07-12-2018 14:30 | Door: Martijn van der Donk

‘Durven kiezen met gezond verstand’, die titel prijkt op het laatste duurzaamheidsverslag van Albron. Kiezen betekent voor de foodservice organisatie echter veel meer dan de keuze voor het ene of andere duurzaamheidskeurmerk. Welke impact heeft een keuze op de gehele keten? Volgens Algemeen directeur Teun Verheij en Ineke Snijders, manager Kwaliteit ligt de tijd van greenwashing en mooie praatjes achter ons. Duurzaamheid is onlosmakelijk verbonden met dilemma’s. Het wordt tijd dat bedrijven dat gaan erkennen.  

Is niet durven te kiezen samengevat het probleem van veel bedrijven die willen verduurzamen?

Teun: “Het gaat erom dat je een bewuste keuze maakt. Kiezen voor het ene duurzame aspect betekent ook vaak dat je aan het andere aspect minder aandacht schenkt. Duurzaamheid onder de streep noemen we dat. Wat is de impact van een duurzame maatregel op de hele keten? Neem streekproducten als voorbeeld. Wellicht goed voor de lokale economie en de positie van de boer. Maar wat is de invloed op het aantal vervoerskilometers, het efficiënte gebruik van landbouwgrond of benutting van mest? Bij verduurzaming heeft men vaak alleen oog voor de positieve aspecten van verduurzaming. Het keurmerk Beter Leven is daarvan een goed voorbeeld. Scoor je als pluimveehouder daar goed op, dan is het dierenwelzijn misschien goed gesteld. Op de fijnstofuitstoot heeft dat echter een zeer negatief effect, omdat alle kippen buiten lopen. Dat soort single issuekeurmerken zijn een ramp als je echt wilt verduurzamen.”

Hoe is duurzaamheid terug te zien in de organisatie van Albron?

Teun: “Duurzaamheid, en dan in het bijzonder de sociale vorm van duurzaamheid is het fundament geweest voor de oprichting van ons bedrijf. Zo is Albron ontstaan uit een fusie van twee bedrijven die met alcoholvrije koffiehuizen de alcoholproblematiek op de werkvloer wilden aanpakken. Arbeiders belandden destijds na hun werk vaak in de kroeg, omdat daar vaak de nieuwe klussen werden vergeven. Ze spendeerden een groot deel van hun loon aan drank. Dat zorgde voor veel sociale en financiële problemen binnen gezinnen. Die sociale vorm van duurzaamheid is in ons DNA blijven zitten. Zo vinden we het belangrijk om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een kans te geven om weer aan de slag te gaan. Gedurende de jaren is daarin de milieukant van duurzaamheid ook steeds belangrijker geworden.”

Twee jaar geleden is Facilicom mede aandeelhouder van Albron geworden Daarmee is cateringbedrijf Prorest geïntegreerd in Albron. Was het lastig om beide partijen op het gebied van duurzaamheid op een lijn te krijgen?

Teun: “Natuurlijk waren er in het begin verschillen. Albron was op het gebied van duurzaamheid al langer actief. Daar hebben we wat stappen in moeten zetten om dat op een lijn te krijgen. Nu dat het geval is kunnen we met behulp van onze schaalgrootte die transitie nog meer versnellen.”

Als foodservice organisatie ben je wat betreft verduurzaming ook afhankelijk van ketenpartners, zoals leveranciers. Hoe krijgen jullie die mee?

Ineke: “Samenwerking en dialoog zijn voor ons essentieel. Wij vinden dat je je eigen duurzaamheidsprincipes niet moet afwentelen op de leverancier. Op die manier zijn we bijvoorbeeld het gesprek aan gegaan met Friesland Campina om de zuivelproducten te verduurzamen zonder weer een apart keurmerk.”

Teun: “Samenwerking met leveranciers betekent wat ons betreft een lange-termijnsamenwerking. Dat zie je terug in onze samenwerking met het duurzame pluimveebedrijf Kipster. Wij hebben hen een vijfjarige garantie gegeven voor afname van hun producten. Dat is wat anders dan een tender uitschrijven. Met zo’n garantie kun je als leverancier ook gemakkelijker een financiering rond krijgen.”

