05-06-2018 09:04 | Door: Martijn van der Donk

Weinig groen in de buurt, een afgelegen natuurgebied, slecht toegankelijke sportparken en volkstuinen: de huidige versnipperde groenvoorziening in veel Nederlandse steden voldoet volgens Harry Boeschoten van Staatsbosbeheer niet aan de moderne wensen van zijn gebruikers. Volgens de programmadirecteur Groene Metropool moeten steden toewerken naar een ononderbroken groen netwerk. “Een nieuwe nutsvoorziening die net als de waterleiding ieder huis bedient.”

De functietitel van Boeschoten zorgt nog weleens voor een gefronste wenkbrauw. Wat heeft Staatsbosbeheer te maken met de ontwikkeling van stedelijk groen? Hij kan zich de vraag goed voorstellen. “Mensen zien ons vooral als beheerder van grote bosrijke gebieden zoals op de Veluwe. Toch beheren we ook veel groen vlakbij of in de stad, zoals het Haagse Bos. Aan de randen van steden beheren we de groene uitloopgebieden (buffers, red.), zoals in Midden-Delfland tussen Den Haag en Rotterdam. We zoeken naar manieren om die gebieden beter voor de stad te laten functioneren, de natuur dichterbij mensen te brengen.”

Volgens Boeschoten is voldoende groen in de stad in meerdere opzichten essentieel. “Een probleem als hittestress bijvoorbeeld. Vooral ouderen hebben hier last van. De extreem warme zomers leiden tot meer sterfgevallen. Groen verkoelt de stad. Genoeg stadsgroen kan er dus voor zorgen dat vooral de nachttemperatuur met enkele graden daalt.”

Groen als middel tegen wateroverlast

Daarnaast is groen volgens de programmadirecteur ook een efficiënt middel om de kans op wateroverlast terug te dringen. “Naast warmte absorbeert groen ook water.”

Dan hebben we het alleen nog maar over de milieueffecten, aldus Boeschoten. Ook sociaal, economisch, en op het gebied van gezondheid heeft groen een positief effect. Zo is in een onderzoek aangetoond dat meer groen in achterstandswijken de bewoners aanzet tot bewegen. “Gevolg is een betere gezondheid in het algemeen.”

"Een huis in het stedelijk groen is zo’n 7 procent meer waard dan eenzelfde huis dat niet in het groen staat"

Tenslotte is er ook nog een economisch argument om te zorgen voor meer stadsgroen. Boeschoten: Een onderzoek van de Vereniging Deltametropool toont aan dat groen een belangrijke factor is voor het vestigingsklimaat. Uit onderzoek blijkt dat een huis in het stedelijk groen zo’n 7 procent meer waard is dan eenzelfde huis dat niet in het groen staat. Met dat waardeverschil heb je dus meteen een financieringsbron.”

Het belang van stadsgroen mag dan duidelijk zijn. De vraag is hoe krijg je zo’n groen netwerk gerealiseerd in een stad waar ruimte per definitie schaars is? Volgens de netwerkstructuur die Boeschoten voor ogen heeft zijn er voldoende mogelijkheden. “Je begint in de drukke centra met de aanleg van groene daken, geveltuintjes en bomen in de straat. Die zorgen voor een verbinding met de plantsoenen en parkjes iets verder uit het centrum. Die verbind je vervolgens met de groene recreatiegebieden en sportvelden aan de randen van de stad.”

Central Park

In hoeverre is zo’n groen netwerk echt nodig? In veel steden wordt toch al veel ruimte voor groen gereserveerd? Neem Central Park in New York, dat is een gigantisch groen gebied in een zeer drukke metropool. Boeschoten: “Dat klopt. Een geweldige plek als je er pal naast woont. Maar hoe verder je ervandaan woont, hoe minder aantrekkelijk het wordt om er dagelijks van te kunnen genieten. Bereikbaarheid is essentieel; met het maken van een groen netwerk worden de gebieden die Staatsbosbeheer beheert veel meer onderdeel van het dagelijks gebruik. Zorg er dus voor dat je groene verbindingen maakt naar die gebieden in de stadsranden. Dan wordt het ook voor bewoners die daar verder vandaan wonen aantrekkelijker om naartoe te gaan.”

