13-05-2020 08:47 | Door: Rianne Lachmeijer

Textiel is na olie en energie de meest vervuilende industrie ter wereld. Met de positieve ontwikkelingen in de energiesector is zelfs de discutabele eerste positie in zicht. Dat moet anders vindt Anna van Puijenbroek van werkkledingbedrijf HAVEP. Zowel op het gebied van milieu als op sociaal vlak zijn de kansen groot. “Wij als westerse maatschappijen sleurden jarenlang het geld van arm naar rijk. Die pijplijn ligt er en kan rechtvaardiger worden ingezet. Het enige wat we hoeven te doen is een paar kleppen omdraaien en het geld stroomt ook de andere kant op.”

“Ik hoop dat het niet te veel stoort als ik een beetje wiebel”, begint Anna van Puijenbroek het gesprek. De CEO van HAVEP staat op de loopband. Op die manier voert zij veel gesprekken nu zij net als veel andere Nederlanders aan huis is gekluisterd.

 Het familiebedrijf HAVEP maakt al 155 jaar werkkleding en richt zich vooral op de Nederlandse, Duitse en Belgische markt. Het ondernemersverhaal van de familie begon in 1865 met de oprichting van een textielfabriek. Die basis groeide uit tot investeringsmaatschappij VP Capital, met verschillende andere eigen bedrijven en een investeringstak. VP Capital werkt met een ambitieuze agenda aan haar impact door duurzame vooruitgang te versnellen. “Als je 150 jaar bestaat, dan ben je per definitie duurzaam”, vindt Anna van Puijenbroek.

Duurzaamheid draaide voor de familie in eerste instantie om de mens. “Ik vind het zo leuk om in de textiel te werken, omdat je zoveel kunt doen voor vrouwen in arme landen”, zei de oma van Anna van Puijenbroek regelmatig. In de jaren zestig en zeventig opende de familie enkele ateliers in het buitenland en verplaatste ze een deel van de confectie naar Macedonië. Anna van Puijenbroek denkt dat toen het besef kwam dat ondernemen en ontwikkelen samengaan. Tot 2009 had HAVEP nog een weverij in Goirle. Ook veredelde het bedrijf de stoffen zelf.

Jullie hebben jullie milieu-impact laten doorrekenen door Ecochain, waar ligt de grootste impact?

“Onze impact ligt op diverse vlakken. Met kleding is het allerbelangrijkste hoe lang je het kunt dragen: de levensduur. Economisch gezien moet die kleding zo snel mogelijk stuk gaan, want wij verkopen kleding. Maar wij geloven dat we een milieubijdrage moeten leveren. Daarom investeren we in de levensduurverlenging van de kleding. Dat kun je bijvoorbeeld doen door andere materialen te gebruiken of stoffen op een slimmere manier te ‘finishen’ waardoor ze minder beschadigen. Het daagt ons uit om in de toekomst te kijken. Moeten wij bij verkoop blijven of moeten wij naar ‘lease’ of verhuur gaan? Dan zit het ook in het businessmodel dat kleding langer moet meegaan, dus dan wordt het een natuurlijkere ‘trigger’ dan dat het vandaag de dag is.

Het tweede zit hem in de vezel. Dus welke grondstof gebruik je? Moeten we focussen op polyester of op katoen? We zijn er nog steeds niet helemaal uit. Gerecycled katoen is technisch nog niet echt haalbaar en ook bijna niet in de markt te krijgen, maar tencel bijvoorbeeld wel. Op tencel proberen we nu zoveel mogelijk in te zetten. (Red. tencel is de merknaam van lyocell; een materiaal gemaakt van de eucalyptusplant).

De derde is groene stroom in het proces. De locatie in Goirle hebben we al enorm vergroend door zonnepanelen op het dak te leggen. We hebben ook een houtverbrandingsoven die werkt op biomassa. Wij gebruiken het afvalhout van het bos van de familie. Dat bos ligt naast het HAVEP-terrein. Daardoor zijn er amper vervoerslasten. We drogen het hout in opslag, verbranden het en het wordt ook weer aangeplant. We hebben trouwens ook geïnvesteerd in de ketel. Hij verbrandt heel goed. Daardoor blijft er slechts 2 tot 3 procent as na verbranding over.