Lees ook: Tweede Kipster-stal gaat Albron en Efteling van eieren en vlees voorzien

Aan het eind van de keten ligt ook een aardige uitdaging voor Albron. Jullie klantportfolio wordt steeds gevarieerder. Hoe stem je daar je duurzaamheidsbeleid op af?

Teun: “Dat is inderdaad een trend waar we op in moeten spelen. Waar we tien jaar geleden grotendeels de catering van personeelsrestaurants verzorgden, bedienen we nu ook klanten als Center Parcs en de organisatie van de TT van Assen. Daarin is duurzaamheid overigens niet het enige aspect dat naar voren komt. Ook gezond, lekker en betaalbaar zijn aspecten die voor ons net zo belangrijk zijn. Per klant bekijken we wie de doelgroep is en wat realistische maatregelen zijn op bijvoorbeeld het bereiken van meer duurzaamheid. Overstappen naar volledig vegetarisch is gemakkelijker te realiseren in een bedrijfsrestaurant dan bij de TT van Assen. Wij willen mensen niet het gevoel geven dat duurzaamheid ze door de strot wordt geduwd.”

Ineke: “Dan nog zijn er talloze minder dwingende manieren om te verduurzamen. Laten we het motorevenement in Assen weer als voorbeeld nemen. De frikandel gaan we de klant niet onthouden, maar dan nog kunnen we veel doen om hem zo duurzaam mogelijk aan te bieden, bijvoorbeeld door hem in duurzaam frituurvet te bakken en hem aan te bieden in een bakje van gerecycled materiaal.”

Teun: “Op dat evenement is veiligheid ook een heel belangrijk aspect waarin we als foodservice organisatie onze verantwoordelijkheid nemen. Zo promoten we ook alcoholvrij bier. Om zo de situatie op de weg met alle motorrijders zo veilig mogelijk te maken.”

Is het lastig om met klanten en producenten in gesprek te gaan over duurzaamheid?

Teun: “Nee, 10 jaar geleden was het minder gebruikelijk om het thema aan te snijden, maar duurzaamheid is inmiddels een niet meer weg te denken onderdeel van de gesprekken geworden. Bij overheid- en semi-overheidsorganisaties is het een zwaarwegend onderdeel van de tenderprocedure geworden, maar ook voor andere bedrijven is duurzaamheid een basisvoorwaarde geworden.”

Ineke: “Bij verduurzaming heb je echt de hele keten nodig. We zijn nu bezig om van al onze producten een Life Cycle Analyse te maken. Dat houdt in dat we onder andere de CO2-footprint aan het meten zijn. Daarvoor verzamelen we veel data, zoals het percentage dierlijke en plantaardige eiwitten, land-, watergebruik, etcetera. De medewerking van de fabrikant is daarin essentieel.”

Hoe bewerkstelligen jullie verduurzaming binnen de eigen organisatie?

Teun: “Ook daar passen we de filosofie van keuzes durven maken toe. Keuzes waar we met de hele organisatie achter staan. Het kan dus niet zo zijn dat Ineke tegen de inkoper zegt: het moet duurzamer en dat ik daarna zeg dat de inkoop 5 procent goedkoper moet."

Verduurzaming binnen onze eigen organisatie betekent ook keuzes durven maken die misschien niet bij iedereen goed vallen, zoals in het leasewagenpark alleen nog een auto aanbieden met minimaal een label C of het nemen van stimulerende maatregelen om het aantal autokilometers van medewerkers terug te dringen. Daarin aan ons de taak om medewerkers uit te leggen welke impact bijvoorbeeld dat stukje vlees heeft op het milieu. We zijn recent als een van de hulpmiddelen een e-learningprogramma gestart om dat bewustzijn te vergroten. De kern is toch een persoonlijke overtuiging van mensen om bij te dragen aan de maatschappij.”

Lees ook: Hoogleraar Rob van Tulder: 'Bedrijf met duurzame ambitie moet durven kiezen'

Afbeeldingen: Albron & Shutterstock