13-06-2018 13:30 | Door: Joyce de Thouars

De circulaire economie moet in 2050 een feit zijn. Dat dwingt bedrijven ertoe om ambitieuze duurzaamheidsstrategieën te ontwikkelen of verder aan te scherpen. Het sluiten van ketens volgens een circulair model is een behoorlijke uitdaging. Anders denken, innovatie en lef zijn nodig om te slagen.

Het verduurzamen van verpakkingen speelt een grote rol in de transitie naar een circulaire economie. Gedreven door duurzame ambities en een groeiende ongerustheid over de toenemende vervuiling door plastic verpakkingen, nemen steeds meer bedrijven hun verpakkingsportfolio onder de loep. Aankondigingen van grote namen zoals Coca-Cola, Unilever, L’Oréal en PepsiCo op het World Economic Forum in Davos eerder dit jaar klonken veelbelovend.

De bedrijven maken onderdeel uit van een grotere groep, samen goed voor 6 miljoen ton plastic verpakkingen per jaar, die willen dat in 2025 hun verpakkingen 100 procent herbruikbaar, recyclebaar of composteerbaar zijn. De doelstelling van de Europese Commissie is iets voorzichtiger en stelt dat in 2030 alle plastic verpakkingen herbruikbaar of volledig recyclebaar zijn. Zijn deze doelstellingen echter vergaand genoeg?

Wat betekent volledig recyclebaar?

Jurgita Girzadiene, Sustainability manager bij verpakkingsgigant Smurfit Kappa, juicht de initiatieven toe maar is tegelijkertijd ook kritisch. “Wat wordt met recyclebaar bedoeld?”, vraagt Girzadiene zich af. “In de doelstellingen is niet overal gedefinieerd wat dat precies inhoudt.”

Veel plastic verpakkingen zijn namelijk vanuit een technisch oogpunt recyclebaar. “Dat betekent echter niet dat het ook daadwerkelijk gebeurt”, waarschuwt Girzadiene. Data van Eurostat laten zien dat in Europa jaarlijks 71 procent van de op de markt gebrachte plastic verpakkingen wordt ingezameld. Hiervan wordt echter maar 43 procent gerecycled. Het ontbreken van de benodigde infrastructuur is vaak onderdeel van het probleem.

"Technische recyclebaarheid van plastic betekent niet dat dit ook daadwerkelijk gebeurt"

Bij papier, het materiaal dat Smurfit Kappa voor de productie van zijn verpakkingen gebruikt, is het verschil tussen het inzamel- en recyclingpercentage lager. Jaarlijks wordt 91 procent van het papier ingezameld, waarvan 83 procent wordt gerecycled. Bovendien is papier dat toch in het milieu terecht komt biologisch afbreekbaar. Dat in tegenstelling tot plastic dat honderden jaren lang in de oceaan kan drijven.

“We zijn heel trots op het hoge recyclingpercentage van papier maar we hebben het nooit over de 17 procent die niet wordt gerecycled”, reflecteert Girzadiene. “Doordat het afbrekingsproces twee maanden duurt, verdwijnt het papier zelfs in het slechtste scenario uit het systeem.”

Girzadiene is al 20 jaar werkzaam bij Smurfit Kappa, waarvan de laatste tien jaar als sustainability manager. In haar rol ondersteunt ze klanten, waaronder grote merken uit de voedsel- en drankenindustrie, bij het optimaliseren en verduurzamen van hun verpakkingen. Een audit op de verpakkingsportfolio van een klant om te kijken waar alternatieven van golfkarton aangeboden kunnen worden, maakt hier onderdeel van uit.

Kan papier plastic vervangen?

Levert de verhitte discussie over plastic vervuiling en de goede recyclingprestaties van papier dan ook kansen op voor de papierindustrie? “Ja en nee. Om te beginnen moeten we open zijn over het feit dat plastic en papier compleet verschillende technische eigenschappen hebben. Het is onmogelijk om al het plastic in de wereld met papier te vervangen”, zegt Girzadiene resoluut.

Dat betekent dat er vanuit de papiersector niet direct een oplossing voor handen is om primaire verpakkingen van plastic, waar het meeste kritiek op is, te vervangen. “Wegwerpbekers en voedselverpakkingen liggen het meeste onder vuur. Maar we kunnen deze verpakkingen niet zomaar van papier maken, omdat deze simpelweg niet de vereiste eigenschappen hebben,” aldus Girzadiene.

Verpakkingen waarbij plastic wel door karton kan worden vervangen, zijn bijvoorbeeld plastic kratten. Agrarische producten zoals komkommers en tomaten worden voornamelijk in herbruikbare plastic kratten naar supermarkten vervoerd. “In plaats daarvan kan golfkarton gebruikt worden, dat dezelfde bescherming biedt”, vertelt Girzadiene. “Het gebruik van dit alternatief hoeft ook geen gevolgen te hebben voor de verpakkingslijn van de producent.”

Een andere verpakking waarbij karton als alternatief gekozen kan worden is krimpfolie. Dit plastic folie wordt gebruikt om meerdere flessen te verpakken. Girzadiene legt uit: “Een golfkartonnen tray is een duurzame oplossing die dezelfde functie uitoefent. Een dergelijke verandering betekent echter wel een aanpassing van het verpakkingsproces.”

