13-12-2019 14:30 | Door: Sanne Bode

De Green Deal moet Europa transformeren naar het eerste klimaatneutrale continent ter wereld in 2050. Het oude model, gebaseerd op fossiele grondstoffen, is niet meer in lijn met een duurzame planeet. De nieuwe strategie moet de aarde meer teruggeven dan wegnemen. Tapijttegelfabrikant Interface laat zien dat ook bedrijven rendement kunnen maken terwijl ze verduurzamen. Gebaseerd op de 25-jarige duurzaamheidsreis, geeft duurzaamheidsmanager Geanne van Arkel tips: hoe kan je als bedrijf concrete stappen zetten?

Al 25 jaar werkt Interface aan het verduurzamen van het bedrijf. Dat proces verliep met vallen en opstaan. De duurzaamheidsreis leverde Interface negen vooraanstaande Lessen voor de Toekomst op. Duurzaamheidsmanager Geanne van Arkel licht vier lessen toe, die inspiratie en concrete handvatten bieden aan bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden om zelf te kunnen bijdragen aan ‘The Future We Want’.

Les 1: Kies voor een circulaire aanpak

Van begin af aan was de natuur een belangrijke inspiratiebron voor Interface. Van Arkel: “Aan de hand van de Biomimicry-filosofie heeft het bedrijf zeven ‘fronten’ opgesteld om als organisatie te kunnen werken zoals de natuur dat doet. Dat betekent: werk zonder afval, met gezonde materialen, met hernieuwbare energie, aan het sluiten van cirkels, zoveel mogelijk lokaal en met zoveel mogelijk mensen samen en ontwikkel nieuwe partnerschappen en businessmodellen.”

Door intensieve samenwerking met toeleveranciers en dankzij continue innovatie is inmiddels 54 procent van de grondstoffen die voor de tapijttegels gebruikt worden gerecycled of biobased. De bovenkant van een tapijttegel kan al gemaakt worden van 100 procent gerecycled nylon. “Dit garen wordt nu niet alleen in de hele sector, maar zelfs in de modewereld - van H&M tot Prada - toegepast.”

“Vloerbedekking wordt normaliter verlijmd"

Recent heeft het bedrijf een biobased alternatief ontwikkeld ter vervanging van de 15 procent fossiele olie in de onderkant van de tapijttegel. “Dit is om de tapijttegel flexibel te houden.” Het totaal aandeel niet-fossiele grondstoffen in een Interface tapijttegel met deze CircuitBac Green rug kan oplopen tot 87 procent. Het is tevens belangrijk om te kijken naar de context, stelt Van Arkel. “Vloerbedekking wordt normaliter verlijmd. Samen met een bioloog ontwikkelde Interface al in 2006 een lijmvrije methode om te zorgen dat lijm de ondervloer en de tapijttegels niet vervuild, om recycling en hergebruik te stimuleren.”

Stimuleren van hergebruik

Interface werkt sinds 2007 continu aan de bestaande recyclingmogelijkheden. Daarnaast zet het bedrijf in op het stimuleren van hergebruik. Samen met partners worden tapijttegels, die terugkomen via het ReEntry terugnameprogramma van Interface, uitgesorteerd voor hergebruik of recycling. En als dat niet mogelijk is, wordt de energie en een deel van de grondstoffen herwonnen door de tapijttegel te verwerken in de cementindustrie.

In Nederland werkt Interface samen met Sparo als ReUse partner, die ervoor zorgt dat ervaren tapijttegels een tweede leven krijgen, zowel commercieel als sociaal. “Op deze manier werkt Interface continu aan het realiseren van de circulaire economie met een zo laag mogelijk CO2-voetprint en uiteindelijk zelfs met een CO2-negatieve voetprint om regenererend, klimaatpositief te ondernemen.”

Les 2: Om alles te veranderen, heb je iedereen nodig

Natuurlijk helpt het als de CEO of directeur een ‘Green Leader’ is, maar in deze tijd van exponentiële verandering is een top-down aanpak niet genoeg. “Iedereen in jouw organisatie moet duurzaamheid zien als zijn of haar rol, en op basis van de eigen expertise en persoonlijke passie daarmee aan de slag gaan”, zegt Van Arkel.

In de jaren negentig heeft Interface gewerkt met het model voor strategische duurzame ontwikkeling van The Natural Step. “Een holistische aanpak waarbij elke beslissing - of het nu om product-, proces- of systeemontwikkelingen gaat - die wordt genomen, wordt getoetst aan onze ambitie, gebaseerd op de vier spelregels voor duurzame ontwikkeling.”

Ambassadeursnetwerk

Daarnaast is het volgens de duurzaamheidsmanager belangrijk om mensen te raken, zowel binnen als buiten je organisatie. “Door het opzetten van het FastForward to 2020 programma ontstond binnen Interface een ambassadeursnetwerk dat niet alleen intern duurzaamheid heeft versneld, maar ook externe stakeholders bij de ambitie van Interface om een herstellende bijdrage te leveren aan milieu en maatschappij heeft betrokken.”

Door als organisatie de hulpvraag te stellen aan je medewerkers, zet je hen in hun kracht op basis van hun expertise, benadrukt Van Arkel. “Door de mogelijkheid te bieden om op basis van passie projecten te realiseren als onderdeel van het ambassadeurschap, creëer je betrokkenheid en zingeving: purpose.

Zo hebben juist de inkopers bij Interface samengewerkt met garenleveranciers om gerecyclede alternatieven voor het garen van de tapijttegels te ontwikkelen. De verkoopcollega’s ondersteunen weer klanten bij het realiseren van ‘Positive Spaces’, die gezond zijn voor mens en milieu, maar ook mooi en inspirerend!”