Ten slotte laat Ecochain zien dat de impact van het verven en wassen van kleding ook enorm is. Daar liggen ook nog kansen.”

In 2025 wil HAVEP voor 90 procent circulair zijn, hoe staan jullie ervoor?

“Dat heb ik geroepen en is in print verschenen. Dat is mooi, want dat was ook de bedoeling. Of we in 2025 kunnen zeggen dat wij 90 procent circulair zijn? Nee, dat denk ik niet. Die 90 procent betekent dat we het niet halve bak willen doen. We kiezen er rigoureus voor. Alles wat circulair kan, gaan we circulair maken.

'Wij willen meer regie in de keten pakken om ervoor te zorgen dat die circulair wordt'

HAVEP heeft een duurzaamheidsmanager. Die zei: als jij zegt 90 procent circulair te willen zijn, dan wil ik het kunnen meten. Dus we hebben nu een aantal elementen concreet gemaakt. Dat zit tussen het Ellen MacArthur-model en de uitkomsten van Ecochain in. Dan gaat het om die dingen die ik eerder noemde, zoals grondstoffen en levensduur. Maar ook: slagen wij erin om al onze kleding die wij op de markt zetten op een of andere manier weer terug te krijgen in het textielproces? We zijn nu bezig met een retourprogramma met een partner. Die gaat samen met ons de kleding sorteren. Daaruit blijkt trouwens dat kleding die wij van eindklanten terugkrijgen soms ongebruikt is. Dat is bizar.

Met die geretourneerde kleding doen we nu proeven in India om te kijken of die weer op een of andere manier kunnen inzetten in de kledingindustrie. Om daar vandaag de dag al HAVEP-kleding van te maken, hebben we ontzettend hoge vezelkwaliteit nodig. Die technieken zijn nog niet op industriële schaal beschikbaar, maar dat maakt niet uit. Als wij erin slagen om die keten zo in te richten dat er bijvoorbeeld wel T-shirts in de mode gemaakt kunnen worden, dan vind ik dat ook goed. Dan komt er een tijd dat de vezel wel voldoende kwaliteit heeft, zodat wij ook op dat gerecyclede circuit kunnen inschakelen. Wij willen eigenlijk meer regie in de keten pakken om ervoor te zorgen dat die circulair wordt. Voor mij zou het perfect kunnen zijn als in de toekomst alleen dat onze rol is. Dat we geen eigen ateliers hebben bijvoorbeeld, maar echt een spil zijn in die keten.”

Hoe proberen jullie de keten te beïnvloeden?

“Wij hebben het grote voordeel dat wij tot zeer recentelijk een heel groot deel van de keten zelf in handen hadden. Zo zitten de mensen die destijds de vezels inkochten voor de spinnerij nog altijd bij mij in het bedrijf. Net als de mensen die de ververij aanstuurden. Wij hebben die kennis heel bewust in het bedrijf gehouden om ervoor te zorgen dat we die regie ook kunnen behouden.

'Mensen hebben geen flauw benul of er leefbaar loon is betaald'

Als je in de mode werkt, dan kom je niet eens een atelier waar genaaid wordt binnen. Je hebt iets getekend en met dat template ga je naar een ‘buy office’. Dat kan hier in Europa zijn of ergens anders. Dan heb je een mooie showroom en daar ga je onderhandelen. Dus die mensen hebben geen flauw benul waar hun doeken vandaan komen, welke verfstoffen er zijn gebruikt, of er leefbaar loon is betaald in de ateliers, of er veilige omstandigheden zijn, geen kinderarbeid, noem maar op. Wij hebben dat altijd heel sterk in de hand gehad. Ik heb alle ateliers ooit bezocht. En ooit is echt wel meer dan een keer. De hele organisatie heeft nog meer contact. Ik bedoel, zelfs ik ken ze, dus wij zitten diep in de keten.

