11-09-2020 12:25 | Door: Marc Seijlhouwer

Elektrisch rijden is veel beter voor het milieu. Al na een paar duizend kilometer is de voetafdruk van de batterij kleiner dan die van benzine of diesel. Toch rijden er nog maar weinig elektrische auto’s rond in Nederland. Hoe kan dat? Zijn ze te duur? Is de elektrische auto alleen voor de rijke mensen, de elite, de grootverdieners? Of zit het toch anders?

Ze vallen nogal op, die Tesla’s op de snelwegen. Dure auto’s, helemaal elektrisch, snel - de droom van elke milieubewuste autorijder. Maar er klinkt ook kritiek op het groeiende aantal elektrische auto’s in Nederland. Zo zouden zulke voertuigen alleen terechtkomen bij de elite: grootverdieners, mensen die toch al tonnen per jaar verdienen. En dan profiteren ze ook nog eens van de subsidies die de overheid in de loop der jaren instelde voor elektrisch (of hybride) rijden.

Kloppen die gevoelens? Laten we eerst eens kijken hoeveel elektrische auto’s er precies zijn. Volgens de Rijksdienst voor Ondernemen reden er in juli 2020 126.425 batterij-elektrische personenauto’s rond op de Nederlandse wegen. Dat is iets minder dan 2 procent van het totaal aantal personenauto’s. De Tesla Model 3 (kosten: rond de 50.000 euro)en Model S (rond de 90.000 euro) komen het vaakst voor. En de verkoop groeit: 16 procent van de nieuw verkochte auto’s is elektrisch.

Lees ook: Elektrisch rijden is bijna overal goed voor het milieu

Elektrische leasewagens

Het overgrote deel van deze auto’s is ‘van de zaak’. Uit een onderzoek van de Vereniging Elektrisch Rijders onder 1.800 elektrische rijders bleek dat 73 procent de elektrische auto zakelijk kocht of leasde. Dat zijn bijna allemaal nieuwe auto’s; slechts een paar procent van de zakelijke rijders heeft een tweedehandsje. Dat geldt overigens voor de hele automarkt: van de 400.000 nieuwe auto’s komt de helft in de zakelijke markt terecht. Bij de minderheid van elektrische privérijders zit dat heel anders; daar is 50 procent tweedehands. Dat is in vergelijking met benzine- en dieselauto’s erg weinig: in de particuliere automarkt is ruim 80 procent tweedehands.

De ‘gewone man’ rijdt dus in een tweedehands auto. Ondertussen zijn leaseauto’s alleen weggelegd voor hogere salarissen. Data van het CBS laat zien dat huishoudens met een inkomen onder de 30.000 euro (het landelijk gemiddelde, hoewel het modale inkomen hoger ligt) maar in 5 procent van de gevallen een leaseauto hebben. Inkomens boven de 50.000 hebben in bijna 20 procent van de gevallen een leasewagen. De meest recente data hierover komt uit 2010, sinds de financiële crisis zijn werkgevers alleen maar minder leaseauto’s gaan geven.

Tesla van 100.000 euro

Kortom: het is waarschijnlijk dat de hogere inkomens veel vaker een elektrische auto hebben en kunnen betalen. Maar er is een belangrijker euvel, denkt de Vereniging Elektrische Rijders (VER). De tweedehandsmarkt is voorlopig nog klein, en dat zorgt ervoor dat particulieren weinig elektrische auto’s kopen. Terwijl er wel interesse is; dat blijkt wel, als je kijkt naar de 4.000 euro aanschafsubsidie en hoe snel deze ‘op’ was. “Er moeten eerst meer betaalbare elektrische occasions op de markt komen”, vertelt Maarten van Biezen, bestuurslid bij de VER.

Lees ook: Wat is beter voor het klimaat, waterstof of batterij?

“Het beeld van de elitaire elektrorijder ontstond toen een paar jaar terug verhoudinsgewijs veel Tesla’s van rond de 100.000 euro werden aangeschaft. Er was toen immers niet veel keuze in elektrische auto’s met redelijke range. De overheid stimuleerde de aanschaf van die auto’s toen met een lage fiscale bijtelling. Maar dat ging om een beperkt aantal auto’s. Inmiddels is de situatie al jaren anders: dure elektrische auto’s krijgen geen subsidie of gunstige bijtelling meer, dus het middensegment heeft nu veel meer voordeel.”

