27-03-2019 16:45 | Door: Hidde Middelweerd

Vuistregel in de circulaire economie: de reststroom van de één, is een grondstof voor de ander. Port of Amsterdam ziet dit als een belangrijke kans voor de toekomst. Juist in havengebieden komen verschillende materiaal- en reststromen namelijk samen én zijn tal van bedrijven gevestigd die er nieuwe waarde aan kunnen geven. De haven van Amsterdam als circulaire hotspot dus, waar afvalstromen uit de stad en regio hoogwaardig verwerkt worden. En dat begint al aardig vorm te krijgen.

Uiteindelijk moet het Amsterdamse havengebied zich ontwikkelen tot een circulair ecosysteem, waar bedrijven de reststromen uit de Amsterdamse metropoolregio en die van elkaar benutten, waar circulaire innovaties kunnen opbloeien tot industriële schaal en waar brandstoffen van de toekomst geproduceerd worden. Ambitieus? Ja. Maar verre van onhaalbaar, stelt Roon van Maanen, hoofd Circular & Renewable Industry bij Port of Amsterdam. Havengebieden die zich dichtbij een grote stad bevinden, lenen zich namelijk uitstekend voor de circulaire economie.

Ten eerste loopt er een schare aan rest- en grondstoffenstromen door de haven. Aan feedstock geen gebrek dus. Het huishoudelijk afval vanuit de stad wordt bijvoorbeeld voor een groot deel in het havengebied verwerkt. Maar ook plastics en sloop- en bouwmateriaal vinden hun weg naar Port of Amsterdam. “Dat zijn gigantische logistieke stromen van grondstoffen, die hier samenkomen”, aldus Van Maanen. “Als je die op een circulaire manier kan verwerken, maak je echt impact.”

Van Maanen ziet het havengebied als dé plek waar die verwerking van rest- en afvalstromen plaats kan vinden. Port of Amsterdam is naast een haven namelijk ook een groot industriegebied. Met andere woorden: allerlei partijen die afval-, rest- en grondstoffenstromen hoogwaardig verwerken, kunnen zich hier vestigen. En dat is precies waar Port of Amsterdam op inzet.

Matchmaking in de circulaire economie

“Om de circulaire economie in een bepaald gebied te laten opbloeien, is het essentieel dat de juiste bedrijven zich er vestigen”, legt Van Maanen uit. Port of Amsterdam stelde zich daarom het doel om 25 hectare grond te reserveren voor partijen die concreet bijdragen aan de transitie richting een circulaire of biobased economie. Belangrijke voorwaarde: ze moeten ook toegevoegde waarde hebben voor bedrijven die al in het havengebied gevestigd zijn.

"We kunnen een belangrijke rol als matchmaker vervullen"

“We gaan dus actief op zoek naar partijen die een bepaalde reststroom in de haven hoogwaardig kunnen verwerken of juist een reststroom creëren waar andere partijen iets mee kunnen”, licht Van Maanen toe. Dit schiet al aardig op: de helft van de beschikbaar gestelde grond is inmiddels gevuld. Zo vestigden innovatieve partijen als Plastic Recycling Amsterdam, ChainCraft en Integrated Green Energy Solutions (IGES) zich al in het havengebied. Ook zijn een houtvergassingsinstallatie (Bio Energy Netherlands) en een bio-energiecentrale (Biomass Powerplant Amsterdam) in aanbouw.

De rol van Port of Amsterdam gaat echter verder dan nieuwe bedrijven aantrekken; bestaande en nieuwe klanten moeten vervolgens ook aan elkaar gekoppeld worden. Van Maanen: “Wij weten als havenbedrijf precies welke reststromen er vrijkomen (en waar) én voor welke bedrijven die interessant kunnen zijn. We kunnen dus een belangrijke rol als matchmaker vervullen.”

Reststromen benutten

Deze aanpak werpt nu al zijn vruchten af. PARO, verwerker van bouw- en sloopmateriaal en industrieel afval, heeft bijvoorbeeld een reststroom van plastic die niet meer gerecycled kan worden. Dat kan naar IGES, die er (door middel van pyrolyse) transportbrandstof van maakt.

Partijen die al langer in het havengebied zitten, dragen inmiddels ook actief bij aan het versnellen van de circulaire economie. Het Afval Energie Bedrijf Amsterdam (AEB Amsterdam) nam een aantal jaar geleden bijvoorbeeld een nascheidingsinstallatie in gebruik. Hiermee wordt afval gescheiden in allerlei interessante reststromen, zoals hout, plastic en papier. Port of Amsterdam gaat vervolgens op zoek naar partijen in het gebied die er nieuwe waarde aan kunnen geven. “Zo sluit je ketens op lokale schaal”, aldus Van Maanen. “Dat hopen we in de aankomende jaren steeds meer te doen.”

Van start-up naar scale-up, naar demo-fabriek, naar…

Een prachtige ambitie, maar gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het creëren van een circulaire economie is nu eenmaal niet gemakkelijk. Een belangrijk probleem dat Port of Amsterdam herkent, is opschaling. Veelbelovende innovaties komen te vaak niet verder dan de startup-fase. Ook hier ziet het havenbedrijf een rol voor zichzelf weggelegd.

