17-07-2018 15:54 | Door: Rianne Lachmeijer

Het voorstel voor hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord staat op papier, nu moet het verder worden ingekleurd. Yoeri Schenau van advies- en ingenieursorganisatie Arcadis in een eerste reactie: “Als ik ernaar kijk, denk ik vooral dat we naar een systeemverandering moeten.”

Intensieve besprekingen aan vijf sectortafels en tientallen sub-tafels en werkgroepen leidde recentelijk tot het voorstel voor de hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord. 

Advies- en ingenieursorganisatie Arcadis was betrokken bij de sub-tafel zakelijk reizen. Volgens Yoeri Schenau, programmamanager duurzaamheid bij Arcadis, zijn eigenlijk alle tafels van toepassing. “Overal waar de bebouwde ruimte verandert, adviseren wij. Denk aan de energietransitie en mobiliteit of aan advies over vergunningen voor een nieuw duurzaam bedrijfsterrein of een duurzaam gebouw. Daarom zijn alle tafels op Arcadis van toepassing.” yoeri schenau, arcadis 

Hoe droeg Arcadis bij aan het Klimaatakkoord op hoofdlijnen?

“Wij namen deel aan de sub-tafels zakelijk reizen en maatschappelijk vastgoed. Mijn collega Niels van Geenhuizen gaf namens Arcadis input voor de tafel zakelijk reizen, met name vanwege zijn betrokkenheid in het netwerk Anders Reizen, waarvan hij voorzitter is.”

“Anders reizen is een netwerk van veertig grote werkgevers met samen 300.000 medewerkers, met als doel hun mobiliteits-footprint in 2030 met de helft te reduceren. Het blijkt dat we 60 procent CO2 kunnen besparen. Daarmee kunnen we een grote bijdrage leveren aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord, want die plannen kun je natuurlijk doortrekken naar alle werkgevers.”

Lees ook: Arcadis gaat zakelijk vliegen op biobrandstof

Tijdens de presentatie van het Klimaatakkoord en in de media kwam het woord betaalbaarheid vaak voorbij. Hoe betalen we de klimaattransitie?

“Ik denk dat het in veel vallen gaat om de herverdeling van geld. Kijk bijvoorbeeld naar mobiliteit. We betalen nu jaarlijks miljarden aan accijnzen, bijtelling en BPM (red. belasting van personenauto's en motorrijtuigen). Als je dat systeem anders inricht en fossiel rijden of rijden op drukke momenten zwaarder belast, dan kun je investeren in duurzame mobiliteit en beloon je het ‘goede’.”

“Daarom moeten we naar een systeemverandering. Het hele fiscale stelsel zit demotiverend in elkaar. Waarom krijg je bij veel werkgevers 19 cent per kilometer reiskostenvergoeding voor de auto, maar krijg je vaak niets als je fietst? Waarom mag je onbeperkt diesel rijden met je leaseauto, maar wordt reizen met de NS-businesscard gezien als extra loon? Dat is raar. Volgens mij moet de overheid daarin een betere rol spelen.”

De voorzitter van het Klimaatberaad noemt drie instrumenten die de overheid kan inzetten: subsidie, normering en beprijzing. Welke vindt u het belangrijkst?

“Het belangrijkste is die systeemverandering. Als je het over normering hebt: We hebben nu eigenlijk de-stimulerende regels in Nederland. Zoals de mobiliteitsvoorbeelden die ik net gaf, maar het geldt ook voor bijvoorbeeld de vergunningaanvragen voor een duurzaam gebouw.”

“Onze regelgeving zit zo in elkaar dat we in standaardoplossingen denken en die zijn vaak niet het meest duurzaam. Het bouwbesluit loopt altijd achter op de meest duurzame innovaties. Wat je wilt, is ruimte bieden voor meer creativiteit.”

'Wat je wilt, is ruimte bieden voor meer creativiteit'

“Dat is lastig, want we hebben natuurlijk alles in regeltjes gevat zodat we een soort zekerheid hebben. Als je wilt vernieuwen moet je ruimte geven aan nieuwe ideeën en dat vergt een andere houding. Niet een alleen een toetsende houding, maar eentje waarin je als overheid coacht en stimuleert. Daar moeten we naartoe.”

“Ik denk ook dat de ontwikkeling van het Klimaatakkoord een momentum biedt om ons systeem te veranderen; om het systeem 180 graden te draaien, zodat we duurzame keuzes stimuleren.”

Welke veranderingen merkt u sinds het Klimaatakkoord van Parijs?

“De awareness dat we echt iets moeten doen is toegenomen. Heel concreet zie ik het nu al aan het weer: het is nu al twee maanden droog. Bruggen zetten uit waardoor ze niet meer open kunnen en de grondwaterstand daalt waardoor de houten paalconstructies onder het centrum van Amsterdam kunnen rotten omdat ze niet meer volledig onder water staan. Dat zijn de effecten van klimaatverandering en volgens mij krijgen steeds meer mensen dat door.”

