05-07-2019 11:50 | Door: Bas Joosse

Kledingmerken in Nederland zijn in 2018 meer duurzame materialen gaan gebruiken voor hun kleding.  Ook maken diverse kledingbedrijven inzichtelijk welke risico’s er zijn in hun bevoorradingsketen. Dit meldt het Convenant Duurzame Kleding en Textiel in een nieuwe jaarlijkse rapportage.

De  kledingbedrijven zijn aangesloten bij het Convenant Duurzame Kleding en Textiel, dat in 2016 gelanceerd werd. In het convenant nemen 89 organisaties deel; van kledingmerken en brancheorganisaties tot vakbonden en overheden.

Risico's in kaart brengen

Bedrijven die al sinds 2016 deelnemen, zijn dit jaar verplicht om openbaar te maken welke risico’s er zijn in hun bevoorradingsketen op het gebied van arbeidsomstandigheden, milieu en dieren. Ook moeten de bedrijven duidelijk maken wat ze aan deze risico’s doen. Bij de start van het convenant zetten circa 55 bedrijven en organisaties hun handtekening. Daaronder waren grote bedrijven als De Bijenkorf, Hema, O’Neill, Prénatal en C&A.

Lees ook: Dierenwelzijn vaak ondergeschoven kindje in kleding- en textielsector

‘Dit is een belangrijke vooruitgang op weg naar meer transparantie in de wereldwijde textielketen en een grote stap voor een aantal van de deelnemende merken”, zegt Pierre Hupperts, voorzitter van het convenant. “Het eerste jaar zal het rapporteren over risico’s nog niet overal perfect zijn, we zitten samen in een leerproces om bedrijven hierin verder te helpen. We nodigen maatschappelijke organisaties uit om hun bevindingen met ons en de merken te delen.”

Productielocaties zichtbaar

Op de nieuwe lijst is de stand van zaken bij bijna 6.000 productielocaties te vinden. Vorig jaar werden nog 4.268 locaties vermeld. Volgens de SER komt de stijging van het aantal locaties doordat bedrijven hun bevoorradingsketen verder in kaart gebracht hebben. De locaties van de fabrieken waar kleding geproduceerd wordt, zijn dit jaar via een website inzichtelijk gemaakt.

Toename duurzame materialen

Bedrijven die ook in 2018 hun prestaties rapporteerden, zijn meer duurzame materialen gaan gebruiken. Vorig jaar lag dat percentage op 29 procent, nu is dat gestegen naar 37 procent. Onder andere via het Better Cotton programma zetten bedrijven in op verduurzaming. Het gebruik van duurzaam katoen steeg van 44 procent naar 57 procent. Gerecycled katoen wordt volgens de SER nog beperkt gebruikt in de kleding- en textielbranche. Dat komt vooral door de kwaliteit van de gerecyclede vezels; die is voor sommige bedrijven nog onvoldoende.

Meer marktaandeel nodig

Volgens de SER doet nu ongeveer 50 procent van alle bedrijven op de Nederlandse markt mee met het convenant. Eind volgend jaar moet 80 procent van de markt zich aangesloten hebben. Om ook grote internationale bedrijven aan boord te krijgen, moet internationale samenwerking gezocht worden.

Lees ook: Circulaire lessen uit de brillenindustrie

Bron: Sociaal Economische Raad | Afbeelding: Adobe Stock