22-03-2018 07:45 | Door: Rianne Lachmeijer

Duurzaamheid hoeft niet duur te zijn. Het bewijs is al jaren geleden geleverd met de bouw van een gasloze kringloopwinkel. Met een klein budget, maar met een hoop creativiteit en ambitie klaarden Arcadis en gemeente Houten de klus. Hoe kregen zij dat voor elkaar?

Op een zonnige dag in Houten maakt Jeroen Eulderink enthousiast foto’s van de houten gevel van de kringloopwinkel. “Het wordt mooi oud,” concludeert hij terwijl hij naar de planken van afvalhout kijkt die aan de gevel zijn gemonteerd. De architect van de kringloopwinkel loopt met projectmanager Han Eijbergen - ook van Arcadis - een rondje om het gebouw.

Eijbergen reageert instemmend. “We hebben binnen ons bedrijf een leger aan mensen die het ontwerp theoretisch benaderen, maar het is altijd de vraag hoe het in de praktijk gaat.” Dat is hoe Eijbergen en Eulderink nu naar het gebouw kijken: Werken de installaties nog? Wat is de staat van de toegepaste materialen? En hoe wordt het gebouw gebruikt?

Betaalbare duurzaamheid

Toen projectmanager Eijbergen en architect Eulderink, beiden van advies- en ingenieursorganisatie Arcadis, in 2012 bij de bouw van de duurzame kringloopwinkel betrokken raakten, bestond het grondstoffenakkoord nog niet, werd nog niet over transitieagenda’s gesproken en over de bouw van circulair paviljoen Circl was nog niets bekend. Er was slechts een gemeente met een duurzame ambitie en één grote uitdaging: een klein budget.

'Duurzaamheid hoeft niet altijd geld te kosten'

“Van dat budget was eigenlijk alleen de bouw van een soort Gamma-achtige omgeving mogelijk,” herinnert Eijbergen zich. En dat was precies wat de gemeente en de bouwer niet wilden. De gemeente had haar ambitie op dat moment nog niet geconcretiseerd, daarom hielp Arcadis daarbij. De ingenieurs organiseerden zowel het ontwerp als de uitvoering.

“Betaalbare duurzaamheid, dat was het thema. We wilden laten zien dat duurzaamheid niet altijd geld hoeft te kosten”, zegt Eulderink. Arcadis besloot dat de kringloopwinkel energieneutraal moest worden. Om dit te realiseren wilde het bedrijf enerzijds de energiebehoefte zo klein mogelijk maken, anderzijds moest worden bespaard op materiaalgebruik. Aan de energiebehoeftekant keek Arcadis naar isolatie, verlichting, koelings- en verwarmingswijze. Bouwmaterialen werden geselecteerd op basis van herneembaarheid en herkomst.

Duurzame afweging

Voor elk element maakte Arcadis een afweging tussen duurzaamheid, effectiviteit en betaalbaarheid. "Soms waren we zelf verrast door de uitkomst", zegt Eijbergen. Zo is de hoofddraagconstructie van staal, terwijl in eerste instantie aan de toepassing van een verlijmde houtconstructie werd gedacht. Dat is een constructie van op elkaar gelijmde balken zodat ze voldoende draagkracht bieden.

'De herneembaarheid van staal bleek veel beter dan van hout'

“De herneembaarheid van staal bleek veel beter. Als dit gebouw wordt gesloopt kunnen de stalen balken opnieuw worden gebruikt of worden omgevormd tot nieuw bruikbaar materiaal. Met hout is dat niet het geval”, zegt Eijbergen.

Ook andere ideeën vielen af. Van isolatie van spijkerbroeken tot bouwmateriaal van PET-flessen en gerecyclede kozijnen. Spijkerbroeken vielen af vanwege de lage isolatiewaarde en onzekerheid over de levensduur. “We wisten niet wat het materiaal in de tijd zou doen: of het zou gaan schimmelen, of dat er ongedierte in zou komen”, aldus Eijbergen.

Bij hergebruikte raamkozijnen was kwaliteit de doorslaggevende factor. “We dachten erover om tweedehands kozijnen te gebruiken, maar die zouden veel onderhoud opleveren. Daarnaast functioneert een ouder kozijn minder goed, terwijl ramen natuurlijk goed geïsoleerd moeten zijn”, legt Eulderink uit.

Kringloopconcept doorgevoerd in de gevel

De gevel bleek juist uitermate geschikt voor hergebruikte materialen. Een combinatie van hergebruikt hout aan de bovenkant en Stelconplaten van een gesloopte school aan de onderkant zorgen voor een opvallende uitstraling. Die platen lopen door in de parkeerplaats. De plekken waar de platen niet pasten, werden gevuld met tweedehands betonklinkers.

“Ik ben nog een middag bij een sloper naast een container gaan zitten om te kijken hoe makkelijk het was om oude planken te verzamelen”, herinnert Eulderink zich. Een middag wachten leverde zes bruikbare planken op. Daarom viel de keus uiteindelijk op een samenwerking met de sociale werkvoorzieningsstichting Triade. Zij haalden de spijkers uit oude planken. Vervolgens monteerden mensen van werkvoorzieningsschap de Sluis Groep, nu Ferm Werk, de planken aan de gevel.

Ook aan de afwatering is gedacht. “Een terrein moet ook afwateren. Het is het meest duurzaam om naar open water af te voeren, want rioolwater moet ook worden verwerkt. Dus we hebben gebruikte pvc-buizen, straatkolken en betonklinkers gebruikt om het terrein op die sloot daar af te wateren”, zegt Eijbergen terwijl hij naar de sloot achter de parkeerplaats wijst.

