18-09-2019 07:13 | Door: Sanne Bode

Als ‘Waste-to-product’-bedrijf weet Renewi als geen ander hoe zij vraag en aanbod van secundaire grondstoffen bij elkaar kan brengen. Via verschillende bedrijfsonderdelen stimuleert Renewi het terugbrengen van afgedankte materialen zodat deze zo lang mogelijk in omloop blijven.

De vraag naar secundaire grondstoffen neemt steeds verder toe. Secundaire grondstoffen zijn herwonnen stoffen uit eerder toegepaste grondstoffen of afvalstoffen die, door een behandeling of proces opnieuw als grondstof kunnen worden gebruikt. Meestal gebeurt dat nadat ze zijn ingezameld, gescheiden, gesorteerd, geprepareerd of bewerkt en tenslotte opnieuw worden verwerkt tot grondstof.

BREEAM

Zeker ook vanuit de bouwsector ziet Kim Meulenbroeks, manager consultancy bij Renewi, een stijgende vraag naar secundaire grondstoffen. Volgens haar heeft dat onder andere te maken met de BREEAM certificering die door opdrachtgevers van bouwprojecten steeds vaker wordt gevraagd. Voor deze certificering wordt de duurzaamheid gemeten en beoordeeld van nieuwe en bestaande gebouwen, gebieden en sloopprojecten.

Meulenbroeks: “BREEAM legt de lat bewust hoog, waardoor de markt wordt gestimuleerd bestaande processen te herzien en aan te passen.” Aan deze projecten hangt vaak een hoger prijskaartje, niet per se vanwege het duurzaamheidsaspect, maar omdat het geen standaard business is en afwijkt van de op efficiënte ingeregelde dagelijkse processen.

“Bij een normaal bouwproject wordt er vaak vooral geconcurreerd op prijs. Daardoor probeert iedere aanbieder ook de afvalverwerking zo efficiënt mogelijk in te regelen. Bij BREEAM projecten kan er juist ook goed worden gescoord op het duurzaamheidsaspect, waardoor we bijvoorbeeld wel eens verder moeten rijden voor hoogwaardigere verwerking.”

Behalve dat de opdrachtgever verwacht dat er volgens deze nieuwe standaard wordt gebouwd, zijn er ook andere redenen. Bij duurzaam gebouwde gebouwen wordt er niet alleen goed gescoord op CO2-besparing, maar bovendien is de leefomgeving vaak prettiger om bijvoorbeeld in te werken. Ten slotte kunnen bouwbedrijven een gedeelte van de bouwkosten terugkrijgen als er volgens deze methode wordt gebouwd.

Renewi adviseert klanten met name op het gebied van BREEAM New Build en BREEAM In Use. Meulenbroeks: “Wij krijgen vragen vanuit de bouwmaterialensector over het aanleveren van secundaire grondstoffen, bijvoorbeeld voor de productie van nieuwe bakstenen.”  

Mineralz

Mineralz is één van de bedrijfsonderdelen van Renewi die secundaire grondstoffen voor de bouwsector produceert. Zij recyclen mineralen uit reststromen tot secundaire grondstoffen. Deze worden op de markt gebracht onder de merknaam Forz, dat producten levert met een lage milieu kosten indicator waarde (MKI). “Met Forz hanteren we een holistische kijk op de totale hoeveelheid materialen die al in omloop is. We moeten geen nieuwe grondstoffen meer delven, maar kijken hoe we materialen opnieuw kunnen inzetten”, aldus Meulenbroeks.

"Als je afval in nieuwe materialen verwerkt, moet je de kwaliteit van je eindproduct goed kunnen waarborgen"

Het bedrijf past kennis over reinigings- en immobilisatietechnieken op innovatieve wijze toe om de secundaire grondstoffen te kunnen produceren. Daarnaast voert Mineralz zelf innovaties uit in samenwerking met ketenpartners zoals universiteiten, kennisinstituten en afnemers.

Strenge eisen

Er gelden uiteraard strenge eisen waar secundaire grondstoffen aan moeten voldoen. Voor alle bouwmaterialen zijn bijvoorbeeld normen opgesteld waaraan deze worden getoetst. Meulenbroeks: “Als je afval in nieuwe materialen verwerkt, dan moet je de kwaliteit van je eindproduct goed kunnen waarborgen. Er wordt heel streng naar afval gekeken om te zorgen dat er bijvoorbeeld geen gevaarlijke stoffen in zitten. Daarom is het belangrijk dat die strenge eisen er zijn.”

