17-10-2018 07:45 | Door: Rianne Lachmeijer

Duurzaamheid is pure winst. Dat is de slogan van Paul de Ruiter. Als duurzaam architect ontwerpt hij al tientallen jaren duurzame gebouwen. “Duurzaamheid betekent dat je met dezelfde middelen een beter gebouw maakt.” En dat is niet per se ingewikkelder of duurder, stelt hij.

Op een Amsterdams bedrijventerrein in een voormalige staalwerkplaats bevindt zich het architectenbureau van Paul de Ruiter. Circa 9 jaar zit Paul de Ruiter Architects inmiddels in het duurzaam gerenoveerde pand. Als De Ruiter die renovatie vandaag zou overdoen, zou hij dat niet anders aanpakken. “De technieken zijn niet zo veranderd, alleen de houding van mensen.” Hij heeft als duurzame architect van het eerste uur die mentaliteit van dichtbij zien veranderen. Paul de Ruiter, duurzaamheid

“Ik houd heel erg van techniek, architectuur en de natuur. Die drie dingen moeten met elkaar in verhouding staan”, vertelt hij. Bij de architectenbureaus waar hij na zijn studie werkte, miste hij deze duurzame drive. Hij ging terug naar de schoolbanken om te promoveren op het idee dat gebouwen energie gaan produceren in plaats van enkel verbruiken. 

Het promotieonderzoek is nog niet af, maar inmiddels ontwikkelt De Ruiter al wel gebouwen die energie leveren. “Mijn promotor zei dat ik ook kon promoveren op gebouw ontwerpen dus toen dacht ik: ik ga mijn eigen bureau beginnen en ga ze gewoon realiseren.”

Een gebouw dat energie levert, hoe werkt dat?

“Bij het idee dat gebouwen energie zouden produceren dacht ik aan de gevel als de huid van het gebouw. Zodoende kwam ik op de metafoor van de kameleon. De kameleon kan zich verkleuren om te communiceren, maar om zich aan te passen aan temperatuur. Dus als hij het koud heeft, wordt hij donker zodat hij zon vangt en als hij te warm wordt dan wordt hij wit. Zodoende dacht ik: dat zou een gebouw ook moeten kunnen.

Het beste voorbeeld daarvan is op dit moment het hotel QO waar een intelligente gevel met bewegende panelen reageert op het buitenklimaat en de gewenste temperatuur van de gast. Daardoor oogst de gevel warmte of sluit de hitte buiten. Het resultaat: een energiebesparing van 65 procent op verwarming en 90 procent op koeling. Volgens De Ruiter kon dit eerder nog niet eerder worden gebouwd, maar dat lag niet aan de techniek. “De technieken die we nu gebruiken, bestonden 15 jaar geleden ook al, maar de mentaliteit is veranderd. Het is heel erg gekoppeld aan de bereidheid om te investeren op de lange termijn.”

In hoeverre is duurzaam bouwen duurder dan conventioneel bouwen?

“Duurzaam bouwen is initieel duurder, maar je moet de levenscycluskosten ook meewegen. De termijn waarop je moet kijken is 10 of 20 jaar, want dat is de return on investment.

Dan gaat het om kosten om het gebouw te onderhouden en het van energie te voorzien. Dat betekent dat iets dat nu goedkoop is, dat op lange termijn misschien niet is. En als je nu in een kostbaarder gebouw investeert dat minder energie gebruikt, dat dan op de lange termijn goedkoper is. Daarmee proberen wij opdrachtgevers te verleiden. Je moet financieel uit kunnen leggen waarom duurzaamheid een voordeel is.”

Hoe is de houding ten opzichte van duurzaamheid veranderd?

“Duurzaamheid heeft heel lang een linkse connotatie gehad. Eigenlijk nog steeds wel een beetje,  Trump is bijvoorbeeld tegen duurzaamheid. Ik vind het zonde dat duurzaamheid een politiek ding is. In mijn optiek is duurzaamheid net als economie. Je moet gewoon een goede economie hebben. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid; je moet gewoon een goede duurzame samenleving hebben.

'Zonde dat duurzaamheid een politiek ding is'

Dus om vroeger opdrachten te werven zei ik niet zo zeer ik ga een duurzaam gebouw maken, maar ik ga een beter gebouw maken. Een gebouw dat beter presteert levert op termijn geld op; daar kan niemand tegen zijn. Die negatieve naam heeft duurzaamheid nu niet meer, maar nu wordt het heel vaak gebruikt waardoor het ook weer een beetje zijn waarde verliest.”

In hoeverre is gezondheid een onderdeel van duurzaamheid?

“Het spectrum van duurzaamheid is in de loop der jaren steeds breder geworden en omvat voor mij meer dan techniek en energiezuinigheid. Het gaat over circulariteit en de gezondheidsimpact van je gebouwen en dat begint bijvoorbeeld al bij de keuze van het materiaal dat je gebruikt en hoe je hier in het bouwproces mee omgaat.

Ik vind dat je met meer energie een gebouw uit moet komen dan dat je er binnenkwam. Bij het gebouwontwerp staan geluk en gezondheid daarom bovenaan en dan organiseer ik de rest daar omheen.”

Als architectenbureau zijn jullie in alle mogelijke segmenten actief: van hotels tot sociale woningbouw en laboratoria tot kantoren. Welk segment leent zich het best voor duurzaamheid?

