16-01-2018 13:35 | Door: Rianne Lachmeijer

Elke dag branden in Nederland vier panden tot de grond af, terwijl deze gebouwen gewoon aan de brandveiligheidswetgeving voldoen. Dit leidt tot materiaalverlies, hindert de bedrijfscontinuïteit en levert milieuschade op. Daarom pleit isolatiebedrijf Rockwool ervoor dat brandveiligheidsmaatregelen onderdeel gaan uitmaken van duurzaamheidsnormen.

Dagelijks vinden er tientallen kleine en grote branden plaats. Daardoor raken per dag vier gebouwen dusdanig beschadigd dat zij als total loss worden beschouwd door verzekeraars. “800.000 vierkante meter gaat jaarlijks in vlammen op”, zegt Louis Cleef, als fire safety manager verantwoordelijk voor public affairs bij Rockwool. Hij is dagelijks bezig met brandveiligheid om de duurzame inzetbaarheid van gebouwen te waarborgen.

Zijn verantwoordelijkheden laten zien dat in zijn bedrijf duurzaamheid en brandveiligheid worden beschouwd als twee kanten van dezelfde medaille. “Bij een duurzaam gebouw denkt iedereen meteen aan energie besparen, maar duurzaamheid heeft ook met duurzame inzetbaarheid van gebouwen te maken: een lange levensduur.”

“800.000 vierkante meter gaat jaarlijks in vlammen op”

Volgens Rockwool gaat het bij de beoordeling van vastgoed niet alleen om milieuprestaties van materialen en energiebesparing, maar ook om factoren als beleving, comfort en binnenklimaat. Kortom, de sociale duurzaamheid van een pand. En brandveiligheid ziet het isolatiebedrijf als wezenlijk onderdeel van deze sociale duurzaamheid.

AQSI en de duurzame inzetbaarheid van gebouwen

Om de sociale duurzaamheid van een gebouw in kaart te brengen heeft Rockwool samen met consumentenorganisatie VACPunt Wonen en duurzaam adviesbureau Nieman de tool AQSI ontwikkeld. De afkorting staat voor Assessing and Qualifying on Social Impact of Buildings. AQSI handelt in de geest van de Europese norm voor de sociale duurzaamheid van gebouwen: NEN-EN 16309. De afbeelding toont aan hoe een beoordeling eruit kan zien.

rockwool, isolatie, duurzaamheid, duurzaam nieuws, brandveiligheid, gebouwen, brandveiligheidsnormen, brandveiligheidswetgeving, sociale duurzaamheid, duurzame inzetbaarheid, verduurzaming, steenwol

In die norm staan zes aandachtsgebieden centraal: gezondheid en comfort, veiligheid, aanpasbaarheid, onderhoud, toegankelijkheid en impact op de omgeving. AQSI maakt de sociale waarde van deze aandachtsgebieden inzichtelijk. Eén van die punten is brandveiligheid.

Directe brandschade levert jaarlijks € 850 mln aan maatschappelijke kosten op. Ook is sprake van indirecte maatschappelijke kosten, zoals een faillissement. De helft van de bedrijven waarbij een grote brand plaatsvindt gaat binnen drie jaar failliet, aldus Rockwool. Ook kunnen de milieuschade en sociale schade van een brand groot zijn.

Lees ook: ‘Meer ruimte voor sociale impact in duurzame gebouwen’

‘Duurzaam is niet altijd brandveilig, brandveilig is wel duurzaam’

René Hagen, lector Brandpreventie bij Instituut Fysieke Veiligheid, vindt dat vanuit het oogpunt van duurzaamheid brandveiligheid van een gebouw zeker een item zou moeten zijn.

“Brand in een gebouw is een beperking van de duurzaamheid"

“Brand in een gebouw is een beperking van de duurzaamheid. Zowel kijkend naar de milieubelasting van het verbranden van bouwmaterialen en inventaris als van het opnieuw moeten produceren van deze bouwmaterialen en inventaris”, stelt Hagen.