De wet- en regelgeving is bedoeld om het milieu te beschermen, niet om de circulaire economie te bevorderen. “Dat knelt soms”, beaamt Meulenbroeks. “Hierdoor mogen wij het afval alleen naar een erkende instantie brengen, die het als afval inneemt. Terwijl dat vanuit het oogpunt van de circulaire economie moeilijk te begrijpen is.”

De Europese Commissie stelde eind 2015 een ‘End-of-waste’-actieplan in als oplossing waardoor afval eenvoudiger kan worden hergebruikt als grondstof voor nieuwe producten. Op die manier kunnen afvalverwerkers een substantiële bijdrage leveren aan de doelstellingen voor het realiseren van een circulaire economie.

Maar ook dan zijn er tussenstappen nodig om het afval op een zo hoogwaardige manier terug te brengen. Meulenbroeks: “Laatst hadden wij een speciale dag met ondernemers georganiseerd waarbij we onder meer met meubelmakers en kunstenaars verschillende afvalmateriaalstromen hebben bekeken. Daaruit kwam dat veel afval niet meer bruikbaar is om het direct opnieuw te gebruiken. Daar is meer voor nodig.”

Ketensamenwerkingen

Om het afval zo goed mogelijk terug te brengen, is een ketenaanpak essentieel. Meulenbroeks noemt als voorbeeld de samenwerking tussen Renewi en Rockwool, genaamd Rockcycle. Hiermee worden steenwolresten van de bouwplaats ingezameld voor recycling. In deze samenwerking verzorgt Renewi de logistiek door containers te plaatsen en weer op te halen zodat steenwolresten eenvoudig worden ingezameld en gescheiden blijven van het overige bouwmateriaal.

Resten steenwol worden hergebruikt voor nieuwe hoogwaardige isolatieproducten van steenwol. 

In de recyclingfabriek van Rockwool worden de resten steenwol hergebruikt voor productie van nieuwe hoogwaardige isolatieproducten van steenwol. Meulenbroeks: “Dat lukt alleen als het afval zuiver genoeg blijft zodat je een bepaalde kwaliteit grondstoffen kunt garanderen. Dat mag wat meer kosten omdat er meer waarde gehecht wordt aan het eindproduct.”

Een andere succesvolle samenwerking loopt momenteel met afvalverwerker AVR en betonleverancier De Hamer. Deze bestaat uit het produceren van betonnen tegels of stoepranden uit de as van huisvuilverbranding. Het gaat jaarlijks om gemiddeld 30 kilogram as op 150 kilogram afval per bewoner per jaar. Na de verbranding blijft een zogeheten ‘bodemas’ over. Mineralz bewerkt de bodemas alvorens het wordt gewassen. Daarna zijn de askorrels geschikt om zand en grind te vervangen in de betonindustrie en kunnen ze in stoeptegels worden toegepast. 

100 procent circulair in de toekomst?

Volgens Meulenbroeks zijn we op de goede weg, al is 100 procent circulaire materialen nog ver weg. “Er is altijd iets van verlies als je gebruikte materialen wilt terugbrengen in de keten, of je moet er virgin materiaal aan toevoegen om er weer nieuwe producten van te maken.”

Lees ook het artikel: Hoe Renewi afval een tweede leven geeft

Daarnaast haalt Meulenbroeks nog een ander punt aan: “Bouwmaterialen die we nu willen hergebruiken of recyclen, zijn soms al vijftig jaar geleden gemaakt. Toen werden er andere grondstoffen gebruikt, die we vandaag de dag niet meer in nieuwe producten willen toepassen. Deze moeten dus uit de keten worden verwijderd. Neem bijvoorbeeld de kunstgraskorrels waarvan we een paar jaar geleden ontdekten dat ze schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de mens. Bij de aanleg van kunstgrasvelden destijds was die kennis er nog niet.

Tegelijkertijd betekent dat als je nu iets verandert om de recyclebaarheid te verbeteren, je daar pas over vijftig jaar de vruchten van plukt. Daarin zit een vertraging, maar tegelijkertijd ontwikkelt de techniek zich razendsnel. Het is dus mogelijk dat we nu iets ontwikkelen waarvan we over dertig jaar zeggen: ‘dat had anders gemoeten.’ Het produceren en toepassen van secundaire grondstoffen is en blijft een interessant maar ook zorgvuldig proces.”

Meer lezen over dit onderwerp?

Lees het rapport: ‘Scaling the circular built environment pathways for business and government’ (november 2018). 

Beeld: Renewi.