“Op alle fronten zijn er mogelijkheden en op alle projecten zijn we trots. Het Global Foods & Innovation Centre van Unilever is een schitterende opdracht omdat het zo veel verschillende functies in één gebouw huisvest en torenhoge duurzame ambities heeft. Maar wij zien al onze  projecten als een soort kinderen die we zo goed mogelijk de wereld in willen helpen. Zo heeft sociale woningbouw natuurlijk een heel ander verdienmodel dan een hotel. Daar kun je verder gaan in je ideeën over duurzaamheid. Radicaler zou ik zeggen, zoals met zo’n bewegende gevel.

Dat kun je je niet veroorloven bij sociale woningbouw, maar wij vinden het net zo relevant dat je duurzaamheid aanbiedt aan de laagst betalende. Als je het hebt over sociale woningbouw dan gaat het over de total cost of living. Stel dat je € 500 aan een kamer betaalt en € 100 aan vaste lasten. Als je het energieverbruik terugbrengt naar nul dan zou je nog steeds € 600 kunnen betalen, waardoor je wel een betere woning hebt. Dat vind ik interessant. En dat soort projecten doen we nu al.”

We hebben net een sociaal woningbouwcomplex opgeleverd hier in Amsterdam Nieuw-West dat energieneutraal is. Op allerlei manieren hebben wij geprobeerd om daar collectief dingen in te kopen zoals internet, telefonie, e.d. waardoor de kosten worden gedrukt. We zijn zelfs zo ver gegaan dat we deelauto's hebben toegevoegd om ervoor te zorgen dat de lasten van huurders zo laag mogelijk zijn. Dat is ook interessant voor de investeerder, die wil dat mensen genoeg overhouden om de huur te betalen.”

Lees ook: 5 duurzame constructies van architect Paul de Ruiter

In hoeverre wint duurzaam bouwen terrein in de bouw?

“Dat begint langzaam te komen. Het is een ingewikkelde sector, omdat het een traditionele sector is die al eeuwen hetzelfde doet en heel langzaam innoveert. Je ziet wel een kentering, het evolueert zou je kunnen zeggen. Dat het langzaam gaat is goed, want daardoor wordt het bestendig. Zo is het nu ondenkbaar dat je op een bouwplaats rondloopt zonder helm, dat was 15 jaar geleden anders.”

Wat is ervoor nodig om van een lineaire naar circulaire bouw te gaan?

“Dat kan via zinnige regelgeving afgedwongen worden. Bijvoorbeeld door levenscyclussen te koppelen aan recycle-eisen. Ik kan me voorstellen dat je een heel mooie betonnen structuur hebt die eindeloos lang meegaat waarbinnen je flexibelere ruimtes toepast.

Veel interieurs gaan niet langer dan 5 jaar mee, dus maak die 100 procent recyclebaar. Dat kan ook goed, want dat staat allemaal binnen. Dingen die buiten, in weer en wind staan moeten 20 tot 30 jaar goed blijven dus op die manier zou ik levenscyclussen koppelen aan recycle-eisen.”

Om duurzaam te bouwen is een duurzame keten nodig. In hoeverre komt de keten in beweging?

“Dat vind ik het leuke aan certificaten: die dwingen dat af. Toen we in 2007 met het TNT-kantoor bezig waren, was er nog geen BREEAM-certificaat. TNT wilde het meest duurzame, dus toen gingen we voor de Amerikaanse LEED-platinum certificering. En dat is super ingewikkeld, want dan moet je niet alleen nadenken over energiezuinigheid, maar ook over gerecycled materiaalgebruik. Dat betekent dat je opeens de hele aanvoerketen moet gaan beheren.

 'Certificaten brengen de keten enorm in beweging'

Die certificaten brengen enorm de keten in beweging. Dat vond ik ook ontzettend leuk om te zien bij QO. Het gebouw moet niet alleen goed zijn tijdens het gebruik, maar ook tijdens het bouwen dus de aannemers moesten heel erg schoon bouwen. Dat betekent dat ze niet te veel mogen zagen en niet te veel afval produceren. Normaal wordt op de bouw per vierkante meter 60 kilo afval weggegooid, met LEED-platinum mag je maar 12 kilo weggooien.”

Op welke manier leverde dit een fijnere werkomgeving op voor de bouwvakkers?

“Met betrokken partijen elkaar bedachten we een soort bouwpakketjes, zodat een bouwvakker niet die grote, zware platen 20 verdiepingen omhoog moest voeren en daar in weer en wind moest gaan zagen. In plaats daarvan hadden we bouwpakketjes per kamer waar de bouwvakker dan alles kon assembleren, want alles was op maat gezaagd in de fabriek.

De bouwvakkers waren laaiend enthousiast omdat het veel minder zwaar werken was, zij veel minder stof liepen te happen, en doordat ze per kamer af bouwden het veel meer voldoening gaf. Dat is het mooie van certificeren. Zo kan er verandering worden afgedwongen.”

Welke ontwikkeling zou u nog graag zien in de bouw?

“Dat we veel meer geld stoppen in innovatie, net zoals Samsung of Apple. Als de directeur van Apple zegt: ‘Wij gaan ons budget van research and development op het niveau van de bouw zetten’, dan wordt hij voor gek verklaard en gelijk ontslagen.

De bouw is ook hightech geworden, daarom moet de bouw ook veel meer kennis inbrengen. De bouw moet veel meer geld terugpompen in wetenschappelijk onderzoek. In experimenteel onderzoek waarin dingen worden uitgeprobeerd. Daar moet een kentering komen.”

Eerder was Paul de Ruiter te gast in de DuurzaamBedrijfsleven podcast:

Meer podcasts? Ga naar onze podcastpagina.

Hoofafbeelding: Villa Kogelhof door Jeroen Musch | Overige afbeeldingen: Paul de Ruiter Architects en Ossip