16-11-2018 09:19 | Door: Rianne Lachmeijer

10 miljoen vierkante meter aan Nederlandse utiliteitsbouw is gecertificeerd met het duurzaamheidscertificaat BREEAM-NL. Dat staat gelijk aan de oppervlakte van 1.500 voetbalvelden. Ondanks deze mijlpaal pleit Dutch Green Building Council, de organisatie achter de Nederlandse BREEAM voor een versnelling: “10 miljoen is nog maar een druppel op de gloeiende plaat.”

Het duurzaamheidscertificaat BREEAM-NL toont de duurzaamheid van een gebouw aan. Bekende of opvallende gebouwen die op deze manier gecertificeerd zijn, zijn onder andere het hoofdkantoor van ABN AMRO, de Hogeschool Rotterdam, het Van Gogh Museum, het Stedelijk Museum en het duurzame distributiecentrum The Tube in Tilburg.

Dutch Green Building Council (DGBC) introduceerde BREEAM in Nederland. Het behalen van de 10 miljoenste vierkante meter met BREAAM duurzaam-gecertificeerde utiliteitsbouw, komt op een bijzonder moment voor de organisatie, omdat DGBC in 2018 tien jaar bestaat.

Verschillende duurzaamheidscertificaten

BREEAM is een beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen te bepalen. De beoordelingsrichtlijn wordt ingezet om de duurzaamheid van zowel nieuwe als bestaande gebouwen integraal te meten.

“Die certificaten brengen enorm de keten in beweging” 

Bij een BREEAM-NL In-Use-duurzaamheidscertificaat staan drie onderdelen centraal: het gebouw, het beheer en het gebruik. Deze drie onderdelen worden vervolgens onderverdeeld in negen verschillende duurzaamheidscategorieën: management, gezondheid, energie, transport, water, materialen, afval, landgebruik & ecologie en vervuiling waarop het gebouw wordt beoordeeld.

BREEAM is niet het enige duurzaamheidscertificaat dat op de markt is. Zo worden in Nederland bijvoorbeeld ook de certificeringen LEED en Well Building Standard gebruikt. Deze onderscheiden zich van BREEAM vanwege de aandacht voor het welzijn en de gezondheid van de gebruikers van het gebouw.

Lees ook: Certificaat ‘gezonde gebouwen’ maakt intrede in Nederland

De impact van een duurzaamheidscertificaat

Volgens architect Paul de Ruiter versnellen duurzaamheidscertificaten de verduurzaming van de bouw. “Die certificaten brengen enorm de keten in beweging.” Dat merkte hij bijvoorbeeld bij de bouw van het hotel QO. Zijn architectenbureau was medeverantwoordelijk voor het ontwerp van dat Amsterdamse hotel.

“Het gebouw moet niet alleen goed zijn tijdens het gebruik, maar ook tijdens het bouwen dus de aannemers moesten heel erg schoon bouwen. Dat betekent dat ze niet te veel mogen zagen en niet te veel afval produceren. Normaal wordt op de bouw per vierkante meter 60 kilo afval weggegooid, met LEED-platinum mag je maar 12 kilo weggooien.”

Lees verder: Architect Paul de Ruiter: ‘Je moet duurzaamheid financieel uitleggen’

Nog een weg te gaan

Ondanks dat certificaten bijdragen aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving is er nog wel een weg te gaan. Zo stelt manager Edwin van Noort bij Dutch Green Building Council, de organisatie achter BREEAM-NL: “10 miljoen is nog maar een druppel op de gloeiende plaat.”

“Het is een goede start, maar het gaat veel te langzaam. We moeten naar de verduurzaming van 600 miljoen vierkante meter, waarvan de helft industrie. Het gaat niet hard genoeg, er is in de markt nog niet genoeg besef van urgentie.”

De 600 miljoen vierkante meter waar hij op doelt gaat alleen om utiliteitsbouw. Naast die gebouwen moeten ook de Nederlandse woningen verduurzaamd worden om aan de klimaatdoelstellingen te voldoen die in Parijs zijn afgesproken.

Lees ook: Washington eerste stad met platinum duurzaamheidskeurmerk

Bron: DGBC | Afbeelding: Adobe Stock