CO2-beprijzing. En wat ik nu allemaal zie: alleen voor de industrie, alleen voor het grootbedrijf en met allemaal mitsen en maren bovenop de ETS. Ik moet nog maar zien wat ervan terecht gaat komen. Ik houd mijn hart vast.” Hij noemt twee zaken die hij heel belangrijk vindt: geen uitzonderingen en geen inkomenspolitiek. 

CO2-belasting in het kort 

Het woord zegt het natuurlijk al: CO2-belasting is een belasting op CO2. Al in 1920 schreef de Engelse econoom Arthur Cecil hierover. Hij realiseerde zich dat zonder overheidsingrijpen de maatschappelijke kosten van de uitstoot van broeikasgassen niet voldoende in de kostprijs van producten worden verwerkt. Dit zogenoemde markt-falen is in principe op te lossen door een belasting te heffen die gelijk is aan de marginale schade van de uitstoot. 

'Uiteindelijk heb je een hoge prijs nodig voor CO2'

Het woord marginaal komt vaker terug in de discussies over een CO2-heffing. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen een ‘platte CO2-heffing’ en een marginale beprijzing. Bij het eerste wordt elke eenheid CO2 beprijsd. Dan betaalt een bedrijf bijvoorbeeld voor elke ton CO2 een vast bedrag. Bij een marginale prijs wordt een bepaald deel van de CO2-uitstoot vrijgesteld van belasting. Deze belastingvrije grens kan per sector worden ingesteld. Die grens kan bijvoorbeeld liggen op de CO2-uitstoot van de meest efficiënte bedrijven. Over elke ton CO2 die bedrijven meer uitstoten dan deze grens, betalen zij belasting. Het is mogelijk om deze grens jaarlijks naar boven bij te stellen om innovatie te stimuleren. 

CO2-belasting: twee instrumenten 

De Nederlandse Bank (DNB) stelt in het rapport De prijs van de transitie dat er op hoofdlijnen twee instrumenten bestaan voor het beprijzen van broeikasgassen.  

Het eerste is een belasting over de uitgestoten hoeveelheid, zoals in het vorige voorbeeld is genoemd. Hierbij staat de prijs of het ‘prijs-pad’ van de uitgestoten hoeveelheid CO2 vast. Het tweede is een emissiehandelssysteem, waarbij de overheid een plafond stelt aan de totale uitstoot. Vervolgens kunnen bedrijven verhandelbare certificaten kopen voor de hoeveelheid CO2 die zij uitstoten. Dat systeem wordt momenteel al op Europees niveau toegepast voor industriële bedrijven, zoals staalproducenten, raffinaderijen, chemische bedrijven en de elektriciteitscentrales. Het Nederlandse systeem zou bovenop het Europese systeem komen.  

Het voordeel van een vaste CO2-prijs is dat bedrijven zekerheid hebben over de kosten van CO2-uitstoot. Dat is gunstig voor investeringsbeslissingen gericht op CO2-reductie. Het voordeel van de tweede oplossing zit vooral aan de overheidskant: die kan het plafond zo instellen dat zij zeker weet dat de reductiedoelen worden behaald. 

CO2-belasting: Hoe het eruit kan zien 

In de discussies over de nationale CO2-belasting ligt de nadruk op het eerste instrument. Die heffing kan op verschillende manieren worden ingericht.  

Volgens Stegeman is de meest efficiënte oplossing om zo min mogelijk uitzonderingen te maken dus dat alle sectoren in de economie hetzelfde betalen. Ten tweede moet de prijs hoog genoeg zijn om een prikkel te geven en ten slotte moet er een “voorspelbaar prijs-pad" zijn. Zodat bedrijven en investeerders weten welke investeringen rendabel zijn.  

Hij ziet vier mogelijke opties voor zich. Optie één is niets doen en wachten tot het Europese emissierechtensysteem strenger wordt. Optie twee is een nationale (oplopende) minimumprijs bovenop de ETS-prijs. Daarbij kan het zo zijn dat de Nederlandse regering bepaalt hoe hoog zij vindt dat de ETS-prijs minimaal moet zijn en de ETS-prijs aanvullen tot dat bedrag. Optie drie is een uniforme, nationale, oplopende CO2-belasting van bijvoorbeeld 5 euro die oploopt om aan de reductiedoelen te voldoen. Optie vier is starten met subsidie voor bedrijven om verduurzamingsmaatregelen te nemen en vervolgens CO2-uitstoot beprijzen. 

"Dit is allemaal heel hoog over”, stelt Stegeman, want binnen elk van de opties zijn allerlei varianten mogelijk. “Uiteindelijk heb je daar tal van afwegingen bij. Zodat je zelfs nog kan zeggen: Wij gaan het beprijzen en niemand valt eronder en niemand heeft er last van. Dat is wat er in werkelijkheid ook kan gebeuren. Dan hebben we een heffing, alleen hebben we zo veel vrijstellingen dat niemand eronder valt.” 

