16-10-2019 12:24 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Veel partijen in de bouwsector worstelen met de onzekerheid die is ontstaan na de vernietiging van het PAS (Programma Aanpak Stikstof), waardoor veel projecten nu stil liggen. Voor Yoeri Schenau, programmamanager duurzaamheid bij Arcadis, een goede reden om zich een dag op te sluiten met collega’s en tevens ecologen Eric Schouwenberg en Reinoud Kleijberg. Samen zochten zij naar oplossingen.

Auteur: Yoeri Schenau

In mijn vorige blog schetste ik de voordelen van de vernietiging van het PAS. Doordat we nu gedwongen zijn maatregelen te nemen aan de bron, stoten we minder stikstof uit. Dit is uiteindelijk gunstig voor het halen van onze natuur- en klimaatdoelen en draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Daarmee zijn de problemen op korte termijn echter niet opgelost. Ruim 18.000 projecten gaan niet door of lopen vertraging op. Ook projecten die belangrijk zijn voor onze veiligheid, economie en bereikbaarheid. Denk aan hoogwaterbeschermingsprojecten, de aanpassing van de Afsluitdijk, de bouw van windparken (op zee), uitbreiding van het spoor, projecten van Defensie, woningbouwprojecten en zelfs aanleg van nieuwe fietsparkeerplaatsen bij stations.

Achteruitgang natuur door stikstof

We hebben in Nederland een groot ecologisch probleem met stikstof. De kwaliteit van veel (beschermde) Natura 2000-gebieden staat onder druk door teveel stikstofuitstoot dat terecht komt in de natuur. Maar ook versnippering, verdroging, verwaarlozing en klimaatverandering zorgen voor achteruitgang van onze natuur. We hebben te lang onvoldoende geïnvesteerd in de inrichting, het beheer en de kwaliteit van Natura 2000-gebieden. Het PAS bevatte een maatregelenpakket om deze natuur te herstellen. Deze blijven gelukkig van kracht.

'Verbinding van projecten en landbouwbedrijven levert benodigde stikstofruimte'

Nu blijkt dat de combinatie van teveel uitstoot en te weinig investeringen in natuur juridisch niet houdbaar is, komen projecten stil te liggen. Terwijl veel projecten een verwaarloosbare bijdrage leveren aan het probleem. Slechts een klein deel van de 18.000 projecten kan beroep doen op de zogenoemde ADC-toets. Zeker de projecten van nationaal belang komen hiervoor in aanmerking. In de ADC-toets moet worden aangetoond dat er geen alternatieven met minder schadelijke effecten zijn. Vervolgens moeten dwingende reden van groot openbaar belang worden aangetoond. Maar er zijn geen harde criteria waaraan je kunt toetsen. Projecten in de ruimtelijke ontwikkeling hebben niet per definitie een dwingend maatschappelijk belang. Wij verwachten – evenals Commissie Remkes – dat veel van de ‘normale’ projecten die nu stil liggen niet door de ADC-toets zullen komen. Ook zal dit weer leiden tot nieuwe juridisch geschillen, met verdere aanscherping van de criteria als resultaat

Gebiedsgerichte benadering

Is op ecologische gronden aantonen dat een zeer kleine toename van stikstof – die nauwelijks bijdraagt aan achteruitgang van natuur – dan een oplossing? Een goede ecologische onderbouwing voor het uitsluiten van significante effecten is soms best goed te geven. De wet biedt hier ook mogelijkheden voor. In de praktijk is dit echter problematisch, want de uitkomsten van ecologisch onderzoek zijn nooit zwart-wit. En er is een verplichting om de effecten cumulatief (met die van andere projecten) in beeld te brengen. Hier ligt dus ruimte om een project wel mogelijk te maken, maar het biedt ook haakjes om twijfel te zaaien.

Dan blijft over saldering om ruimte te geven aan nieuwe ontwikkelingen die belangrijk zijn voor onze economie, huisvesting, bereikbaarheid en veiligheid. De veestapel is goed voor 70 procent van de stikstofuitstoot (vanuit eigen land). Verlaging van de maximum snelheid en verkleining van de veestapel zijn volgens de Remkes onvermijdelijk en hij pleit voor een gebiedsgerichte en warme sanering om zo stikstofruimte te creëren voor projecten. Gebiedsgericht, omdat je zo het meest effectief de veehouderijen met verouderde stalsystemen (met veel uitstoot) in de buurt van Natura 2000-gebieden kunt saneren. Wij zien concrete mogelijkheden om projecten te verbinden met landbouwbedrijven die de benodigde stikstofruimte kunnen leveren. In dit model financieren de projecten (mede) de transitie naar andere teelten, functies (zoals zonneweiden) en circulaire landbouw. De stikstofruimte die hiermee vrijkomt komt, komt vervolgens ten goede aan de projecten. Zo helpen de projecten de landbouwbedrijven aan nieuwe (toekomst)perspectieven en kunnen de gebiedsgericht aan de slag!

Bron: Arcadis | Beeld: Adobe Stock