Duizenden euro’s duurder

Dat neemt niet weg dat de elektrische auto in aanschaf duizenden euro’s duurder is dan een benzinewagen. Van Biezen erkent dat, maar heeft ook al een rekensom gemaakt. “De aanschaf is duurder, maar gebruik en onderhoud is veel goedkoper. Volgens berekeningen van het kabinet bespaart de aanschaf van een elektrische auto meerdere tientjes per maand. Dat betekent dat je het verschil in aankoopbedrag er snel uit haalt, en in een periode van vier jaar goedkoper uit bent.” Dat grote verschil komt doordat je geen benzine gebruikt, geen wegenbelasting betaalt en mogelijk aankoopsubsidie voor een nieuwe of tweedehands EV ontvangt. Ook zijn er minder onderhoudskosten voor een elektrische auto.

Maar de meeste mensen kijken volgens Van Biezen niet op die manier naar autokosten. Ze zien de hogere aanschafprijs en zetten de auto weg als te duur. “Vandaar dat auto-advertenties straks ook de gemiddelde totale kosten per maand over een langere periode moeten melden, volgens de afspraken in het Klimaatakkoord.” Dat geeft een beter beeld.

Dan blijft het nijpende probleem van de occassion-tekorten over. Waar je met het grootste gemak een benzineauto kan vinden, zijn er nog maar weinig elektrische auto’s die en betaalbaar, en goed zijn. “Het is nog steeds een nichemarkt”, vertelt Van Biezen. “Het duurt nog even voor de huidige zakelijke markt weer een nieuwe auto aanschaft, en de oude wagen op de tweedehandsmarkt komt.” Maar dat moment komt er volgens Van Biezen zeker aan. Hoewel er geen officiële cijfers zijn over de gemiddelde kosten van een batterij-occasion, denkt Van Biezen dat je over een paar jaar een prima elektrische auto kan kopen voor rond de 10.000 euro. “En daar gaan de subsidies dan nog vanaf.” En er is vraag naar; Nederland importeert jaarlijks steeds meer relatief goedkope elektrische auto’s.

Lees ook: Ondanks de coronacrisis blijft de verkoop van elektrische auto's stabiel

Miljoen kilometer op een batterij

Is zo’n elektrische auto dan net zo goed als een betrouwbare benzine-tweedehands? Batterijen worden immers slechter als ze langer meegaan - denk aan de laptop of de mobiele telefoon, die het na twee jaar nauwelijks een dag volhoudt. Maar de nieuwe generatie elektrische auto’s is beter dan de eerste, en sommige auto’s houden het makkelijk vijftien jaar vol op hetzelfde batterijpakket. Van Biezen: “Tesla heeft zelfs de miljoen kilometer aangetikt. Met die batterijen zit het tegenwoordig echt wel snor.”

De elektrische auto is voorlopig dus wel degelijk duurder in aanschaf, maar goedkoper in gebruik. En het imago dat de auto alleen voor de rijken is, komt niet uit de lucht vallen. Maar we staan aan het begin van een ommekeer, waarin de oude elektrische auto’s van leaserijders voor een betaalbare prijs op de tweedehandsmarkt komen. Ondertussen bouwen fabrikanten ook steeds meer middenklasse wagens met batterijen, zodat ook een nieuwe elektrische auto bereikbaarder wordt. Er ontstaat zo een opwaartse spiraal die uiteindelijk leidt tot een betaalbare batterij-auto voor veel meer mensen.

Op vakantie in een elektrische auto

Nog een laatste ding: het is aantrekkelijk om elektrisch te rijden, zolang je maar niet met het hele gezin naar Frankrijk wil. Want dan is de range van de auto’s niet goed, en opladen duurt te lang. Maar dat valt mee, zegt van Van Biezen: “Als je een beetje goed plant, en daar zijn een heleboel apps voor, dan kan je makkelijk op reis. We hebben een enthousiast lid dat naar Italië ging en daarover blogde afgelopen zomer. Hij was voor de hele retourrit maar 6,80 euro aan elektriciteitskosten kwijt. Terwijl die rit je tientallen euro’s aan benzine zou kosten.” Zelfs op vakantie ben je dus goedkoper uit in een elektrische auto. Mits je genoeg geld hebt om er een aan te schaffen.

Lees ook: Dit zijn de beste elektrische auto's van het moment

Beeld: Tesla/BMW