Photanol en Chaincraft ontwikkelen hun innovaties in de Amsterdamse haven

Het havenbedrijf haalt actief start-ups binnen, die in de haven de kans krijgen om op te schalen. In Prodock, de innovatiehub van de Amsterdamse haven, krijgen start-ups bijvoorbeeld de gelegenheid om hun idee verder uit te werken. Als het idee rijp is voor de volgende fase, zoals een demo-fabriek, worden bedrijven daar actief in begeleid, bijvoorbeeld op het gebied van financiering en vergunningen. Op deze manier hoopt Port of Amsterdam circulaire innovaties in elke opschalingsfase te begeleiden, om ze uiteindelijk tot industriële schaal te brengen.

Ook op dit gebied zijn de eerste wapenfeiten zichtbaar. Zo opent start-up Photanol, die CO2 omzet in grondstoffen voor bioplastics, een pilotopstelling in Prodock. Ondertussen bouwt biotechbedrijf Chaincraft, dat biomassa omzet in vetzuren voor diervoeding, een demo-fabriek in de Amsterdamse haven.

Van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare brandstoffen

De contouren van een circulaire economie worden dus al zichtbaar in het havengebied. Tegelijkertijd is er nog veel werk te zetten. Port of Amsterdam is van oudsher een belangrijke hub voor fossiele brandstoffen en is zelfs de grootste haven ter wereld als het gaat om benzineoverslag. Ook in deze sector is inmiddels een transitie ingezet richting circulair en hernieuwbaar. Voor Port of Amsterdam is het dan ook essentieel om, samen met hun klanten, ook bij deze transitie in de voorhoede te staan.

“Fossiele brandstof neemt in de toekomst onherroepelijk af in volume”, verklaart Van Maanen. “Dat betekent dat olie-, benzine- en kolenterminals zich door moeten ontwikkelen. Kolenterminals moeten simpelweg op zoek naar nieuwe goederenstromen, maar voor brandstofterminals ligt dat anders. Die hebben namelijk alle infrastructuur in huis om een rol te spelen in de transitie naar biobrandstoffen en (uiteindelijk) synthetische brandstoffen. Die ontwikkeling willen we samen met onze klanten maken, zodat het havengebied ook interessant blijft voor partijen die hier al langer gevestigd zijn.”

"Kolenterminals moeten op zoek naar nieuwe goederenstromen, maar voor brandstofterminals ligt dat anders"

De eerste stappen in deze transitie worden nu al gezet. Zo wordt er biodiesel geproduceerd uit reststromen vanuit de horeca en zijn de eerste verkennende onderzoeken op het gebied van synthetische brandstoffen uitgevoerd. Die waren positief. Alle infrastructuur is in het havengebied aanwezig om groene waterstof te combineren met CO2 om zo een duurzame, synthetische brandstof te produceren. Om deze reden ging het havenbedrijf al een samenwerking aan met Tata Steel en Nouryon met als doel het realiseren van een grote elektrolyser in IJmuiden. “Het is de bedoeling dat een deel van de geproduceerde waterstof naar de haven komt, zodat het hier gecombineerd kan worden met CO2”, aldus Van Maanen.

Ook op het gebied van CO2-productie wordt al naar een duurzame oplossing gezocht. Zo zou de CO2-uitstoot van AEB Amsterdam afgevangen kunnen worden. Ook liggen er plannen op tafel om de OCAP-leiding, die industriële CO2-uitstoot naar glastuinbouwgebieden transporteert, door te trekken naar de Amsterdamse haven.

Vallen en opstaan

Al deze plannen zijn onderdeel van de Visie 2030 van Port of Amsterdam. In dat jaar moet Port of Amsterdam zijn uitgegroeid tot een dynamische internationale metropoolhaven, waar zeevaart, industrie, stad en regio samenkomen. De circulaire economie is daar een belangrijk onderdeel van.

Het is dan ook belangrijk dat circulariteit nu al in de praktijk wordt gebracht. Zelfs als sommige oplossingen nog niet helemaal perfect zijn. “Een goed voorbeeld daarvan is IGES, dat end-of-life plastics omzet in transportbrandstof. Dat is nog geen volledig circulaire oplossing, maar wel een stap in de juiste richting”, zegt Van Maanen. “Het bedrijf creëert daarnaast een reststroom van nafta (red. aardoliedestillaat), wat een grondstof voor nieuw plastic is. IGES wil zich in die richting door ontwikkelen en dan praat je ineens wel over echt circulair.”

“Op die manier moeten we de circulaire economie denk ik benaderen; achterover leunen en wachten op de ultieme oplossing heeft geen zin”, besluit Van Maanen. “We moeten nu onze rol pakken en dat betekent proberen, innoveren, vallen en weer opstaan. Ik verwacht dat Port of Amsterdam zich in de aankomende jaren ontwikkelt tot een plek waar dat allemaal mogelijk is.”

Beeldmateriaal: Port of Amsterdam