 Lees ook: David van Raalten, Arcadis: ‘Tijd voor oplossingen voor de effecten van klimaatverandering’

Wat zijn de uitdagingen voor de implementatie van de doelstellingen in het Nederlandse Klimaatakkoord?

“We hebben mooie voornemens waarmee iedereen aan de gang wil. Alleen moeten we het wél waarmaken. Bijvoorbeeld op het elektriciteitsvlak: We moeten veel windturbines en zonnepanelen in het landschap en op het dak plaatsen. Alleen zijn er nu al problemen om de huidige taakstelling voor windenergie te halen en daar komt nu dus nog een taakstelling bovenop.”

“De effecten van de extra opgave voor wind- en zonne-energie gaan we veel meer voelen dan hiervoor, omdat het dichterbij de woon- en leefomgeving komt. Ik zie daarbij een spanningsveld tussen het collectieve belang en individuele belangen: de noodzaak en urgentie van verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening en de consequenties daarvan voor het individu.”

“Iedereen vindt dat we duurzame energie moeten produceren, maar in hun eigen achtertuin? Dat is toch even net iets anders...”

Hoe lossen we dat op?

“Hiervan een succes maken, betekent het zoeken naar draagvlak en het soms opleggen. Het kan niet meer zo zijn dat één individu een heel windpark tegenhoudt. Die fase moeten we voorbij zijn.”

'Het kan niet meer zo zijn dat één individu een heel windpark tegenhoudt'

“Aan de andere kant wil je wel blijven inzetten op het betrekken van bewoners en het belichten van de positieve kanten. Dit kan door bewoners mee te laten profiteren van de windmolens. De financiële modellen hiervoor zijn er al. Met de opbrengsten van windmolens, kunnen we een deel van de winst laten terugvloeien naar de lokale bevolking voor bijvoorbeeld de lokale sportclub. Zo dragen deze windmolens op een andere manier bij aan de leefbaarheid.”

Lees ook: Column Roderick Groen, Arcadis: ‘Bijen en veldleeuwerik geven zonneweide bestaansrecht’

Wat is de impact op het bedrijfsleven?

“Ik denk dat de vraag naar duurzame oplossingen enorm groeit, omdat bedrijven een duurzamer imago willen. Het kan ook dat ze zich maatschappelijk verplicht voelen om hieraan invulling te geven. Het Rijk en de Europese Unie zullen ook steeds vaker via regelgeving eisen dat een bedrijf bepaalde duurzame doelstellingen haalt.”

“Ik denk dat de hoofdthema’s waar het de komende tien jaar om gaat ontwikkelingen rondom duurzame mobiliteit, energie, klimaatadaptatie en circulaire economie of hergebruik van grondstoffen zijn.”

Hoe levert Arcadis een bijdrage aan de klimaattransitie?

“Wij maken het verschil bij het verbinden van die thema’s en partijen. Hoe laten we het mes aan meerdere kanten snijden? Dat doen we bijvoorbeeld bij Seven Square Endeavour in Rotterdam met klimaat en energie. Dat is een publiek-private samenwerking waar we inzitten. Samen verduurzamen we het Schouwburgplein, waarbij Arcadis de rol van programmanager vervult.”

“Met de eigenaren rondom het Schouwburgplein werken we aan een lokaal warmte-koudesysteem. Daarnaast zijn we bezig met het bergen van regenwater op daken om het riool te ontlasten. De bedoeling is dat we het regenwater van de daken in een diep ondergrond reservoir brengen.”

“Dat water heeft een bepaalde temperatuur, die we gebruiken als voeding van het warmte-koudenet. Op deze manier verbinden we de problematiek vanuit klimaatverandering: piekbuien, met de noodzaak om CO2 terug te dringen. Met dit soort oplossingen, waarbij we meerdere belangen dienen met één initiatief, onderscheiden we ons als Arcadis.”

Welke ingrediënten heeft een succesvolle klimaattransitie?

“Leiderschap! Zowel politiek bestuurlijk als jij en ik en Arcadis als bedrijf. Daarnaast gaat het om lef tonen en laten zien dat het kan.”

'Lef, leiderschap en laten zien dat het kan'

“De mate waarin we de doelstellingen als Nederland halen, hangt af van het lef om er daadwerkelijk voor te gaan. Als mensen last krijgen van duurzame keuzes zoals windturbines naast de deur, dat we dan toch lef hebben om te zeggen: ‘Beste bewoner het is hartstikke vervelend voor je maar we doen het toch, want we vinden het te belangrijk.’”

Of zeggen we: ‘We schrappen de helft van de windparken, want er wonen mensen in de buurt.’ Ik chargeer een beetje, maar waar het op neerkomt is dat je naar mensen moet luisteren, hen serieus neemt en laat meeprofiteren. Maar uiteindelijk blijven er mensen tegen en heb je dan als wethouder het lef om te zeggen: ‘Jongens, we doen het toch!’”

Lees ook onze serie over de kansen van het Klimaatakkoord voor de sectoren: agrifood, gebouwde omgeving, energie, industrie en mobiliteit:

Portretfoto: Arcadis | Hoofdafbeelding: Adobe Stock