Bijna energieneutraal

Eijbergen en Eulderink nemen met een kop koffie plaats aan een stevige houten tafel, midden tussen de winkelende koopjesjagers. “Het is hier nu veel warmer dan 18 graden”, merkt Eijbergen bijna direct op. Die temperatuur was bij de aanleg van de bodemwarmtewisselaar het uitgangspunt voor de maximale capaciteit van de wisselaar. “Nu loopt iedereen hier in T-shirt rond. Dat is eigenlijk niet de bedoeling, maar goed het kost weinig energie.”

Het pand is bijna energieneutraal, maar duurzaamheidskeurmerken heeft het niet. “We moesten werken met een vrij lage bouwsom. Als je inzet op een keurmerk zoals BREEAM dan ben je al snel 5.000 tot 10.000 euro verder. Dat was voor ons best een hoog bedrag”, legt Eulderink uit. Uiteindelijk is de bouw voor € 1,2 mln gerealiseerd.

Dak- en wandisolatie met glaswol, zonnepanelen op het dak, en een mechanisch ventilatiesysteem dat frisse lucht aanzuigt vanaf de koudste kant van het pand zijn een paar van de duurzame, energiezuinige oplossingen.  

Eijbergen en Eulderink zijn erg enthousiast over de zogenoemde Solartubes. Deze spiegelende buizen brengen het daglicht via een koepel op het dak naar binnen. “Dit systeem kan het daglicht tot tien meter naar binnen trekken”, zegt Eulderink. 

“Die Solartubes zijn niets anders dan projectie van daglicht, dat werkt hartstikke goed.” Door de toepassing van Solartubes is er minder verlichting nodig. Daarnaast leveren zij per vierkante meter meer licht op, waardoor minder ramen nodig zijn. Dit is goed voor de isolatiewaarde.

Vervuilde korrelmix wordt milieuveilige vloerplaat

Voor de fundering gebruikte Arcadis de oude, vervuilde korrelmix van de gemeente. Door toevoeging van het fixeermiddel PowerCem vormde de ingenieur het gebroken puin om tot een stijve, milieuveilige vloerplaat. Op die manier werd de afvalstof die Arcadis zou moeten afvoeren, veranderd in een bouwstof. Op die plaat heeft Arcadis de vloerverwarming aangelegd. Ook de bovenverdieping is voorzien van vloerverwarming.

Vloerverwarming was een logische keus voor een gebouw zonder gasaansluiting. Een bodemwarmtewisselaar levert de warmte. “Dat is een systeem dat niet uitgeput kan raken en dat veel minder kwetsbaar is dan warmtekoudeopslag”, zegt Eijbergen.

De buizen van een bodemwarmtewisselaar lopen door warme aardlagen. De stof in de buizen neemt deze warmte mee naar boven. De warmtewisselaar comprimeert de gasvormige stof tot vloeistof, waarbij de opgenomen warmte vrijkomt. Die vloeistof stroomt vervolgens door de buizen van de vloerverwarming. “In de zomer kun je de bodemwarmtewisselaar zo instellen dat hij geen warmte meeneemt, maar dat hij koude afgeeft aan de vloer.”

Een bijzonder project

De koffie is inmiddels bijna op en Eijbergen en Eulderink bespreken hoe zij nu over het project denken. “Op grote dingen moet ik eerlijk zeggen dat het echt wel geworden is wat het moest zijn”, zegt Eulderink. Voor zowel de architect als de projectmanager was het een leuk project. "Iedereen zat in de meewerkstand, het was alsof we met zijn allen een huis aan het bouwen waren.”

 'Het was alsof we met zijn allen een huis aan het bouwen waren'

Naast een positieve ervaring, leverde het project ook lessen op. “Afstemmen waar de echte ambitie ligt, dat was voor mij een belangrijke les. In dit geval was duurzaam werken binnen een budget belangrijker dan dat ieder hoekje esthetisch perfect is afgewerkt”, zegt Eulderink.

“Vind niets gek”, was voor Eijbergen een belangrijk leerpunt. “Vind het niet gek dat je materialen hergebruikt waar je eigenlijk nooit aan gedacht zou hebben, zoals die Stelconplaten, dat zie je nooit bij gebouwen. En wie durft het aan om vanuit een duurzaamheidsprincipe gebruikte pallets tegen de muur te spijkeren?”

Lees ook: David van Raalten, Arcadis: ‘Tijd voor oplossingen voor de effecten van klimaatverandering’

Circulaire ontwikkelingen in de markt

Eijbergen en Eulderink zien de ontwikkeling van de kringloopwinkel als een groot succes. Toch staat Nederland nog niet vol met dit soort gebouwen. “Misschien komt het doordat het makkelijker en toch goedkoper is om naar een hallenbouwer te gaan”, peinst Eulderink.

Zijn collega vult aan: “Vaak is het budget gestuurd. Mensen zeggen: duurzaamheid is leuk als het maar niets kost.” Terwijl in het geval van de kringloopwinkel het kleine budget geen probleem was. “Dat we binnen dat budget moesten blijven, scherpte juist ons creatieve vermogen,” aldus Eijbergen. Eulderink knikt instemmend: “Dit is gewoon een businesscase.”

Eulderink merkt dat er een verandering plaatsvindt in de markt. “Mensen hebben nu geld om spijkerbroeken in de spouwmuur te zetten”, zegt hij grappend. Dan serieus: “Maar ik denk wel dat het een terechte opmerking is dat er meer geld wordt gestoken in dit type projecten. Je ziet het veel meer.”

Dit artikel is onderdeel van onze themamaand Circulaire Economie. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Foto's: Michel Kievits