Onze uitdaging is nu hoe we een stap verder komen. Onze doekleveranciers veredelen het doek; zij verven het, maken het brandvertragend, dat soort zaken. Maar zij kopen dat ruwe doek ook ergens. De volgende fase is dat wij daar contacten leggen om te zorgen dat daar gebeurt wat wij willen. Voor de rest is het een kwestie van vragen stellen. Heb je gerecycled materiaal? Heb je tencel? Heb je al eens geprobeerd om die finish op die kwaliteit te zetten? Zo proberen we in een co-creatie die duurzame doeken te ontwikkelen en aan die keten te trekken.”

U noemde net leefbaar loon, waarom zetten jullie daarop in?

“Omdat dat het allerbelangrijkste is. Het is een absolute schande dat er bedrijven zijn die het in hun bol halen om geen leefbaar loon te betalen. Ten eerste is het iets dat je vandaag al kan doen. En natuurlijk kan ik hem zelf ook niet overal garanderen, maar we knokken er wel voor. Het alternatief is slavernij. Dat vind ik echt. Als je werkt, dan moet je met het geld dat je daarvoor krijgt kunnen eten, drinken en wonen en daarmee je kinderen naar school sturen.

Ten tweede zorg je ervoor dat mensen zorgeloos zijn door ze fatsoenlijk te betalen. We weten uit onderzoeken allemaal dat de stress van mensen stijgt als ze geldzorgen hebben. Het ziekteverzuim bij ons in de ateliers waar wij leefbaar loon betalen is zo laag als in Europa. Dat is ‘bloody’ uitzonderlijk. Als jij een bedrijf hebt waar iedereen zijn kinderen naar school kan sturen, dan krijg je goed opgeleide mensen. Die accepteren niet dat hun omgeving vervuilt en accepteren geen slavernij. Dat effect ijlt na op de lange termijn. Leefbaar loon kan nu direct. Ik vind het eigenlijk een makkelijk stap, maar ik heb het voordeel dat ik een aandeelhouder heb die zegt: ‘Dat moet je doen.’”

Lees ook: Leefbaar loon in de kledingindustrie: waarom ASN Bank wel in H&M maar niet in Gucci belegt

Hoe belangrijk is die rol van de aandeelhouder?

“Het is belangrijk dat de aandeelhouder, en in dit geval is dat eigenlijk de familie, achter het beleid staat. VP Capital heeft een heldere ambitie en wil versnelling van duurzaamheid mogelijk maken. Ze hebben bijvoorbeeld het Ecochain project mee-geïnitieerd en gefinancierd. Ook onze ESG-score wordt gemonitord en we bespreken de progressie regelmatig met elkaar. Hoewel ik ervan overtuigd ben dat duurzaamheid als je maar lang genoeg kijkt goed is voor de portemonnee, kost het soms geld. Daarom is het fijn dat VP Capital die visie op duurzaamheid deelt. En daar ook in wil investeren. Zij ondersteunen ons dan bij het nemen van de eerste hobbel. Zo vullen we samen de verbetering van onze impact in.

Wij zitten als HAVEP in het convenant duurzame kleding en textiel. Ik ben een paar keer naar die vergaderingen geweest. Daar zitten veel duurzaamheidsmanagers en dan zie je dat zij heel graag willen, maar dat zij vaak een directeur of aandeelhouder hebben waaraan zij het verhaal nog eens moeten verkopen. Ik zie bij ons, maar ook bij andere familiebedrijven, dat het makkelijker is. Als de aandeelhouder achter het duurzaamheidsbeleid staat dan zegt hij: ‘Ik wil helemaal geen 10 euro overhouden als de productie of werkomstandigheden ondermaats zijn.’”

Lees ook het interview met Guus van Puijenbroek, directeur VP Capital: 'Het vermogen om duurzame vooruitgang te versnellen'

Jullie hebben in 2018 leefbaar loon in het eigen atelier in Macedonië doorgevoerd en willen het  stapsgewijs verder invoeren. Waarom niet overal in één keer?