Smurfit Kappa heeft nog meer innovatieve oplossingen die kunnen bijdragen aan de verduurzaming van verpakkingen, maar in sommige gevallen vergt dat grotere investeringen in het verpakkingsproces. De bag-in-box-verpakking is een voorbeeld. Dit is een plastic zak in een kartonnen doos, waarmee vloeibare of semi-vloeibare levensmiddelen zoals wijn en sappen verpakt kunnen worden. Wel weer plastic maar het voordeel is dat na het consumeren het plastic makkelijk te scheiden is van het papier voor optimale recycling.

Zijn gerecyclede vezels duurzamer dan maagdelijke vezels?

Als er voor karton gekozen wordt als verpakkingsmateriaal, is het dan vanuit duurzaam perspectief belangrijk of er primaire of gerecyclede vezels worden gebruikt? “Primaire en gerecyclede vezels kan je niet los van elkaar zien”, stelt Girzadiene. “Ze maken namelijk onderdeel uit van dezelfde cyclus.”

In het productieproces van karton is altijd een deel primaire vezels nodig. Bij elke recyclingbeurt verliest de vezel namelijk aan kracht, terwijl stevigheid een belangrijke eigenschap is van karton. Bovendien mogen in het geval van verpakkingen die direct met voedsel in contact komen, helemaal geen gerecyclede vezels gebruikt worden.

Toch willen klanten soms van Girzadiene weten welk van de twee duurzamer is. “Het hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Als het om de CO2-voetafdruk gaat dan zijn primaire vezels beter dan gerecyclede.” De verklaring is simpel. Girzadiene legt uit: “Als we primaire vezels gebruiken dan starten we bij de boom, waarvan de stam voor 50 procent uit vezels bestaat en de rest uit lignine dat de vezels samenhoudt. Dit lignine wordt omgezet in energie, welke weer gebruikt wordt voor het productieproces.”

"Door uitsluitend gerecyclede materialen te gebruiken wordt de verantwoordelijkheid om de boom te kappen doorgeschoven"

Bij productieprocessen voor gerecyclede vezels wordt echter vooral energie uit fossiele bronnen gebruikt. Daardoor is de CO2-voetafdruk hoger dan die van primaire vezels. Gewicht is ook een belangrijk criterium om de duurzame impact van de vezel te bepalen. Veel bedrijven hebben namelijk afval als een pijler op de agenda, wat in gewicht wordt gemeten.

“Als je dus minder afval aan het einde van je processen wil dan heb je aan het begin verpakkingen met een zo laag mogelijk gewicht nodig”, licht Girzadiene toe. “En dat is mogelijk met primaire vezels omdat daar in vergelijking met gerecyclede minder van nodig zijn voor eenzelfde prestatie.”

Girzadiene vindt het onverantwoord als bedrijven zich ten doel stellen om alleen verpakkingen van gerecycled papier in hun portfolio te hebben. “Het is onverantwoordelijk omdat vezels maar zeven of acht keer gerecycled kunnen worden. Door alleen gerecycled materiaal te gebruiken schuif je de verantwoordelijkheid om de boom te kappen naar iemand anders.” Girzadiene vervolgt: “De meest natuurlijke aanpak is om een gedeelte van het verpakkingsportfolio uit gerecycled materiaal te laten bestaan en een gedeelte uit primair materiaal.” Doordat Smurfit Kappa met keurmerken van FSC, PEFC en SFI werkt, wordt bovendien gegarandeerd dat bossen duurzaam beheerd worden.

Verhoogd duurzaam bewustzijn

Naast verpakkende producenten mengen retailers zich ook steeds meer in het debat over vervuilende verpakkingen. Zo maakten M&S en Walmart ook onderdeel uit van de eerdergenoemde groep bedrijven, die hun plastic verpakkingen wil aanpakken.

Girzadiene vindt dat een positieve ontwikkeling: “Het is een belangrijke boodschap richting consumenten en leert deze groep ook om meer duurzame keuzes te maken.” De Britse supermarktketen Iceland was de eerste die binnen vijf jaar het plastic uit de verpakkingen van zijn eigen merkproducten wil faseren. “Dit is een belangrijke boodschap omdat het ook verpakkende producten dwingt om kritischer naar hun verpakkingen te kijken”, meent Girzadiene.

Bedrijven realiseren zich steeds meer dat duurzaamheid niet iets is wat je erbij doet. “Het is niet zo dat je drie dagen per week je werk doet en twee dagen per week iets op het gebied van duurzaamheid oppakt”, zegt Girzadiene, “Het is integraal, onderdeel van de strategie, het businessmodel.” Ze herinnert zich dat het er tien jaar geleden, toen ze net als sustainability manager begon, nog anders aan toeging.

“Opeens begonnen steeds meer bedrijven te praten over CO2-emissies, en wilde men bijvoorbeeld weten wat de koolstofvoetafdruk van een bepaalde bedrukte verpakking”, blikt Girzadiene terug. Calculaties werden ad hoc uitgevoerd omdat er nog geen globale standaard was om een koolstofvoetafdruk van een product te berekenen. “Dat is nu gelukkig anders”, besluit Girzadiene, “met het Klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals is er een framework dat bedrijven helpt om te verduurzamen.”

Interview | Foto: Adobe stock (hoofd), Jurgita Girzadiene (tekst)