28-08-2019 12:50 | Door: Emma Rotman

De aanhoudende droogte in Nederland zorgt voor toenemende verzilting. Steeds meer zout water dringt ons land binnen. De landbouw moet zich daarop aanpassen, stelt onderzoeker Gerard van der Linden van Wageningen University & Research (WUR). Bijvoorbeeld door over te stappen op gewassen die beter groeien op zout water.

Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, publiceerde begin augustus een alarmerend rapport over klimaatverandering en de gevolgen daarvan voor de wereldvoedselvoorziening. Ons intensieve grondgebruik zorgt ervoor dat klimaatverandering versneld optreedt; klimaatverandering zorgt vervolgens voor verdere uitputting van de grond. Wanneer we ons landgebruik niet drastisch veranderen, dan komen de beschikbaarheid en de kwaliteit van ons voedsel steeds meer in gevaar, stelt het IPCC.

“Dit rapport kwam voor ons natuurlijk niet als een verrassing”, zegt Van der Linden. Als hoofd van de onderzoeksgroep abiotische stress bij WUR Plant Breeding is hij gespecialiseerd in de invloed van niet-levende stressfactoren op planten, zoals droogte en zout. Voor Nederland zijn die twee factoren onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoe minder zoet water er beschikbaar is, hoe meer verzilting er optreedt in onze wateren en onze grond. En dat heeft grote gevolgen voor de landbouw.

Verzilting, droogte en landbouw

Dankzij onze ligging aan zee is verzilting altijd een punt van aandacht geweest. Klimaatverandering zorgt echter voor een versnelling in dat proces, legt Van der Linden uit. Het grondwater wordt zouter door de hogere zeespiegel en een tekort aan regenwater. Wanneer het wel regent, dan valt er te veel water tegelijkertijd om te kunnen worden opgenomen; het overschot wordt afgevoerd naar zee. Door lagere waterstanden in de rivieren trekt het zeewater in deltagebieden zoals in Zeeland meer het land in.

Aangezien de landbouw grondwater onttrekt om te irrigeren, wordt ook dat irrigatiewater steeds zouter. In Nederland wordt dat zoutgehalte goed gemonitord; wanneer het water te zout is, stoppen boeren met irrigeren. “In de winkels zie je dat aan de producten. Vorig jaar waren de aardappelen en uien bijvoorbeeld een stuk kleiner, dat zijn gewassen die veel water nodig hebben. Er zijn al veel boeren geraakt door mislukte uienoogsten; sommige boeren twijfelen of zij überhaupt nog door moeten gaan met de uienteelt”, zegt Van der Linden.

Problemen met voedselproductie leiden in Nederland nog niet meteen tot voedseltekorten, maar in andere delen van de wereld ligt dat anders. In de Vietnamese Mekong delta, waar de onderzoeksgroep van Van der Linden veel onderzoek doet, is de bevolking grotendeels afhankelijk van lokale voedselproductie. “In 2016 en 2017 was het daar erg droog en is het water in de delta zout geworden. Daardoor ging de helft van de oogst verloren. Een hoge voedselprijs betekent in die gebieden dat mensen geen eten meer kunnen kopen. Voedselproblemen liggen aan de basis van het overleven en welzijn van mensen. Dat leidt tot politieke instabiliteit.”

'Wij onderzoeken eigenschappen van planten die de effecten van zout water verkleinen'

Gewassen verbeteren

De gewassen die in Nederland veel verbouwd worden, zoals aardappelen en uien, nemen zout water moeilijk op. Dat komt door osmose, een natuurlijk proces dat water naar de plek met de hoogste zoutconcentratie stuurt. “Wanneer planten met zout water in aanraking komen, dan nemen zij dat water niet op, maar gaat het zoete water dat in de plant zit juist richting de grond”, legt Van der Linden uit. Bovendien is te veel zout giftig voor planten; het zoute water dat wél wordt opgenomen zorgt ervoor dat de fotosynthese stopt en de plant niet meer groeit.

Het onderzoek van Van der Linden richt zich op plantveredeling; het verbeteren van gewassen. “Wij onderzoeken eigenschappen van planten die de effecten van zout water verkleinen. We kruisen verschillende soorten, waardoor die eigenschappen zich vermengen. Vervolgens selecteren we de planten met de beste combinaties van eigenschappen en die kruisen we weer. Op die manier verbeteren we rassen.” Zo produceert WUR kennis waarmee nieuwe rassen worden ontwikkeld die bijvoorbeeld wel het water opnemen, maar niet het zout.

Plantveredeling kan ons veel opleveren, maar het is wel een werk van lange adem. “Er gaan soms generaties overheen voor je de juiste combinatie van eigenschappen hebt. Daarom kijken we goed naar de voorspellingen van klimaatverandering. We moeten nu al weten welke eigenschappen onze gewassen over twintig jaar nodig hebben.” WUR biedt de informatie om rassen verder te ontwikkelen, maar veredelingsbedrijven moeten het gaan uitvoeren. “Die zien er wel steeds meer brood in.”

