15-06-2018 07:22 | Door: Joyce de Thouars

De komende jaren zet de trek naar de stad door. Tegelijkertijd zitten we middenin een energie- en mobiliteitstransitie. “Deze trends moeten we aangrijpen om de kwaliteit van de stad te verbeteren, want woongenot is het belangrijkst”, stelt Niels Geenhuizen, programma manager duurzaamheid bij Arcadis.

Een accu die een huis deels van elektra voorziet, een auto die oplaadt als er een overschot aan energie is en zelfrijdende deelauto’s. Het zijn innovaties die ook het straatbeeld ingrijpend gaan veranderen. 

Niels Geenhuizen, programma manager duurzaamheid bij Arcadis, geeft zijn visie op de stad van de toekomst.

Hoe ziet de stad van de toekomst eruit?

"We gaan een enorme trek naar de stad zien. De woningbouwopgave is enorm, per jaar moeten er 75.000 woningen bij komen. Een andere trend is de energietransitie: in 2050 zijn alle huizen zelfvoorzienend en gebruiken ze duurzame energie. De vraag naar energie groeit stevig. Dat heeft te maken met klimaatverandering (extremer weer) en gebruik van technologie dat energie vereist (warmtepompen).

Tenslotte zien we een echte mobiliteitsverandering. Naast auto’s en treinen gaat het over samengesteld en slimmer reizen. Al deze trends moeten we aangrijpen om de kwaliteit van de stad te verbeteren, want woongenot is het belangrijkst."

Verandert daarmee ook het straatbeeld?

"Het straatbeeld verandert behoorlijk. Elektrisch rijden koppelen we aan de bebouwde omgeving. Denk aan een accu die een huis deels van elektra voorziet en de auto die oplaadt op het moment dat er energie in overvloed is. Er zijn zelfrijdende deelauto’s, waardoor minder mensen een auto bezitten en er minder parkeerplaatsen in de straat zijn. Vergelijk het met een foto uit New York in 1903. Daar zie je één auto en verder alleen paard en wagens. Een paar jaar later is het precies andersom. Dat verwacht ik nu ook."

Wat is nodig om deze transitie vorm te geven?

"We moeten beleid ontwikkelen op de toekomst. Wetgeving is vaak gebaseerd op gebeurtenissen uit het verleden. ‘Het kalf is verdronken’ dus maken we wetgeving waardoor het kalf niet meer kan verdrinken. Deze manier van denken en handelen staat innovatie in de weg.

Dat zie je bijvoorbeeld bij zonnepanelen. Volgens onze regels gaat het om een dakkapel in plaats van een dakpan omdat het ooit zo besloten is. Nu moet je ze een halve meter uit de rand van het dak plaatsen om vergunningenvrij te bouwen. Het is veel mooier zonnepanelen in het dak te integreren, alleen is het dan niet vergunningsvrij. Vrijere interpretaties van starre regels maken het mogelijk pilots op te zetten en op te schalen. Ook dit verandert het straatbeeld: zon komt terug in alle daken, in gevels, op auto’s en mogelijk geïntegreerd in de straat.

Anders samenwerken is ook belangrijk. Laatst was er bijvoorbeeld een burgerinitiatief die hun buurt wilden verbeteren. De gemeente was echter niet bereid de openbare ruimte en budgetten daarvoor vrij te geven, want het geldende aanbestedingsbeleid zou ze mogelijk in de knel brengen. Natuurlijk is de gemeente de eigenaar van de openbare ruimte, maar burgerinitiatief moet mogelijk zijn! Geef burgers de beschikking over budgetten en laat ze zelf binnen kaders zaken aanpakken."

Wat zijn de grootste vraagstukken van nu?

"We staan voor enorme vervangingsinvesteringen. Nederlands is na de oorlog in de jaren ’50 en ’60 gebouwd. Nu moeten we zaken zoals rioleringen, wegen, en bruggen vervangen of opwaarderen. Daar beslissen we de komende tien jaar over. Wat willen we daarvoor terug? We moeten daarbij net zo robuust durven te denken als toen. Immers moet ons riool weer minimaal vijftig jaar vooruit, waarbij we ook weten dat er allerlei technische innovaties op ons af komen."

Hoe belangrijk is een sector-overstijgende aanpak om doelen te realiseren?

