29-08-2019 11:30 | Door: Hidde Middelweerd

Als director of airport operations bij Schiphol maakt Miriam Hoekstra-Van der Deen zich al jaren hard voor de verduurzaming van mobiliteit op, van en naar de luchthaven. Er werden indrukwekkende stappen gezet, van een elektrische busvloot tot elektrisch taxivervoer. “Vaak is het een kwestie van gewoon even doorduwen.”

Afgezien van een zesjarig uitstapje naar het Erasmus MC in Rotterdam, werkt Hoekstra-Van der Deen al haar gehele carrière bij Schiphol. De laatste vijf jaar vervult ze er de rol van director of airport operations. Dit maakt haar eindverantwoordelijk voor alles wat er op het vliegveld gebeurt, van het bagagesysteem tot de mobiliteitsbewegingen op en naar het vliegveld. “Dan praat je zowel over de dagelijkse gang van zaken als de doorontwikkeling in de aankomende drie jaar”, legt ze uit. “Vooral dat laatste is uit duurzaamheidsoverwegingen interessant: wat kunnen we doen om het schoner, slimmer en efficiënter te laten verlopen?”

Hoekstra-Van der Deen speelde in de afgelopen jaren een belangrijke rol in de realisatie van verschillende duurzame wapenfeiten (‘maar je doet het natuurlijk nooit alleen’), waarbij elektrificering de hoofdmoot voerde. Zo vindt taxivervoer van en naar het vliegveld tegenwoordig elektrisch plaats, zijn de bussen op het vliegveld volledig elektrisch én rijden er sinds vorig jaar 100 elektrische bussen van en naar het vliegveld. Voor alle andere voertuigen op het vliegveld geldt: als ze vervangen worden, komt er een elektrische variant voor in de plaats.

Is duurzaamheid belangrijk voor jou?

“Ja, ik werd op jonge leeftijd al geconfronteerd met de noodzaak van natuurbescherming. Ik ben opgegroeid op een boerderij in Emmeloord, waardoor ik vroeg in aanraking kwam met de invloed die mens en natuur op elkaar hebben. Ik ben niet opgegroeid in een ‘groen gezin’ ofzo, maar ik maakte bepaalde transities wel vanaf de voorste rij mee. In mijn jonge jaren werden de velden bijvoorbeeld nog met pesticiden besproeid door overvliegende vliegtuigen, maar na verloop van tijd pakten mijn ouders dat steeds duurzamer aan. Ook de gesprekken aan de eettafel waren interessant. Daar werd bijvoorbeeld de opkomst van biologische boeren besproken. Dat ging van onbegrip naar begrip.”

“Mijn ouders zijn meegegroeid met de tijd en tegenwoordig druk bezig om hun huishouden zelfvoorzienend te maken. Daar heb ik van geleerd. Als je in een positie bent om verschil te maken, moet je dat ook doen. Je bent het aan je stand verplicht. Dat geldt zowel voor burgers als bedrijven.”

'Je hebt de topposities nodig om ideeën aan te jagen en verder te brengen'

Je bent zelf ook in een positie om positieve impact te maken. Wanneer realiseerde je je dat voor het eerst?

“Ik was net begonnen als directeur inkoop bij Schiphol toen de nieuwe taxi-concessie op de agenda stond. We wilden daarbij uitsluitend inzetten op groen taxivervoer, maar die tender bleek een lastig verhaal. Dat is immers alweer zes jaar geleden en er bestonden nogal wat onzekerheden rondom elektrisch rijden.”

“Maar ik dacht bij mezelf: dit is een prachtige kans en die móéten we grijpen. Er was daarnaast veel enthousiasme vanaf de werkvloer. Toen merkte ik dat het enorm helpt als je vanuit een bepaalde positie even dat laatste zetje geeft.”

Hoe liep dat af?

“Toen we de tender eenmaal lanceerden, was er meteen serieuze interesse, vanuit meerdere taxibedrijven. Die zagen gelukkig in dat groene taxi’s gaaf en onderscheidend kunnen zijn. Zelfs nu krijgen we er nog opmerkingen over: klanten vinden het interessant en leuk om in een elektrische auto te rijden.”

Inmiddels heb je aan de wieg gestaan van meerdere duurzame initiatieven op Schiphol. Mobiliteit lijkt daarbij een rode draad. Toeval?

