11-11-2020 10:04 | Door: Teun Schröder

Met een goederenoverslag van 100 miljoen ton per jaar behoort de Amsterdamse haven tot één van de vijf drukste zeehavens van West-Europa. Niet gek dus dat het havengebied een sleutelrol speelt in de energietransitie. Port of Amsterdam wil in 2030 bij de top van Europa’s duurzame havens horen. Eén van de belangrijkste aandachtspunten: schone scheepvaart.

De internationale scheepvaart is verantwoordelijk voor ruim twee procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Toch bevat het Klimaatakkoord van Parijs geen specifieke afspraken over de reductie van uitstoot voor deze sector. Wel zijn er afspraken gemaakt door de internationale scheepvaart organisatie (IMO) van de Verenigde Naties. De organisatie streeft ernaar om in 2050 nog maar de helft van de broeikasgassen uit te stoten ten opzichte van 2008. Verder wil de sector nog deze eeuw zeeschepen volledig emissievrij maken.

Doelen van Port of Amsterdam

Port of Amsterdam heeft zelf ook ambitieuze doelen opgesteld. In 2030 streeft het naar een reductie van 55 procent van alle broeikasgassen voor industrie en scheepvaart samen. Om deze doelstelling te halen heeft Port of Amsterdam onder andere een speciaal team opgericht: team Clean Shipping. Het team bestaat uit tien mensen, verspreid over de hele organisatie.“ We zien dat er met de klimaatplannen enorm veel werk op de scheepvaartsector afkomt”, vertelt Henri van der Weide tijdens een digitaal interview. Hij is beleidsadviseur divisie havenmeester van Port of Amsterdam en onderdeel van Clean Shipping. “En om deze plannen te realiseren hebben we een divers team en intensieve samenwerking nodig.”

Peter Alkema, ook beleidsadviseur en onderdeel van Clean Shipping knikt instemmend. “Bij schone scheepvaart denken mensen al snel aan nieuwe brandstoffen en innovaties voor schepen. Maar er is natuurlijk een minstens zo grote rol weggelegd voor de havens. Om alle innovaties te faciliteren, moet er heel veel veranderen aan de infrastructuur en veiligheidsprocedures in het havengebied.”

Lees ook: Slim balanceren op het elektriciteitsnet: ‘energie uitwisselen, zodat het licht blijft branden’

Elektrificatie, waterstof en synthetische brandstoffen

Steeds meer rederijen kijken naar andere brandstofvormen. “Voor de binnenvaart, de relatief korte afstanden, verwachten we een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektrificatie en waterstof”, denkt Alkema. “En voor de lange overzeese afstanden zijn methanol en ammoniak wellicht kansrijke opties. We denken dat op termijn duurzame synthetische brandstoffen een steeds grotere rol gaan spelen in de zeevaart.”

Al deze nieuwe brandstoffen betekenen ook een volledig nieuwe infrastructuur, zoals nieuwe typen bunkerschepen om de nieuwe brandstoffen te leveren aan de schepen. “We doen nu al onderzoek naar de toepassing van nieuwe energiedragers in de haven zoals ammonia, waterstof en methanol”, vertelt Van der Weide. “De ambitie is namelijk om zoveel mogelijk verschillende brandstoffen te faciliteren. Maar voor zowel de havens, als de scheepsbouwers is dit een zeer kostbare aangelegenheid.”

Lees ook: Amsterdam pompt 78 miljoen in duurzame werkgelegenheid

Obstakels en uitdagingen 

Niet alleen vraagt de energietransitie veel van het havengebied, ook voorspelt Van der Weide grote uitdagingen voor het ombouwen, het ‘retrofitten’, van de huidige scheepsvloot. “Je vervangt niet zomaar een scheepsmotor uit een zeeschip. Hiervoor zijn gigantische investeringen nodig.” Alkema haakt hierop in: “Daarnaast is het prijsverschil tussen fossiele en schone brandstoffen nog veel te groot. Er is nog bijna geen winstgevende businesscase te maken voor een retrofit. Hier ligt nog een grote taak voor de sector en overheden die met financiering en subsidie bij kunnen springen.”

