13-12-2018 12:45 | Door: Bas Joosse

Om te zorgen dat Nederland in 2050 alle gebouwen CO2-arm verwarmt, moet de energietransitie veel sneller gaan dan nu het geval is. Om te kunnen versnellen, moet de overheid meer duidelijkheid geven over wie verantwoordelijk is en moet er geïnvesteerd worden.

Dit stelt de Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur (RLi) in het rapport ‘warm aanbevolen’ dat vandaag is aangeboden aan minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Download het rapport

De RLi omschrijft het aardgasvrij maken van Nederland als ‘de grootste naoorlogse verbouwing van Nederland’ Tot 2050 moeten jaarlijks 200.000 woningen CO2-arm gemaakt worden. De afgelopen tijd was de voortgang echter beperkt. Om 2050 als einddatum niet uit het zicht te verliezen, is een ‘startmotor’ nodig.

Om de transitie succesvol te maken, zijn twee randvoorwaarden essentieel: verbinding en duidelijkheid. Die duidelijkheid moet vooral komen over wie verantwoordelijk is, de omvang en de verdeling van de kosten en hoe de transitie gefaseerd wordt. De verbinding moet vooral gezocht worden met huishoudens en wijken.  

Lees ook: ‘Huiseigenaren willen antwoorden over aardgasvrij wonen

 

Startmotor

Het beoogde einddoel van CO2-arm in 2050 kan alleen behaald worden als de verduurzamingsslag versneld op gang gebracht wordt, stelt de Raad. De overheid kan hier een grote rol in spelen. Eén van de adviezen is dat alle overheidsgebouwen in 2040 energieneutraal zijn. Op deze manier krijgt de overheid een voorbeeldfunctie, wat maatschappelijk draagvlak kan creëren. Als launch customer kan de overheid ook de verduurzamingsslag versnellen. Het rijksvastgoed bedraagt volgens de RLi twaalf miljoen vierkante meter, het totale overheidsvastgoed is nog meer.

Lees ook: Rijksvastgoedbedrijf wil energieneutrale kantoorinnovaties versnellen

Kosten CO2-arm maken

De kosten van het CO2-arm maken van de gebouwde omgeving, zijn aanzienlijk. De raad adviseert de overheid om hier transparant in te zijn en om ook duidelijk te maken dat de kosten per gemeente of per wijk kunnen verschillen. Een ander advies is om een maximumprijs voor warmte in te stellen. Ook moet het mogelijk worden om gebouwgebonden financiering in te zetten om gebouwen en woningen te verduurzamen.

Lees ook: Klimaatakkoord volgens Samsom: “Er dienen zich weinig grotere kansen aan dan deze”

Bron: Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur | Afbeelding: Adobe Stock