Quinoa en gerst

Het duurt dus nog even voor onze gewassen zoutbestendig zijn. Toch kunnen boeren nu al inspelen op de toenemende verzilting. Zo experimenteert WUR al enige tijd met quinoa, dat goed tegen zout kan en weinig water nodig heeft. En ook bestudeert Van der Linden de eigenschappen van gerst, dat toleranter is voor zout dan bijvoorbeeld tarwe. “Quinoa gedijt goed waar andere granen of aardappelen slechts de helft van de normale oogst opbrengen.”
 

Van der Linden ziet dat veel boeren enthousiast zijn over het overstappen op rassen en gewassen die bestendiger zijn tegen droogte en verzilting. “De meeste boeren denken: als mijn opbrengst erdoor stijgt, dan ga ik ervoor.” Dat stipt meteen een ander punt aan: er moet namelijk wel een markt zijn voor die nieuwe gewassen. “Maar vaak spreken boeren een prijs per kilo af met hun afnemers vóórdat ze gaan verbouwen. Ze stappen pas over als ze weten dat ze hun oogst kunnen verkopen.”

'Boeren stappen over als ze weten dat ze hun oogst kunnen verkopen'

De overstap naar andere gewassen is overigens niet voor elke boer even makkelijk. “Soms heb je geïnvesteerd of werk je met meerjarige gewassen, dan haal je niet zomaar je akker leeg. Aan de andere kant mogen veel gewassen, zoals aardappelen, niet twee keer achter elkaar verbouwd worden op dezelfde grond, omdat dat een gevaar vormt voor de bodemgezondheid. Daardoor zijn veel boeren flexibel en dat biedt ruimte om met andere gewassen te beginnen.”

Nederland zoutwaterland

Nederland is toonaangevend op het gebied van landbouw, maar op het gebied van zoutwaterlandbouw valt er nog veel te leren. “In Australië is het grootste deel van de landbouwgrond van nature verzilt, door zout dat uit de rotsen wordt gespoeld. De opbrengst van de graanteelt ligt daar nog niet eens op de helft van de opbrengst in bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Daarom heeft dat land de laatste vijftien jaar veel geïnvesteerd in onderzoek naar en veredelen van zouttolerante gewassen. Maar in het Midden-Oosten gebeurt ook veel, omdat men daar ook doorheeft dat naast de olie andere producten nodig zijn en er voedsel voor de eigen bevolking moet worden verbouwd.”

Onze kennis van landbouw kan ons helpen in de omschakeling naar droogte- en zoutbestendige landbouw. “Agro-technisch is Nederland ver en ook over watermanagement en irrigatiemethoden weten we veel. Daardoor kunnen we gericht aan de slag.”

Lees ook: Zeewier: het voedsel van de toekomst

'Mensen zien de effecten van klimaatverandering nu in hun eigen tuin'

Maatschappelijk besef

Er zijn dus volop kansen voor zoutwaterlandbouw in Nederland, maar Van der Linden benadrukt dat het gunstig moet zijn voor boeren om ermee te beginnen. Het is aan de politiek en het bedrijfsleven om dat te faciliteren. “Uiteindelijk stappen boeren pas op als er een markt is. Of subsidie, dat is ook een manier om een markt te creëren. Je ziet die omslag bijvoorbeeld al op het gebied van duurzame energie: mensen stappen in, omdat het financieel uit kan.”

Aan de andere kant moet de consument de producten wel accepteren. Dat kan enerzijds door vlees duurder te maken, stelt Van der Linden, maar belangrijker nog is een maatschappelijk besef van de urgentie. Dat begint nu te komen. “Wij zijn al meer dan tien jaar bezig met klimaatverandering en droogte, maar nu zien mensen het in hun eigen tuin. Dat is een veel duidelijker signaal dan dat wij er iets over schrijven.”

Klimaatadaptatie

Het overstappen op andere gewassen is één van de manieren van klimaatadaptatie: het aanpassen aan een warmer en droger klimaat. Schuilt daarin niet het gevaar dat we ons te weinig richten op het tegengaan van klimaatverandering? Van der Linden denkt van niet. “We kunnen deze verandering niet terugdraaien. Uit het IPCC rapport blijkt dat een opwarming van 1,5 zeer waarschijnlijk is. We moeten de landbouw dus zo inrichten dat we daarmee om kunnen gaan. Tegelijkertijd moeten we zorgen dat het niet erger wordt. Het is beide: onze CO2-uitstoot reduceren én zorgen dat we genoeg voedsel kunnen blijven produceren.”

Lees meer over droogte en klimaatverandering:

Bron: WUR Plant Breeding | Beeld: AdobeStock