Een duurzaam gebouw wordt in principe ‘licht’ gebouwd: met zo min mogelijk bouwmaterialen, zegt Cleef. “Hoe lichter de constructie hoe gevoeliger het gebouw is voor een afbrandscenario.” Toch hoeven duurzame panden niet brandbaarder te zijn dan niet-duurzame panden. Hagen ziet geen speciale risico’s op het gebied van brandveiligheid van duurzame panden.

Materialen

Bouwmaterialen, zoals constructiematerialen, afwerkmaterialen en isolatiematerialen, moeten voldoen aan specifieke eisen op het gebied van brandbaarheid, brandvoortplanting en rookontwikkeling, zegt hij. Deze eisen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en moeten ervoor zorgen dat een gebouw vluchtveilig is.

“Deze eisen gelden voor zowel de toepassing van nieuwe als gebruikte materialen. Het gebruik van gebruikte materialen heeft dus geen invloed op de brandveiligheid, omdat de prestatie-eisen van de materialen genormeerd zijn.”

Lees ook: Waarom isolatie meer oplevert dan enkel energiebesparing

Wetgeving

Brandveiligheid is dus wettelijk vastgelegd in het Bouwbesluit. Het gaat daarbij om drie thema’s: bouw, installaties en organisatie.

Onder bouw vallen bouwkundige maatregelen die ervoor zorgen dat brand zich minder snel uitbreidt zoals brandwerende isolatie. Onder installaties vallen acties zoals de installatie van sprinklers of rookmelders. En onder organisatie vallen menselijke maatregelen, bijvoorbeeld training van BHV’ers.

"Brandveiligheid is nog steeds onderwerp van deregulering”

Hagen wijst erop dat de overheid wat betreft de brandveiligheid van gebouwen uitsluitend toeziet op de veiligheid van aanwezige personen en op het voorkomen van brandverspreiding naar aangrenzende gebouwen. Hij verwacht niet dat het Bouwbesluit de komende jaren verbreed zal worden naar schadebeperking of duurzaamheid. Integendeel, zegt hij: “Brandveiligheid is nog steeds onderwerp van deregulering.”

Wel wijst hij er met het oog op vergrijzing op dat een accentverschuiving dient plaats te vinden. Bij de vluchtveiligheid van een gebouw zal in de toekomst meer rekening gehouden moeten worden met ouderen, omdat een algehele evacuatie van bewoners vaak niet meer mogelijk is.

“Een gemiste kans”, reageert Cleef op de deregulering van de overheid. Hij zou graag een tegenovergestelde beweging zien.

Vluchtveilig versus afbrandbescherming

Uit de praktijk blijkt dat voldoen aan wet- en regelgeving niet altijd garantie is voor een brandveilig verblijf. Dat concludeert de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in een rapport over een brand in GGZ-instelling Rivierduinen, waarbij in 2011 drie dodelijke slachtoffers vielen.

Rockwool heeft het gevoel dat bij burgers, maar ook in de bouwwereld vaak de kennis ontbreekt over het verschil tussen een vluchtveilig en een brandveilig gebouw.

“Opdrachtgevers hebben nog steeds het idee dat zij de brandveiligheid goed voor elkaar hebben als zij voldoen aan wet- en regelgeving, maar wet- en regelgeving gaat vooral over de vluchtveiligheid van een gebouw. Op totale brandveiligheid scoort zo’n gebouw een 6-: net voldoende”, zegt Cleef.

Meerwaarde brandveiligheid

Cleef wil dat gebouwen waar de brandveiligheid beter is geregeld dan volgens wet- en regelgeving noodzakelijk is een meerwaarde krijgen. Een van de ontwikkelingen die hij bijvoorbeeld graag zou zien is dat vastgoedbedrijven en beleggers de brandveiligheid van een pand meewegen in hun investeringsbeslissingen.

