02-11-2016 07:00 | Door: Erik Verheggen

100 procent circulair gebruik van grondstoffen in 2050. Dat is de lat die de regering in oktober heeft gelegd. Het is een ambitie waar algemeen directeur Wieger Droogh van afval- en grondstoffenmanager Suez Nederland zich graag bij aansluit. “Maar het gaat er nu ook om dat we het daadwerkelijk gaan doen.”

Staatssecretaris Sharon Dijksma van Infrastructuur en Milieu en minister Henk Kamp van Economische Zaken presenteerden half september hun visie op de transitie naar een circulaire economie. Het Rijksbrede programma Circulaire Economie: 'Nederland Circulair in 2050' stelt dat daarvoor een omslag nodig is naar een circulair model in alle sectoren en bij alle ketenpartijen.

“We moeten af van het kwantitatief denken en naar kwalitatief denken toe"

De komende tijd werkt de overheid toe naar een nationaal grondstoffenakkoord, waarin bedrijven, overheden en andere organisaties alle ketens moeten gaan sluiten.

Wat is uw eerste reactie op het plan?

“De visie is goed, daar wil ik niets van afdoen. Uiteraard geldt uiteindelijk: ‘the proof of the pudding is in the eating’. Er worden veel plannen gemaakt en gestimuleerd, vooral op het gebied van afvalscheiding. Juist bij afvalscheiding ontstaan nu knelpunten.

De regering noemt het circulaire economie, en legt de focus op de eerste schakel. Dat is logisch, maar voor een circulaire economie moet je naar de hele keten kijken. Dus ook naar de manier waarop bedrijven gestimuleerd kunnen worden om de hernieuwde grondstoffen te gebruiken."

Waarom is afvalscheiding een knelpunt?

“Kijk naar de plasticketen. Dat is een fantastisch succesverhaal: in een paar jaar tijd hebben we de kunststofinzameling meer dan verdubbeld. Door die groei ontstaat er echter een nieuw probleem: er is te weinig vraag naar gerecyclede kunststoffen. Er moet een markt worden ontwikkeld voor secundaire grondstoffen. Dat is de bottleneck. Dijksma belooft in haar plan € 27 mln voor nog meer scheiding van afval. We willen graag met haar bespreken hoe de vraag naar het gerecyclede materiaal gestimuleerd kan worden.

Er zijn heel goede voorbeelden van grote en kleine bedrijven die circulaire producten op de markt zetten. Die producenten zijn frontrunners. Echt fantastisch. Maar het is een druppel op de gloeiende plaat. We kunnen niet wachten tot de consument gaat kiezen voor producten van gerecycled materiaal. Het is de verantwoordelijkheid van alle partijen in de keten, dus ook van de overheid, om meer gerecycled materiaal te gebruiken in hun producten.”

Wat moet de overheid in uw ogen doen?

“Allereerst kan de publieke sector zelf het goede voorbeeld geven door circulair in te kopen. Ik heb nog niet veel tenders van de overheid gezien waarbij duurzaamheid echt een grote rol speelt. De overheid is ook onderdeel van de markt. En die rol moet zij in mijn ogen meer oppakken. Op dit moment zeggen wij heel bewust: als bij een prijstender zeer beperkt wordt gekeken naar duurzaamheid, dan past die niet bij onze filosofie en schrijven wij er niet op in. Ik stop daar geen tijd meer in en dat heb ik ook uitgelegd.

wieger droogh, suez

De tweede manier om de markt aan te jagen, is het promoten van secundaire materialen ten opzichte van ‘virgin’ materialen. Bijvoorbeeld via fiscale prikkels. Dat kan zijn in de vorm van een CO2-beprijzing of een grondstoffenbelasting.

Op dit moment worden wij betaald om zo zuiver mogelijke stromen uit te sorteren, terwijl de gemeente een vergoeding krijgt als ze meer inzamelt. Die schakels praten onvoldoende met elkaar. De stimulans zit aan de verkeerde kant. De prikkel zit dus nog te veel op kwantiteit aan het begin van de keten en nog niet op kwaliteit aan het eind van de keten."

Wat is daarvoor nodig?

“We moeten af van het kwantitatief denken en naar kwalitatief denken toe. De afspraak is nu dat een bepaald percentage van het afval moet worden hergebruikt. Maar wat betekent dat dan? Maken we er een bermpaaltje van, of een nieuw hoogwaardig product? We willen geen recycling, maar upcycling. We willen geen eenmalige recycling, maar een circulaire econome, waarin grondstoffen continu in omloop blijven. Die circulaire economie ontstaat alleen in een markt die kwaliteit beloont."

