22-09-2020 14:45 | Door: Teun Schröder

De op Chemelot gevestigde scale-up Vertoro heeft een methode ontwikkeld om lignocellulose om te zetten in een bio-olie. Hiermee is het gelukt om ‘de meest beschikbare grondstof ter wereld’ te gebruiken om hoogwaardige chemicaliën te maken zoals olefinen en aromaten. Naar verwachting start na volgend jaar de fabrieksproductie. 

Om van ruwe olie hoogwaardige producten te maken heeft een raffinaderij ‘krakers’ nodig. De industrie kent in principe twee soorten krakers. De eerste is een FCC kraker die ruwe aardolie omzet naar lichtere koolwaterstoffen, zoals benzine en nafta. En om van nafta bruikbare bouwstoffen zoals olefinen (voor plastics) en aromaten (voor de voedingsindustrie) te maken is een LHC- of stoomkraker nodig. Tot voor kort was het enkel mogelijk om voor stoomkrakers kleine hoeveelheden biologisch materiaal te gebruiken, zoals gebruikt frituurvet. Met de toepassing Vertoro is het nu echter mogelijk om ook de FCC-kraker deels met biologisch materiaal te maken.

Net als een espresso

“Je kan het vergelijken met het maken van een espresso”, vertelt CEO Michael Boot tegenover branchevereniging voor de chemische industrie VNCI. “Alleen gooi je in de waterbak geen water maar methanol met wat zwavelzuur, in plaats van koffiebonen gebruik je zaagsel, en in plaats van een paar minuten laat je het proces ongeveer 15 minuten duren. Het resultaat is een zwarte vloeistof: in methanol opgeloste lignine.” Door Vertoro omgedoopt als ‘Goldilocks’.

Lees ook: Hoe hoog de CO2 taks wordt weten we nog niet, maar hij komt er zeker

Vloeibare bio-olie in bestaande keten

Het alom verkrijgbare lignine, het restproduct van de productie van hout en papier, werd in vaste vorm al gebruikt in de chemische industrie, maar was vooralsnog niet rendabel. De methode van Vertoro is dat volgens Boot wel. “In de eerste plaats maken we met een vrij simpel proces vloeibare bio-olie die makkelijker is te transporteren dan de biomassa zelf. Ten tweede kunnen de bestaande FCC-krakers en chemische installaties niet overweg met een vaste stof, wel met vloeibare stoffen.”

Maar het belangrijkste voordeel volgens Boot is dat de bio-olie een bestaande waardeketen in gaat. Veel bio-raffinaderijen moeten nieuwe installaties bouwen om uit biomassa chemische bouwstenen te maken. “Wij maken gebruik van al bestaande installaties, waar de bio-olie als co-feed aan wordt toegevoegd. Als je de verhouding methanol-lignocellulose goed kiest, krijg je dezelfde soort output als bij ruwe olie.”

Lees ook: De SDG’s als geraamte van je strategie: ‘als wij het kunnen, kan de rest het ook’

Opschalen naar fabrieksgrootte

Voorlopig is het alleen nog mogelijk om de bio-olie te mengen met zijn fossiele evenknie om de FCC-kraker te maken. Om groene koolstof in de petrochemische waardeketen te krijgen streeft Vertoro ernaar om het voorheen fossiele mengsel voor 5 tot 10 procent ‘groen’ te maken. Boot: “De fossiele markt is zo groot dat je bij bijmenging van 10 procent al praat over enorme volumes.”

Vorig jaar lukt het Vertoro (Spaans voor ‘groen goud’) om in een pilot 150 liter Goldilocks te maken. Na volgend jaar streeft de innovatieve scale-up naar een commerciële fabriek waarin jaarlijks 10 tot 20 kiloton geproduceerd kan worden.

Bron: VNCI | Beeld: Adobe Stock