25-04-2019 09:17 | Door: Bas Joosse

De voorgestelde CO2-heffingen van GroenLinks en de PvdA kunnen ervoor zorgen dat de industrie de afgesproken CO2-reductie van 14,3 megaton waar kan maken. Dit concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving na een voorlopige doorrekening. De kosten van de voorstellen liggen wel beduidend hoger dan het voorstel van het kabinet.

Het PBL rekende twee voorstellen voor CO2-heffing van PvdA en GroenLinks voorlopig door. Beide partijen willen dat er een CO2-heffing komt, in een andere vorm dan het kabinet in maart voorstelde. Het kabinetsvoorstel kwam luttele uren nadat het PBL en CPB concludeerden dat met het voorlopige ontwerp van het klimaatakkoord de klimaatdoelen niet gehaald gaan worden.

Lees ook: CO2-heffing: zo kan het eruit gaan zien

GroenLinks: 12 tot 24 megaton reductie

In de voorlopige doorrekeningen voor GroenLinks concludeert het planbureau dat de twee varianten die GroenLinks voorstelde, kunnen leiden tot een CO2-reductie variërend van 12 tot 19 en 16 tot 24 megaton.

Het PBL rekende twee varianten door: één waarbij bijna alle bedrijven die onder het EU-ETS (European Union Emission Trading Scheme, red) -regime vallen, een extra heffing gaan betalen. Die heffing begint met € 25 per ton in 2020 en loopt in stapjes op naar € 200 per ton in 2050. Energiebedrijven zijn vrijgesteld van deze heffing. Deze variant levert volgens het PBL een CO2-reductie van 12 tot 19 megaton op.

In de tweede variant begint de heffing in 2023 op € 25 per ton en gaat deze lineair naar € 100 per ton in 2030. In 2050 moet de heffing ook € 200 per ton opleveren, net als de eerste variant. In dit scenario kan 16 tot 24 megaton CO2 bespaard worden.

PvdA: extra heffing bovenop ETS

Het voorstel van de PvdA omvat een CO2-heffing voor alle industriële bedrijven en bedrijven in de glastuinbouwsector. De extra heffing begint op € 45 per ton in 2021 en stijgt daarna jaarlijks met 2 procent. Bedrijven die onder het EU-ETS-systeem vallen, wordt het heffingstarief de helft van de ETS-prijs die in dat jaar geldt.

In het voorstel wordt gesproken over een mogelijke uitzonderingspositie voor innovatieve bedrijven. Het PBL heeft daarom drie varianten doorgerekend: twee met een ontheffing en één zonder  vrijstelling. In de variant met de hoogste vrijstelling van veertig procent, varieert de reductie van 11 tot 19 megaton; zonder vrijstellingen is het minimum 13 megaton. De maximale reductie bedraagt 22 megaton.

Verplaatsingseffecten

Het planbureau heeft in de doorrekeningen voor beide partijen geen rekening gehouden met verplaatsingseffecten; die treden op als bedrijven Nederland verlaten vanwege de heffing. De CO2-uitstoot daalt dan weliswaar, maar de werkgelegenheid lijdt er ook onder.

Investeringen en kosten

De varianten van PvdA en GroenLinks vragen volgens het PBL fors  meer investeringen dan in het voorstel van het kabinet Rutte meegenomen is; daar rekent het planbureau dat tussen 2019 en 2030 € 2,8 tot 4,5 mrd geïnvesteerd moet worden. In de GroenLinks-varianten is dat € 5,2 tot € 7,6 mrd. Bij de PvdA variëren die kosten tussen de € 5 en € 8,5 mrd.

Ook liggen de nationale kosten voor de industrie in 2030 fors hoger: voor het kabinet rekent het PBL minimaal € 90 en maximaal € 430 mln per jaar, voor GroenLinks variëren de bedragen tussen € 230 en € 920 mln. De jaarlijkse kosten bij de PvdA komen nog hoger uit: het PBL gaat uit van € 300 mln tot € 1,1 mrd.

Bron: Planbureau voor de Leefomgeving | Afbeelding: Adobe Stock