"We zijn een polderland. Dat is mooi natuurlijk, maar dat betekent ook dat iedereen het er mee eens moet zijn. Daarbij merk ik dat verandering vaak op weerstand stuit. Ik zit bij de klimaattafel van zakelijke mobiliteit waar we bespreken hoe werkgevers stappen zetten. Maar aan tafel zitten ook de brancheorganisaties die globaal misschien eenzelfde belang hebben. Het belang op korte termijn is vaak echt anders (bijvoorbeeld vergroten autoverkoop). In de regel kijkt een brancheorganisatie te veel naar de middengroep binnen haar achterban en niet naar de koplopers, bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Dat vind ik ook van de brancheorganisatie van advies- en ingenieursbureaus. Als branchevereniging moet je juist je koplopers maximaal faciliteren, zodat veranderingen in de sector versnellen.

'Als branchevereniging moet je juist de koplopers maximaal faciliteren'

We moeten meer samenwerken om de totale ambitie aan te pakken en niet de eigen ambitie. Dat betekent meer oog voor de maatschappelijke context en we moeten ons veel meer richten op koplopers. Niet alleen uit het bedrijfsleven maar ook koplopers in gemeenten of bij de provincies. Als we deze maximaal faciliteren kunnen we werkelijk innoveren. Fouten maken hoort daar ook bij. Benoem bijvoorbeeld de risico’s bij de herinrichting van een straat en deel die met elkaar voordat je aan de slag gaat.

Seven Square Endeavour op het Schouwburgplein in Rotterdam is een voorbeeld van hoe het kan. De leefbaarheid van het plein moest beter. Samen met de kennispartners ontwikkelden we een visie voor het plein. We keken elkaar in de ogen en bepaalden de potentiële toekomstinvesteringen. De eerste daken inclusief groene en gele daken realiseren we waarschijnlijk dit jaar al. Natuurlijk is de businesscase voor de gebouweigenaar niet direct positief. Ook het waterschap en ook de gemeenten hebben voordeel van een groen dak (waterbuffering) door de lagere capaciteit en hierdoor minder investeringen in riolering."

Welke innovaties hebben we nodig voor de stad van de toekomst?

"Op het gebied van energie moet er nog veel gebeuren, denk aan oplossingen om energie op te slaan en systemen die regelen wanneer de wasmachine aangaat of de auto laadt. Technisch gezien kan dat allemaal, maar het gebeurt niet omdat bijvoorbeeld de businesscase niet haalbaar is of het niet binnen ons cultureel en beleidsmatig systeem past.

In zeker opzicht is er ook een behoudende opstelling van de overheid en het bedrijfsleven. Ze denken teveel in ‘ja-maren’ in plaats van in oplossingen en kansen. Een voorbeeld is Rijkswaterstaat, een van de grootste Nederlandse opdrachtgevers, die met InnovA58 een slimme en duurzame snelweg van de A58 wil maken. Het is natuurlijk supergaaf dat ze inzetten op innovatie, maar ik zie ook voorzichtigheid. Ze gaan voor oplossingen met een ‘technology readiness level’ 7; innovaties die al uitgebreid getest zijn en bij een partij op de plank liggen om toegepast te worden. Daarbij moeten het vanwege de aanbestedingswet technieken zijn die verschillende partijen kunnen leveren. Als je echt innovatief wil zijn, kies dan voor levels 4 tot en met 7 of lager, waarbij het nog conceptueel en experimenteel is. Zet er een pilot op en als het niet lukt haal je het weg."

Welke internationale voorbeelden zijn een inspiratie?

"In China zijn we bezig met Sponge City Wuhan, een stad als spons, waarbij we ons bezighouden met klimaatadaptatie en water. Ook zijn er mooie voorbeelden in Europa over mobiliteit in de stad en hoe mobiliteitshubs bijdragen aan veranderingen. Zo zijn we in Parijs bezig met een ringband van trein- en metronetwerken om randsteden te verbinden. De plekken waar we nieuwe haltes bouwen, hebben een enorme ontwikkelpotentie. Je ziet rondom deze haltes ook enorme ontwikkelingen van de grond komen, die bijdragen aan de financiering van de infrastructuur.  

Dat zouden wij ook moeten doen maar we denken teveel in directe businesscases; In hoeveelheden treinkaartjes we moeten verkopen om de investering terug te verdienen. Daardoor gaan veel investeringen niet door. Zo moeten we in de regio’s Rotterdam en Amsterdam enorm investeren in bovengrondse infrastructuur omdat er geen goed metronetwerk is. In New York of Parijs zijn mensen gewend om de metro te nemen. Ondanks dat het minder comfortabel is, is het makkelijk, effectief en goedkoop. In Nederland moeten we daar ook naar toe. We moeten kijken naar wat het oplevert in reductie van verkeersdoden, minder auto’s op de weg enzovoort. Niet naar potentiele verkoop van treinkaartjes.

Lees ook: 

Deze artikelen zijn onderdeel van onze themamaand Stad van de Toekomst. Klik hier om alle artikelen over dit thema te lezen.

Foto: Adobe Stock