“Zeker niet. Het is natuurlijk een belangrijk onderdeel van mijn takenpakket, maar ik heb er ook een passie voor. Als boardmember van VNO-NCW Rotterdam heb ik me ook jarenlang ingezet voor duurzame mobiliteit in de stad. Mobiliteit biedt een mens zoveel: het brengt je in contact met andere mensen en culturen en je ziet andere werelden. Dat is belangrijk, het verhoogt je begrip en respect voor anderen. De manier waarop we het nu doen, is alleen niet houdbaar. Daarom ben ik blij dat Schiphol zich proactief uitspreekt over korte vluchten: als het kan, pak dan vooral de trein.”

Hoe sta jij eigenlijk in het luchtvaartdebat?

“Ik gun mensen hun vliegreis, maar wees je wel bewust van de impact en probeer ook eens op een andere manier te reizen. Begrijp me niet verkeerd, ik vlieg zelf ook. Maar we moeten het z’n allen nu eenmaal duurzamer doen. Daar kan en moet iedereen aan bijdragen.”

'Als je opereert in een business met een hoge belasting op het milieu, ben je verplicht om actie te ondernemen'

“Daarnaast vind ik dat grote spelers in de luchtvaartindustrie proactief verantwoordelijkheid moeten nemen voor dit probleem én de mogelijke oplossingen. Als je opereert in een business met een hoge belasting op het milieu, ben je verplicht om actie te ondernemen. Dat vind ik het gave aan Schiphol: duurzaamheid staat hoog op de agenda en het blijft niet bij discussie voeren. Waar het kan, worden mooie stappen gezet. We kijken daarin verder dan alleen onze eigen luchthaven. We spannen ons ook in voor de verduurzaming van de vluchten, bijvoorbeeld via prijsprikkels in onze haventarieven en investeringen in een Nederlandse fabriek voor biokerosine en een pilotproject met synthetische kerosine.”

Wat is er volgens jou nodig om die stappen te zetten binnen een grote organisatie als Schiphol?

“Wat je nodig hebt, zijn een paar mensen in de top die zeggen: dit gaan we gewoon doen. Ik ben ervan overtuigd dat duurzaamheid niet enkel in de top begint; innovatieve en duurzame ideeën kom je immers op elk niveau van een organisatie tegen. Maar je hebt de topposities wel nodig om die ideeën aan te jagen en verder te brengen.”

Hoe pak jij dat aan, als director of airport operations?

“Ik probeer altijd open te staan voor nieuwe ideeën die op de werkvloer leven. Dat is een kwestie van je ogen en oren open houden. Vervolgens moet je werknemers de tijd en ruimte geven om hun idee verder uit te werken en niet te moeilijk doen over investeringen. Werknemers hebben zelf vaak niet de positie om hun ideeën verder te brengen. Als ik dat vanuit mijn positie wel kan doen, door even dat extra duwtje te geven, kan het snel gaan.”

“Daarnaast is het een kwestie van de juiste instelling, denk ik. Ik ben verantwoordelijk voor de bereikbaarheid van de luchthaven, dus is het ook mijn verantwoordelijkheid om dat zo duurzaam mogelijk in te richten. Daar is een bepaalde mate van opportunisme voor nodig. Ik denk bij elke kans: dat gaan we toch even regelen? Zo werkt het natuurlijk niet altijd, maar ik ben wel blij dat ik die instelling heb. De problemen managen we wel wanneer ze zich voordoen.”

Wat staat er voor jou en Schiphol in de toekomst op de agenda, op het gebied van duurzaamheid?

“Schiphol wil dat alle luchthavens (van de Royal Schiphol Group, red) in 2030 CO2-neutraal zijn. Daar worden grote stappen in gezet, maar tegelijkertijd blijft er genoeg te doen. Voor mij betekent die doelstelling bijvoorbeeld dat nog meer vormen van mobiliteit elektrisch worden, zoals de hotel-shuttlebusjes en het crew-vervoer.”

“Als we daar af en toe extra investeringen voor moeten uittrekken, dan is dat zo. De elektrische busvloot die op  de luchthaven rijdt, had in economisch opzicht bijvoorbeeld geen sluitende businesscase, maar we doen het wel. Hetzelfde geldt voor elektrisch busvervoer van en naar Schiphol, maar samen met vervoersmaatschappij Connexxion en de Vervoerregio Amsterdam hebben we dat ook gerealiseerd. Het biedt namelijk zoveel andere voordelen, bijvoorbeeld op het gebied van imago en de boodschap die je uitdraagt. En nogmaals, als economisch gezond bedrijf ben je het simpelweg aan je stand verplicht om hierop in te zetten.”

Foto's: Schiphol