Cleef vergelijkt het treffen van preventieve brandmaatregelen in een pand met parkeersensoren of een achteruitrijcamera van een auto: als preventieve maatregel om schade aan de auto te voorkomen. “Dit kan ook werken voor een gebouw. Als bouwers preventieve maatregelen toevoegen, kan dit vertaald worden naar minder brandschade en verlies van continuïteit dus opbrengst op lange termijn.”

Maatschappelijke verantwoordelijkheid van verzekeraars

Hij ziet hiervoor een belangrijke rol weggelegd voor verzekeraars: “Zij weten hoe een gebouw eruit ziet na een brand.” Volgens hem hebben verzekeraars daardoor ook zicht op doeltreffende maatregelen. “Zij hebben een gigantische database met informatie die gebruikt kan worden om maatregelen te treffen die voorkomen dat een gebouw totaal afbrandt”, aldus Cleef.

“Mijn pleidooi is dat opdrachtgevers bij hun verzekeraars te rade gaan om het risico van branduitbreiding zo klein mogelijk te maken en dat verzekeraars niet alleen schade moeten verzekeren, maar ook preventie moeten verplichten”, zegt Cleef. Risico-adviseur Vink benadrukt echter dat verzekeraars in de basis reactief zijn in plaats van proactief.

Gunstige verzekeringspremies

“De bal ligt primair bij de verzekerde, niet bij de verzekeraar”, zegt Vink. Hij denkt wel dat een verzekerde met een brandpreventief en duurzaam gebouw een vuist kan maken naar verzekeraars om gunstige verzekeringspremies of -voorwaarden af te dwingen. Tegelijkertijd verwacht Vink niet dat dit standaard tot hoge premiekortingen zal leiden. “Verzekeringspremies liggen wat dat betreft niet zo hoog”, zegt hij.

Volgens hem is brand, van alle risico’s die verzekeraars dekken, het meest desastreus. “Ongeveer de helft van de door brandverzekeraars berekende premie voor gebouwen is nog steeds bestemd voor zuivere brandschade.” Toch denkt hij niet dat verzekeraars vol zullen inzetten op preventie. “Verzekeraars zijn in de basis altijd blij met preventie, maar ook commerciële belangen spelen voor hen een rol.”

Overigens is de preventiekennis in de verzekeringswereld zeker aanwezig, stelt Vink. Daarom vindt hij het belangrijk dat partijen met elkaar aan tafel zitten om het thema duurzaamheid te bespreken, waar brandveiligheid een essentieel onderdeel van uitmaakt. “Het geheel is immers meer dan de som van de delen”, zegt hij over het belang van onderling contact.

Brandveiligheid als duurzaamheidscriterium

Van de overheid en de verzekeraars lijkt Cleef dus niet veel te hoeven verwachten, maar in de duurzame vastgoedwereld is er wel al aandacht voor de duurzame waarde van brandveiligheid. Zo worden bij het BREEAM In-Use certificaat voor bestaande bouw punten toegekend voor proactief brandveiligheidsbeleid dat verder gaat dan de wet- en regelgeving. “Helaas ontbreekt het hier nog aan een pakket van preventiemaatregelen met duidelijk omschreven doelen”, aldus Cleef.

“Een pakket van preventiemaatregelen met duidelijk omschreven doelen ontbreekt”

Cleef hoopt dat de aandacht hiervoor groter wordt, maar hij vindt het niet nodig om alle panden brandveilig te maken als de consequenties goed zijn afgewogen. Als blijkt dat de totale prijs van zaken zoals materiaalverlies, milieuvervuiling en de impact op de omgeving lager is dan de prijs van brandmaatregelen is dat de juiste keus, stelt hij.

Toch verwacht hij dat in de praktijk dit haast nooit het geval is. “Als je alles gaat meewegen zal je merken dat in de meeste gevallen de baten vele malen hoger uitkomen dan de kosten voor brandpreventieve maatregelen.” Daarom is het volgens hem tijd dat deze cijfers meegenomen worden om tot een nieuwe totaalprijs te komen: een total cost of ownership.

Lees ook: Rockwool: “Circulaire economie vraagt systeemdenken”

Afbeeldingen: AQSI en Adobe Stock