20-07-2020 16:48 | Door: Marc Seijlhouwer

Zelfs als we een schild van zwavelzuur om de aarde optrekken om zonnestralen te weerkaatsen, moet de mens zijn CO2-uitstoot verlagen. Dat blijkt uit een nieuwe studie, die keek of met het aanpassen van de omstandigheden op aarde (geo-engineering) klimaatverandering voorkomen kan worden.

Geo-engineering bestaat als idee al heel lang. Sciencefictionschrijvers gebruiken het graag, maar ook serieuze wetenschappers houden zich ermee bezig. Nu de klimaatcrisis zich aandient kijken steeds meer mensen naar klimaat-engineering. Eén van de populaire theorieën: je kan opwarming van de aarde tegengaan door zonlicht terug te kaatsen. Dat kan met reusachtige spiegels op satellieten, maar ook door een grote wolk van zonafstotend gas in de atmosfeer te pompen.

Minder zon op aarde

Dat laatste scenario is onder sommigen zo populair dat de Rutgers University onderzocht of het zou helpen. Het idee: gasvormig zwavelzuur hoog in de stratosfeer sprayen, waar het in wolken blijft hangen die het zonlicht weerkaatsen. Hoe minder zon het aardoppervlak bereikt, hoe minder warmte er blijft hangen en hoe langzamer de opwarming van de aarde gaat.

Met het klimaatmodel dat de onderzoekers gebruikten bleek dit idee te werken. Het zou niet eenvoudig zijn; de zwavellaag zou elk jaar ververst moeten worden. Maar in theorie is het mogelijk om de opwarming van de aarde binnen de grenzen van de Parijs-afspraken te houden.

Lees ook: Geoengineering is goed voor de economie van arme landen

Geo-engineering is echter niet makkelijk. Want hoe krijg je het zwavelzuur de atmosfeer in? Daar zijn een heleboel ideeën over. Met mortiergranaten, weerbalonnen, heel grote schoorstenen of vliegtuigen - het kan allemaal. In theorie, dan, want het is nog nooit grootschalig geprobeerd. De grote vraag is of de kosten opwegen tegen de baten.

CO2 moet ook omlaag

Dat zwavelzuur opwarming tegen kan gaan betekent niet dat geo-engineering een totaaloplossing is. Als bedrijven doorgaan met CO2 uitstoten, zullen er andere klimaatproblemen ontstaan, mede doordat de zwavelwolken twee kanten op werken. Als belangrijkste gevolg noemen de onderzoekers het gat in de ozonlaag. Dat gat boven Antarctica zou groter worden, waardoor de poolkap sneller smelt en de zeespiegel alsnog stijgt.

Ook zal er wereldwijd minder regen vallen, wat tot droogte zorgt. Geo-engineering lost mogelijk dus wel global warming op, maar lokaal zullen nog steeds klimaatrampen plaatsvinden als de mens zijn CO2-uitstoot niet inperkt.

Agressief inzetten op zon en wind

“Ons onderzoek laat zien dat er niet één techniek is om klimaatverandering mee te bestrijden. We moeten stoppen met het verbranden van fossiele brandstof en agressief inzetten op wind-en zonne-energie”, vertelt Alan Robock, mede-auteur van het artikel over dit onderwerp. Maar als we dat doen, kan selectieve, matige geo-engineering helpen om de ergste gevolgen van global warming te dempen.

De onderzoekers merken zelf trouwens op dat hun onderzoek maar één klimaatmodel gebruikte. Om met meer zekerheid te kunnen zeggen hoeveel en waar je zwavelzuur-wolken moet aanbrengen, en hoeveel de CO2-uitstoot precies omlaag moet, is meer onderzoek nodig.

Lees ook: 'Zonder geo-engineering kunnen we klimaatverandering niet stoppen'

Bron: Rutgers University | Beeld: AGU/Brian West