21-04-2020 16:35 | Door: Teun Schröder

De Europese Commissie heeft een subsidieovereenkomst van 17 miljoen euro getekend voor een internationaal project om nuttige dingen uit vuil water te halen. In verschillende delen van Europa worden straks voedingsstoffen, materialen, mineralen, schoon water en energie gewonnen uit afval- en zeewater.

Het consortium bestaat uit 38 publieke en private partners uit twaalf verschillende landen, onder leiding van de TU Delft en start op 1 september.

“Deze subsidie bouwt voort op een aantal projecten dat de afgelopen jaren op technologische schaal ontwikkeld is”, vertelt Patricia Osseweijer, hoogleraar Biotechnology and Society aan de TUD en één van de coördinatoren van dit project. “De tijd is rijp om op grotere schaal het technologie niveau (TRL) te verhogen.”

In totaal worden er zes casestudies gedemonstreerd in vijf verschillende landen. “We zullen systemen bouwen die zich richten op stedelijk afvalwater, industriële waterstromen en de ontzouting van zeewater”, gaat Osseweijer verder. “Centraal bij al deze projecten staat de vraag hoe we deze systemen zo circulair mogelijk kunnen maken. Hiervoor is het essentieel om ook een passend circulair business model te ontwikkelen, zodat de technologie een commerciële toepassing vindt.”

Casestudies in Nederland

In Nederland komen twee projectdemonstraties. Voor het eerste project zal het ‘Nereda’-proces bij de afvalwaterzuivering in Utrecht verder worden aangepast om kaumera terug te winnen, een polymeer dat veel toepassingen heeft. Het afvalwater wordt biologische behandeld, waarbij vervuild water wordt gezuiverd zonder chemicaliën. De tweede casestudy vindt plaats in Rotterdam, waarbij samen met Nouryon wordt gekeken naar de productie van chloor. Door een nieuwe techniek is het mogelijk om tot 70 procent van het nodige water te besparen.

Maatschappij-inclusieve samenwerking

De innovaties worden in praktijk gepresenteerd, maar het is ook de bedoeling dat deze doorontwikkeld worden tot commercieel winstgevend product. “Bij dit proces worden verschillende stakeholders betrokken”, vertelt Osseweijer. “Zo zullen we samen met bedrijven kijken naar mogelijke afnemers van afvalstromen en gaan we het gesprek aan met de politiek om de regelgeving aan te passen. Verder willen we ook het publiek bij de doorontwikkeling betrekken. Door bijvoorbeeld samen te werken met NEMO Science Museum en Floating Farm Rotterdam willen we de bevolking kennis laten maken met onze innovaties. Dit creëert bewustwording en helpt ons in te zien wat voor gedragsverandering noodzakelijk is om bepaalde technieken beter in de maatschappij te laten landen.”

Toekomst van projecten

Hoewel de technologieën in enkele landen worden gedemonstreerd, is het doel dat de innovaties uiteindelijk op veel meer plekken toepasbaar zijn. “Hoewel afvalwaterstromen en waterbeleid verschilt tussen regio's kunnen de technieken uiteindelijk toepast worden in andere gebieden, zowel binnen als buiten Europa”, zegt Osseweijer. “De herwaardering van watersystemen is wat dat betreft een internationaal gedeelde visie.”

De projecten zullen gedurende de gehele looptijd doorontwikkeld worden aan de hand van de terugkoppeling van betrokken partijen. De doelstelling is om in de loop van het vierde jaar de eerste projecten commercieel te implementeren.

Beeld: Adobe Stock