De impact van CO2-heffing 

Net zoals partijen het oneens zijn over de vraag of er een CO2-heffing moet komen, is er ook discussie over de juiste prijs. Zo rekent DNB in haar rapport met een prijs van 50 euro, maar stelt Frans Rooijers, directeur van milieu-onderzoeksbureau CE Delft, dat een prijs van 80 tot 100 euro per ton CO2 nodig is. “Uiteindelijk heb je een hoge prijs nodig voor CO2.” Alleen daarmee is het mogelijk om het doel, de CO2-uitstoot met de helft verminderen, te halen.  

In het rapport De prijs van transitie, stelt DNB dat een nationale CO2-prijs van 50 euro per ton voor alle sectoren leidt tot een gemiddelde productiekostenstijging van krap 1 procent. Onderling verschillen de sectoren echter sterk. Zo komen energiebedrijven uit op een gemiddelde productiekostenstijging van 11 procent. Ook de chemische industrie en de basismetaalindustrie zien hun kosten stijgen.  

'Het probleem van de industrie is heel legitiem'

Vanwege de stijgende productiekosten is Theo Henrar, directeur Tata Steel Nederland, geen voorstander van een nationale CO2-heffing. “Stel je voor dat het 50 euro per ton is, dan is dat 600 miljoen euro wat wij moeten betalen.” Op een winst van gemiddeld 200 miljoen vindt hij dat bedrag te hoog. Een lager bedrag ziet hij ook niet zitten, omdat zelfs een bedrag van 5 euro de internationale concurrentiepositie verslechtert. “Dan pis je naast de pot.” 

Rooijers is zich bewust van de impact van een hoge, nationale CO2-heffing. “Het probleem van de industrie is heel legitiem. En we willen niet het klimaat redden, maar hier vervolgens geen economie meer hebben.” Rooijers pleit daarom voor een systeem waarbij de industrie hoge prijzen kan dragen en kan doorberekenen aan zijn klanten. “Uiteindelijk moet de consument het betalen."  

CO2-belasting in andere landen 

Hoe zit dat dan met andere landen die CO2-heffingen invoerden? Niet te vergelijken, stelt Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW. Hij irriteert zich aan berichtgeving in de media over andere landen “die Nederland voor gingen.” Volgens hem is de impact van deze heffingen op de industrie veel minder groot. 

Zijn stelling wordt gedeeltelijk ondersteund door het DNB-rapport waarin staat dat verschillende Europese lidstaten die naast de Europese emissiehandel ook nationale CO2-belastingen hanteren deze meestal richten op de sectoren die niet onder het ETS vallen. Zoals de landbouw- en de transportsector. In het Verenigd Koninkrijk geldt wel een CO2-belasting in de ETS-sectoren door middel van een minimumprijs voor CO2. 

Oplossingen voor de twee grootste nadelige effecten 

Volgens econoom Jacobs zijn de twee belangrijkste nadelige gevolgen van het invoeren van een CO2-heffing: stijgende inkomensverschillen door het doorberekenen van de CO2-heffing aan consumenten en zogenoemde ‘weglek-effecten’ voor het bedrijfsleven. 

'Weglekken: een reëel risico'

Jacobs heeft voor beide problemen een oplossing. Bij het eerste probleem onderstreept hij dat arme mensen relatief veel CO2-intensieve goederen en diensten afnemen. Om “protesten met gele hesjes” te voorkomen concludeert hij dat het verstandig is om de opbrengsten van de heffing in te zetten om toenemende inkomensverschillen te voorkomen.  

Het tweede risico, het zogenoemde ‘weglekken’, betekent dat CO2-intensieve bedrijven naar het buitenland vertrekken. “Dat is een reëel risico”, zegt Jacobs, waar daarom serieus over nagedacht dient te worden. Hij ziet daarvoor twee oplossingen. Het eerste is een deel van de CO2-heffing teruggeven in de vorm van lagere belastingen. Het tweede is technologiesubsidies aanbieden. 

CO2-uitstoot verminderen: niet alleen een Nederlandse uitdaging 

Nederland heeft niet als enige het klimaatakkoord van Parijs ondertekend. Dat biedt perspectief. Als de meer dan 190 ondertekenaars deze klimaatafspraken serieus nemen, zullen ook zij aan de slag moeten. “Iedereen zit met dezelfde uitdaging”, stelt Stegeman.  

Volgens hem staat Nederland voor een tweesprong. Wij kunnen wachten tot de nadelige effecten van klimaatverandering ons overkomen, dan wordt Nederland volgens hem “de stranded asset” van Europa, of Nederland kan een koploperspositie pakken met een economie die duurzaamheid en innovatie stimuleert.  

De keuze tussen deze twee toekomstvisies is niet zo moeilijk, maar of daarvoor een nationale CO2-heffing de juiste methode is; daarover zijn de meningen verdeeld. De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, de wetenschap en belangenverenigingen komen er in pakhuis de Zwijger samen niet uit. Dat brengt de bal terug bij de politiek. Of die er wel uitkomt, moet eind juni blijken. 

Lees ook: Ed Nijpels: Einde oefening voor niet-duurzame bedrijven

Hoofdafbeelding: Shutterstock.com | Overige afbeelding: Adobe Stock