Les 3: Maak een rimpel, creëer een golf

Van Arkel doorliep zelf ook het ambassadeursprogramma en schreef voor haar ambassadeurschap een voorstel. “Dat ging over hoe we door succesvolle mislukkingen en best practices te delen een nog grotere impact kunnen hebben als bedrijf.” Het leidde tot de ontwikkeling van haar huidige rol als ‘hoofd duurzame ontwikkeling’. “Juist door te delen wat je ambitie is, wat je hebt geleerd en wat je uitdagingen zijn, kun je duurzame ontwikkeling versnellen, is mijn ervaring”, deelde Geanne op 19 november jl. tijdens de lancering van het rapport ‘Lessen voor de toekomst’.

Behalve successen waren er ook mislukkingen. Zo was er een plan om met een FairTrade-organisatie in India samen te werken aan de ontwikkeling van een sociaal vloerbedekkingsproduct van biobased reststromen zoals riviergras en bananenbladeren. Het project mislukte omdat het resultaat, de Just-vloertegel, niet voldeed aan de functionele eisen van klanten. “Het hield geen fijnstof vast en droeg niet bij aan een verbeterde akoestiek, zoals de reguliere tapijttegel”, vertelt Van Arkel.

Visnetten

Desondanks leidde deze mislukking juist tot de samenwerking met een non-gouvernementele organisatie om spooknetten, die de biodiversiteit in rivieren aantasten, in te zamelen in een inclusief circulair programma, genaamd Net-Works. “Onze garenleverancier had al een samenwerking met een commerciële visserij in Scandinavië om hun afgeschreven visnetten tot nylongaren te verwerken. Maar in de zoektocht naar samenwerkingspartners was ook de problematiek van spookvisnetten naar boven komen drijven omdat deze niet degraderen maar zo’n zeshonderd jaar blijven rondzwerven.”

Een initieel klein project kan een enorme positieve impact hebben 

Binnen het Net-Works programma worden deze netten nu ingezameld door vissers in de Filipijnen, Kameroen en Indonesië. De ervaring van Net-Works kan Interface nu inbrengen in het NextWavePlastics initiatief van Dell en Lonely Whale, om ook voor andere soorten plastics inclusieve en circulaire oplossingen te ontwikkelen en vooral om te voorkomen dat plastics in de oceaan belanden. “Een initieel klein project kan zo een enorme positieve impact hebben en zelfs bijdragen aan het realiseren van de Sustainable Development Goals.”

Les 4: Leg de lat hoger

Al voor het realiseren van Mission Zero-doelstellingen in 2020, introduceerde Interface dit jaar een nieuwe ambitie met de Climate Take Back-missie. Hierover zegt Van Arkel: “Ook ik moest wennen aan het idee om voor 2020 de lat al hoger te leggen. Tegelijkertijd heb ik nu ervaren wat een enorme creativiteit en innovatiekracht er loskomt als je jezelf als organisatie uitdaagt. De ambitie kwam vanuit de hele organisatie omdat we met elkaar een stap verder willen gaan.”

Climate Take Back, de nieuwe missie om klimaatpositief, regenererend te ondernemen, heeft al geleid tot productinnovaties met een CO2-negatieve voetprint. “De klimaatneutrale vloeren, zoals wij binnen het Carbon Neutral Floors programma aan onze klanten leveren is maar het begin. Doordat de CO2 voetprint van ons productielocaties wereldwijd 96 procent lager ligt, kunnen we door met biobased grondstoffen te werken, producten ontwikkelen waardoor je per saldo CO2 vastlegt in een tapijttegel.”

Een eerste stap is de CircuitBac Green onderkant voor de tapijttegels, maar er zitten complete producten in de pijplijn. Interface biedt inmiddels een compleet portfolio van zachte en harde vloeroplossingen waarvoor de ambitie net zo hoog ligt.

Aan de slag

Los van het feit dat de noodzaak daar is, heeft Interface ervaren dat het bijdraagt aan het realiseren van een ‘purpose driven’ toekomstbestendig bedrijf. Het bedrijf heeft nu lagere kosten, meer betrokken medewerkers, een grotere innovatiekracht en een solide reputatie. Het onderneemt succesvol en circulair met een Live Zero lifestyle en lage CO2 voetdruk. Iedereen kan daarmee aan de slag: individu, gemeenschap, gemeente, school, bedrijf of overheid. De oplossingen zijn er al dankzij 3,8 miljard jaar ontwikkeling, pragmatisch bijeengebracht in Project Drawdown. “Dus ongeacht de resultaten van de klimaattop in Madrid kunnen we allemaal het verschil maken”, benadrukt Van Arkel.

Inspiratie: Lees en filmtips van Geanne van Arkel

Better Business Scan

Wilt u weten waar u met uw organisatie staat en waar de kansen liggen om bij te dragen aan het realiseren van de Sustainable Development Goals en zelfs klimaatpositief te ondernemen?
Doe dan de Better Business Scan van DuurzaamBedrijfsleven, die in samenwerking met de Erasmus Universiteit in Rotterdam is ontwikkeld.

V.l.n.r.: Yves Bonne, vice president & general manager Benelux, Oost-Europa en opkomende markten (Interface), Geanne van Arkel, duurzaamheidsmanager (Interface), Chad Frischmann, hoofdonderzoeker Project Drawdown en Kristel Verwimp, sales directeur Benelux (Interface). 

Beeld: Interface / Oscar Vinck.