Welke gedragsverandering is nodig om ketens meer te laten samenwerken?

“De regering geeft een voorzet, maar we moeten het nu ook echt gaan doen. De gedragsverandering is van wezenlijk belang. Je kunt blijven beschrijven en kwantificeren, maar ‘doen’ betekent ook risico’s lopen en kwetsbaar zijn. We willen tegen een muur omhooglopen, maar dan moet je niet te bang zijn om af en toe te vallen en er blauwe plekken aan over te houden.

In de grondstofketens betekent dat dat we vertrouwen moeten hebben dat we elkaar niet belazeren. Juist ook de overheid zal zich kwetsbaar moeten opstellen en vertrouwen tonen in marktpartijen.”

VNO-NCW pleit voor € 200 mrd aan overheidsgeld voor de circulaire economie. Wie gaat dat betalen?

“Dat we geld nodig hebben is absoluut waar. Maar dat geld hoeft niet per definitie van de overheid te komen. De overheid kan met fiscale maatregelen organiseren dat dat geld er komt. Uiteindelijk betaalt de burger, of dat via belasting is of via duurdere producten. Die investering moet zich terugbetalen in de vorm van banen en groei. Daarnaast kan de overheid investeringen in duurzaamheid faciliteren. Er is geen enkele reden waarom een pensioenfonds niet in een sorteerinstallatie zou kunnen investeren.

"Die circulaire economie ontstaat alleen in een markt die kwaliteit beloont"

Duurzame koplopers in het bedrijfsleven staan ook klaar om bij te dragen. Unilever wil graag een shampoofles maken van gerecycled plastic. Maar voor ons betekent dat niet dat er zekerheid is. Wanneer het straks wat minder gaat met een bedrijf als Unilever, en het bedrijf wil besparen door minder te investeren in gerecycled materiaal, dan blijven wij met onze grondstoffen zitten.

Je moet daar duidelijke afspraken over maken, en daar kan de overheid een versnellende rol in spelen. Er moet uiteindelijk een markt ontstaan voor secundaire grondstoffen. Tenminste, als we echt richting een circulaire economie willen bewegen.”

Hoe moet het grondstoffenakkoord eruitzien?

“Het grondstoffenakkoord wordt een uitdaging. De ene grondstof is de andere niet, en er is niet één generieke aanpak. In het verleden hebben we steeds gekeken welke stromen het hoofd zelf boven water kunnen houden, zoals glas en papier. Dat moeten we weer gaan doen. De circulaire economie aanjagen met ketens die zichzelf binnen afzienbare tijd kunnen financieren. Dat kunnen dure en schaarse grondstoffen zijn, waardoor het aantrekkelijk is om een circulair alternatief te vinden.

Voor andere stromen kan met fiscale maatregelen een business case worden ontwikkeld. Daarin kan de overheid echt een aanjagende rol spelen. In ketens heb je een onafhankelijke regisseur nodig en dat is bij uitstek de overheid. Maar het moet ook een kundige regisseur zijn.”

Dijksma heeft het in haar plan veelvuldig over de deeleconomie. Hoe ziet u die ontwikkeling?

“Een model als dat van Peerby is een evident duurzame case. Als we met zijn vieren nog maar één boormachine bezitten, zijn dat er drie minder dan nu. Maar wat doen we met de vier oude boormachines die we hebben liggen?

Het is goed om zaken klaar te zetten voor de toekomst, maar we moeten niet uit het oog verliezen dat we ook nu een uitdaging hebben. Voor de oude boormachines is ook nog steeds behoefte aan een hoogwaardige oplossing.”

Is een minister van Duurzaamheid of Circulaire economie een goed idee?

“Duurzaamheid is een onderwerp dat over alle ministeries heengaat. Economische Zaken, Financiën en Infrastructuur en Milieu moeten samenwerken. Een minister van duurzaamheid zal binnen alle ministeries de ketens moeten sluiten. Afvalvraagstukken hebben we altijd benaderd vanuit Infrastructuur en Milieu. Je ziet dat het nu meer en meer een economische zaak wordt. Daar moeten bruggen gebouwd worden. We moeten de circulaire economie zelf niet gaan zien als losse schakel.”

Foto's: Suez