29-06-2018 08:37 | Door: Joyce de Thouars

De stad van de toekomst wordt niet alleen drukker maar ook mooier. “Fraaie openbare ruimten en meer groen de in de stad”, noemt Annemarie Hatzman, plaatsvervangend hoofd bureau Verkenning en Monitoring, Ruimte, Wonen & Bodem bij de Provincie Zuid-Holland als voorbeeld. “Maar er zijn ook innovaties zoals drones andere type voertuigen die onderdeel uitmaken van het straatbeeld.”

Deelconcepten nemen volgens Hatzman ook een steeds grotere plaats in. “Dat is een mooie ontwikkeling omdat de focus daarmee van bezit naar gebruik verschuift. Bovendien daagt het bestaande sectoren uit om innovatief te blijven”, stelt Hatzman. “Al blijft er natuurlijk wel het vraagstuk rondom privacy en oneigenlijk gebruik van data.”

Hoe wordt deze stad gerealiseerd?

“De verwezenlijking hiervan wordt heel anders dan in het verleden. Zo kan data steeds meer betekenen voor stedelijke ontwikkeling. Een extreem voorbeeld is Google, die vorig jaar een tender heeft gewonnen om een futuristische wijk in Toronto te bouwen met verwarmde fietspaden, zelfrijdende deel-auto’s en pakketbezorging door robots.

Ik denk dat de fysieke omgeving bepalend is en in uiterlijk vrijwel gelijk blijft, de verblijfskwaliteit omhoog gaat, maar slim gebruik van data en innovaties nodig zijn om maatschappelijke opgaven op te lossen.  Wij gebruiken ook data om inzichtelijk te maken wat er speelt om zo op een andere manier naar de opgave te kijken. Door feiten en inhoud in plaats van belangen als vertrekpunt te nemen krijg je partijen aan tafel die je normaliter niet zou verwachten.

Daarbij zijn de samenstelling van samenwerkingsverbanden voor stedelijke ontwikkeling ook veranderd. Behalve overheden en woningbouwcorporaties horen hier nu ook energie-, tech- en mobiliteitsbedrijven bij. Stedelijke ontwikkeling is niet meer los te zien van energie, data en innovatie.”

Wat zijn de meest grote vraagstukken in de transitie?

"Een groot vraagstuk is hoe we het allemaal passend gaan maken zonder af te doen aan bestaande kwaliteiten of, beter nog, juist kwaliteiten toe te voegen. Waar komen alle benodigde woningen? Blijven banen en voorzieningen goed toegankelijk? Zijn er voldoende goede openbare ruimten? Een andere grote uitdaging is het energievraagstuk en de ruimte die het nodig heeft."

Wat is er nodig om deze en andere vraagstukken op te lossen?

"Het allerbelangrijkste is het draagvlak van publieke en private partijen. Het is belangrijk om te realiseren dat niet één partij de sleutel in handen heeft én dat partijen vanuit dezelfde feiten werken. De provincie pakt hierbij de stimulerende rol. Inzichten op basis van data-analyses kunnen daarbij een bemiddelende rol spelen; zo hebben we een warmtetransitieatlas om te komen tot een aardgasvrije omgeving, of kansenkaarten voor slim ruimtegebruik.

Verder zitten er perverse prikkels in bepaalde subsidieregelingen, die veranderd moeten worden. Het is bijvoorbeeld heel gunstig om in biomassa als energiebron te investeren. Dat heeft natuurlijk een positieve impact op de CO2-uitstoot maar een negatieve op de luchtkwaliteit. Het investeren in warmtenetten is financieel en milieu-technisch veel rendabeler."

Welke ontwikkelingen maken Zuid-Holland duurzamer?

"De aanleg van warmtenetten is een belangrijk ontwikkeling. Door een samenwerking in de warmtealliantie, de provincie Zuid-Holland, Eneco, Warmtebedrijf Rotterdam, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam, wordt gewerkt aan een warmte hoofdinfrastructuur waarbij onder andere industriële warmte gebruikt zal worden om kassen, huizen en kantoren mee te verwarmen. Deze warmte zou anders in de lucht en het oppervlakte verdwijnen. Het is een mooie eerste stap van anders denken om problemen op te lossen. De haven wordt nu niet langer alleen als een economische plek gezien maar ook als een bron van warmte en energie, zij het nu nog wel fossiele energie.   

Dit jaar is ook het programma ACCEZ (Accelerating Circular Economy Zuid-Holland) gestart. Dit programma koppelt bedrijven die met circulaire economie aan de slag willen aan wetenschappers, zodat zij samen aan knelpunten en kansen van de circulaire economie kunnen werken.

Tenslotte, is RijswijkBuiten is ook een mooi voorbeeld. Duurzaamheid was een belangrijk speerpunt bij het opzetten van de wijk, en daardoor zijn er allemaal mooie initiatieven ontstaan. Woningen worden opgeleverd met onder andere warmtepompen, speciale ventilatiesystemen, zonnepanelen en hopelijk ook met deelautoconcepten. Er is een speciale energie-exploitatie opgezet, waar bewoners aan mee doen voor het onderhoud van al die systemen."

Waarin verschilt de aanpak van Zuid-Holland van anderen?

"Het opzoeken van samenwerkingsverbanden is uniek voor de provincie Zuid-Holland. Dat is zo gegroeid omdat het één van de meest verstedelijkte gebieden is, waar 3,5 miljoen mensen wonen, werken en recreëren. De haven, de greenports, de kennisinstellingen, de grote steden, en nog vele andere partners; allemaal stakeholders, waarmee samengewerkt moet worden om doelen te realiseren.

De City Deal Binnenstedelijk Bouwen en Transformatie is bijvoorbeeld in Zuid-Holland gestart met alle partijen, waaronder gemeenten, bouwers, beleggers en kennispartijen. Vanwege het succes is die nu opgebouwd naar een landelijke deal."

Welke internationale stad is een voorbeeld?

"Ik vind Tokyo interessant omdat daar continu datastromen geanalyseerd worden om de stad te laten functioneren. Met camera’s wordt voortdurend in de gaten gehouden hoe mensen en voertuigen zich bewegen. Door hier op in te spelen blijft het vervoer in de stad stromen.

Zurich is ook een mooi voorbeeld omdat er veel geïnvesteerd is in energie en gebouwen. De bewustwording onder de mensen is daar ook groter. En Stockholm, de eerste European Green Capital, is ook een voorbeeld. Er wordt daar zwaar ingezet op auto’s uit de straat, ruimte voor fietsen, ondergrondse afvalsystemen, en het gebruik van restwarmte voor de verwarming van huizen."

Lees ook:

Deze artikelen zijn onderdeel van onze themamaand Stad van de Toekomst. Klik hier om alle artikelen over dit onderwerp te lezen. 

Foto: Adobe Stock (hoofd), Annemarie Hatzman (in tekst)