Samenwerking tussen haven en scheepvaart

Volgens beide heren is in de toekomst samenwerking cruciaal voor de sector. “De scheepvaart en havenbedrijven hebben op het gebied van duurzaamheid jarenlang gescheiden trajecten gekend”, vertelt Alkema. “Maar nu zie je steeds meer gremia waarin de twee samenkomen. Dat heb je nodig.” Van der Weide merkt ook dat er van beide kanten een enorme welwillendheid is om te verduurzamen. “Dat is in het belang van veel rederijen. In de Noordzee en Oostzee gelden straks strenge regels voor minimale uitstoot van stikstoffen. Als schepen niet meer aan deze eisen kunnen voldoen, zijn ze ook niet meer inzetbaar in deze regio’s.” 

“De scheepvaart en havenbedrijven hebben op het gebied van duurzaamheid jarenlang gescheiden trajecten gekend.”

De haven stimuleert verduurzaming

Port of Amsterdam stelt zich in ieder geval proactief op in een sector waar veel verandert. Naast de oprichting van het team Clean Shipping, lopen er verschillende initiatieven om duurzaamheid te faciliteren, stimuleren en reguleren. Zo heeft de haven samen met Titan LNG in 2019 de FlexFueler001 gedoopt. Dit bunkerschip is in staat om schepen die elders afgemeerd liggen in de haven vol te tanken met vloeibaar aardgas (LNG), een brandstof die aan terrein wint. LNG veroorzaakt namelijk minder CO2-uitstoot en is voor de luchtkwaliteit veel schoner dan de traditionele zware stookolie. “We zien LNG echt als transitiebrandstof richting de fossiel vrije brandstoffen”, aldus Alkema.

Lees ook: OV in Amsterdam krijgt miljoenen van overheid voor elektrisch vervoer

Korting voor groen

Ook stimuleert de haven schone scheepvaart met prijsbeleid. Hiervoor maakt het gebruik van het internationale meetinstrument ESI, de Environmental Ship Index. Schepen krijgen korting op havengelden als ze technologie en brandstof gebruiken die de uitstoot van broeikasgassen vermindert. Specifiek voor cruiseschepen is er nog EBI, de Emission at Berth Index. Reders krijgen daarmee korting als ze maatregelen treffen om de uitstoot van cruiseschepen te verminderen op het moment dat ze aangemeerd zijn in de haven.

En daarnaast is Alkema actief betrokken bij de Green Award, een internationaal milieukeurmerk voor de veiligheid en duurzaamheid van schepen. Met dit keurmerk kunnen schepen wederom korting op havengelden verdienen. “Oorspronkelijk was dit een keurmerk voor zeeschepen, maar samen met de Port of Rotterdam hebben we gekeken of dit we dit ook voor de binnenvaart konden organiseren. In de acht jaar dat we dit voor de binnenvaart monitoren, kregen al bijna 800 schepen het keurmerk Green Award.”

Blik op de toekomst

Al deze stimuleringsinstrumenten moeten eraan bijdragen dat de haven van Amsterdam één van de duurzaamste havens van Europa wordt. Alkema: “We gaan als haven echt grote stappen zetten. Met behulp van een rekenmodel, ontwikkeld door TNO, kunnen we onze voortgang constant monitoren. Hierdoor hebben we zicht op successen en zien we waar we kunnen verbeteren.”

"In zo’n geval kunnen we echt een voorbeeld zijn voor andere internationale havens en Nederland op de kaart zetten.”

Van der Weide: “Het zou fantastisch zijn als we over vijf jaar kunnen zeggen dat we op schema liggen met onze emissie-reductiedoelstellingen. Maar ik zou het net zo mooi vinden als we van een aantal projecten kunnen zeggen dat het geslaagd is. In zo’n geval kunnen we echt een voorbeeld zijn voor andere internationale havens en Nederland op de kaart zetten.”

Beeld: Port of Amsterdam/Adobe Stock