Groen als attractie op afstand is niet genoeg om aan de wensen van de huidige stedelijke inwoners te voldoen, vindt Boeschoten. “De racefietsers, hardlopers en ommetjesmakers hebben ook behoefte aan groen op hun route.”  

 “Een riolering of stoep stopt ook niet ineens. Dat zou ook voor groen moeten gelden"

Om aan die wensen te voldoen moeten we groen volgens de programmadirecteur gaan beschouwen als een nutsvoorziening. “Een riolering of stoep stopt ook niet ineens. Dat zou ook voor groen moeten gelden. Ik pleit ervoor om alle huizen aan te sluiten op dat groene netwerk: van hoogbouwflat tot villawijk.”

Gelukkig beginnen steeds meer steden de voordelen van zo’n groen netwerk in te zien. Boeschoten: “Elk jaar wordt 3 procent van de straten opengebroken voor rioolwerkzaamheden. Eindhoven hanteert als ontwerpprincipe dat de straat na de werkzaamheden alleen weer verhard wordt als het moet, anders komt er een deel groen voor in de plaats. Het voordeel van deze gefaseerde aanpak is dat de extra impact die het aanleggen van het groen heeft minimaal is. De straat lag immers toch al open.”

Verbeter kwaliteit van groen

Toch is de trend nu vooral om binnenstedelijk te bouwen. Moeten we afscheid gaan nemen van die gedachte? Boeschoten: “Nee, ik heb niks tegen binnenstedelijk bouwen. Als het maar niet betekent dat je bestaande groene gebieden in de stad, zoals parkjes, volkstuinen of sportterreinen daarvoor allemaal opoffert. Zorg er eerder voor dat je de kwaliteit van die gebieden verbetert en ze onderdeel maakt van het groene netwerk. Dat betekent een andere inrichting en een ander beheer. Sportpark Middenmeer in Amsterdam is een mooi voorbeeld. Dat functioneert door een andere inrichting ook als stadspark.”

Sommige steden zijn met de aanleg van dat groene netwerk op de goede weg. Maar er mag wel wat meer vaart in komen, vindt Boeschoten. “Iedereen die ik spreek, erkent in principe het belang van groen en ziet wel wat in zo’n groen netwerk. In de praktijk is het toch lastig omdat het actie vraagt van veel spelers in en bij de stad. Je moet veel partijen allemaal op één lijn zien te krijgen.”

Groenquotum

Tegelijkertijd zijn er niet hele ingrijpende veranderingen voor nodig om zo’n groen netwerk van de grond te krijgen. “In Florida hebben ze voor bouwers bijvoorbeeld een groenquotum ingesteld. Minimaal 30 procent van de openbare ruimte moet groen zijn. Gemeenten zouden hier ook zo’n quotum kunnen opnemen in de aanbesteding. Nu hoor ik bouwers zeggen: als de opdrachtgever niet om groen vraagt doen we het niet, anders zet het ons op een concurrentieachterstand.”

Een andere simpele maatregel is om groene maatregelen in de bouwverordening op te nemen; bijvoorbeeld dat in de muren nestruimte moet worden gemaakt voor gierzwaluwen en huismussen. “Niemand kan heeft daar last van, integendeel: het is hartstikke leuk. Maar het gebeurt niet.”

Waarom niet? “Het besef dat zo’n groen netwerk gemakkelijker is te realiseren dan je denkt is nog lang niet overal doorgedrongen. Terwijl ‘groen als nutsvoorziening’ eigenlijk voor de hand ligt. Maar Cruijff zei het al: je gaat het pas zien als je het doorhebt.”

Afbeeldingen: Shutterstock en Staatsbosbeheer