“Omdat wij niet in alle ateliers evenveel ‘leverage’ hebben. Als ik bijvoorbeeld voor 20 procent van de hele productie van zo’n ateliers verantwoordelijk ben, dan kan ik onderhandelen over die 20 procent, maar heb ik geen invloed op die 80 procent. Om een voorbeeld te geven: we hebben een discussie met een atelier waar wij samen met een concurrent voor 50 procent inzitten. Wij hebben onderhandeld dat wij 10 procent boven de vraagprijs betalen, omdat wij willen dat het atelier leefbaar loon betaalt. Die andere partij heeft onderhandeld dat hij 10 procent minder kan betalen. Dat was niet de afspraak, want nou ga ik de concurrent betalen. Dus nu zitten we weer aan de onderhandelingstafel. Wij willen dat het loon ook echt bij de werknemers zelf komt.”

Ook degene die kleding bestelt, heeft invloed op duurzaamheid. Heeft u daar een voorbeeld van?

“De kleding van de ambulance is wel een goede showcase, omdat zij in de tender vroegen om duurzaamheid. Zij vroegen naar transparantie en grip op de keten. Een kerngroep is zelfs meegegaan naar Macedonië. Het is heel duurzame kleding geworden. We hebben de helft minder water gebruikt. En er zitten tencel, Rpeten een stukje bio-katoen in. Maar er zit ook een stuk polyester in, omdat daarbij veiligheid prevaleerde boven duurzaamheid. Het leuke is dat het niet eens zo razend duur is geworden. Wat dat betreft kwam alles hier bij elkaar: het is duurzame en mooie kleding die transparant, op tijd en tegen een goede prijs geleverd is. We zijn er nog niet, maar het is wel een goede stap richting de ketenregie die wij nastreven.”

Wat moet er zo snel mogelijk veranderen in de textielindustrie?

“Leefbare lonen betalen. Dat we mensen onder het leefbaar loon betalen, is echt een weeffout. Ik vind dat onacceptabel. En het punt is dat heel hard roepen in je eentje niet echt werkt. Dus ik juich initiatieven als het convenant dat we in Nederland en Duitsland hebben heel erg toe. Dat convenant dwingt bedrijven transparant te worden. Waar zitten jouw ateliers, wie zijn jouw wevers en spinners? Die zitten zo diep in de keten… Drama’s spelen zich daar af. Maar ook: wie is de boer die jouw katoen plant? Is dat inderdaad biologisch katoen? Hoe worden de mensen betaald? Werken de kinderen van de boer op het veld? Dat soort dingen. Transparantie is absoluut nodig in combinatie met een stuk regelgeving. Ik weet niet in hoeverre dat te handhaven is, maar het zal wel nodig zijn.

'We hebben een ongelooflijk grote kans met de textielindustrie'

Als wij als Europese merken willen betalen voor duurzaamheid en kunnen aantonen dat wat we doen effect heeft dan gaat de consument om. We hebben een ongelooflijk grote kans met de textielindustrie. De textielindustrie staat op het punt om de meest vervuilende industrie ter wereld te worden, want op nummer een staat de olie en energiesector. Die zijn slagen aan het maken. In de textiel gebeurt te weinig. Dus we hebben de discutabele kans op een nummer een positie, maar we hebben anderzijds een hele grote kans. Het is een grote, geglobaliseerde industrie dus we hebben gelijk impact over de hele wereld.

Wij als westerse maatschappijen sleurden jarenlang het geld van arm naar rijk. Die pijplijn ligt er en kan rechtvaardiger worden ingezet. Het enige wat we hoeven doen is een paar kleppen omdraaien en het geld stroomt ook de andere kant op. De infrastructuur ligt er, dus als wij goed samenwerken dan kunnen wij het juiste doen op milieugebied en op menselijk vlak. Dan gaat het gewoon werken.”

Lees meer over HAVEP:

Hoofdafbeelding Viktor Bentley voor HAVEP.