07-07-2018 07:47 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Waarom zou je een auto kopen als hij gemiddeld 23 uur per dag voor je deur staat? Of een boor die je hooguit een paar keer per jaar gebruikt? Deelplatforms zoals Peerby, AirBNB, BlaBlaCar en MyWheels maken het makkelijk om die overcapaciteit beter te benutten. Dat kan alleen maar goed zijn voor de leefomgeving. Toch?

Auteur: Annemieke Bartholomeus

De theorie is eenvoudig: als we meer delen, hoeven we met z’n allen minder nieuwe spullen aan te schaffen en kan de productie omlaag. Dat leidt tot minder energieverbruik en minder CO2-uitstoot. Maar zoals zo vaak is ook in dit geval de praktijk weerbarstiger. Dat begint al met de veelkoppigheid van de deelmarkt: alleen al in Nederland zijn er ruim 150 platforms waarop mensen hun huizen, boten, motors, campers, kleren of gereedschap delen of hun diensten aanbieden als kapper, schoonmaker, klusjesman of taxichauffeur. “Het maakt ook verschil of je een taxi bestelt via Uber en daarmee nieuwe capaciteit creëert, of een lift regelt via BlaBlaCar waarmee je plaatsneemt in een stoel die anders leeg was gebleven”, aldus Koen Frenken, hoogleraar innovatiestudies aan de Universiteit Utrecht. “Hetzelfde verschil zie je bij huizen delen. Als tijdens mijn vakantie andere mensen mijn huis gebruiken, wordt de capaciteit van mijn huis beter benut. Maar koop ik een tweede huis dat ik via Airbnb permanent verhuur aan toeristen, dan run ik een illegaal hotel.”

'Het maakt verschil of je een taxi bestelt via Uber of een lift regelt via BlaBlaCar'

Het ene delen is dus het andere niet. Frenken spreekt dan ook liever van de ‘platformeconomie’ waarbinnen hij het begrip ‘deeleconomie’ reserveert voor ‘het fenomeen dat consumenten elkaar gebruik laten maken van onbenutte consumptiegoederen, eventueel tegen betaling’. En ook in die vorm zijn de milieueffecten van delen niet per definitie positief. Zo blijkt uit onderzoek van ShareNL, een kennisplatform voor de deeleconomie, dat samendoen met onder andere boten en caravans juist een negatieve impact kan hebben. Voornamelijk doordat het extraatjes zijn: een rondje door de grachten met een dieselbootje of een weekje weg met de caravan wordt een stuk goedkoper en toegankelijker dankzij deelwebsites. Met extra uitstoot als gevolg.

Ecologische voetafdruk van spullen

Volgens het onderzoek pakt delen juist wel goed uit voor het milieu bij alledaagse gebruiksvoorwerpen die anders op de plank blijven liggen. Zoals boren, koffers en bladblazers. Een gat in de markt waar Peerby ingesprongen is. Op dit platform kunnen mensen allerlei spullen lenen van en aan buurtgenoten. Oprichter Daan Weddepohl ging met de voorloper, Buurhuur, in 2011 van start na een brand in zijn huis. “In één keer was ik alle spullen kwijt waaraan ik zo gehecht was”, vertelt hij. “Een ingrijpende gebeurtenis, maar ik kwam er ook achter dat die spullen er niet zo toe deden. Dat heeft mijn kijk veranderd op wat ik met mijn leven wilde doen. In eerste instantie was dat via Peerby vooral: mensen verbinden, met duurzaamheid en efficiënt omgaan met spullen als mooie bijvangst. Pas naarmate ik er langer mee bezig was, ben ik beter gaan begrijpen hoe belangrijk delen ook ecologisch gezien is. Tachtig procent van de klimaatimpact van alles wat we doen en kopen, is aan ons oog onttrokken. Die zit ‘m bijvoorbeeld in het winnen van grondstoffen, de productie, het transport. Daar zijn we ons nauwelijks van bewust. Onderzoeksbureau CE Delft heeft die verborgen impact doorgerekend voor de top 10 vervuilers. Daaruit blijkt dat onze spullen bijna 40 procent van de ecologische voetafdruk bepalen, meer dan vliegen en vlees eten bij elkaar.”

'De ecologische voetafdruk van onze spullen is meer dan vliegen en vlees eten bij elkaar'

Inmiddels hebben meer dan 250.000 mensen bij Peerby aangesloten, voornamelijk in Nederland, maar ook in België en enkele steden in de Verenigde Staten. Procentueel is dat nog niet veel, maar het aantal groeit gestaag. Weddepohl: “Hoe meer mensen er meedoen, hoe meer impact. Al blijft het een beetje gissen hoe groot die impact precies is. In principe zijn er minder producten nodig. Als je helemaal geen spullen meer nodig hebt, als je alles circulair maakt en van dichtbij haalt, je die ecologische voetafdruk enorm naar beneden zou kunnen halen. Met één consumentenboor zouden bijvoorbeeld 66 mensen samen kunnen doen. Maar er zijn duizenden verschillende producten die we gebruiken en de impact van een A4’tje is anders dan die van een auto. We hebben wel statistieken over een ‘gemiddeld product’, maar dat is al discutabel, want wat is precies gemiddeld? Dan kom je ergens tussen een A4’tje en een auto uit bij een stofzuiger. Wat je eigenlijk zou willen hebben, zijn de lifecycledata van alle producten die mensen niet meer kopen maar delen. Alleen kosten die rapporten tienduizenden euro’s per stuk. Dat is op dit moment te duur voor ons.”

Minder auto’s en kilometers door autodelen

Van autodelen zijn de directe milieueffecten eenvoudiger te maken. Uit een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat voor elke tien autodelers ongeveer drie auto’s uit het straatbeeld verdwijnen. “Dat komt erop neer dat elke deelauto 9 tot 13 auto’s vervangt”, vertelt Karina Tiekstra, directeur van autodeelbedrijf MyWheels. “Bovendien rijden autodelers 15 tot 20 procent minder kilometers dan autobezitters, juist omdat ze bewustere mobiliteitskeuzes maken. Uit zichzelf al, maar het heeft ook met geld te maken. Met een eigen auto voor de deur sta je er vaak niet bij stil dat daar honderden euro’s per maand naartoe gaan. Bij autodelen worden die verborgen kosten ineens heel zichtbaar.”

Ook platforms die carpoolen faciliteren, leveren aantoonbare en kwantificeerbare milieuwinst op. BlaBlaCar meldt op zijn site een CO2-besparing van ongeveer een miljoen kilo in twee jaar, wat overeenkomt met de jaarlijkse uitstoot van 250.000 auto’s. Deze winst is vooral te danken aan de hogere bezettingsgraad per auto: gemiddeld 2,8 tegenover 1,7 passagiers voor ritten zonder lifters. Mooie cijfers, maar in het totaalplaatje blijft het nog een druppel op de gloeiende plaat. Zo vertegenwoordigen de 9 miljoen succesvolle carpoolmatches per jaar slechts 0,1 procent van het totaal aantal gereden kilometers, rekent onderzoeksbureau Trinomics voor in een studie in opdracht van de Europese Unie. Volgens dezelfde studie blijft het aantal deelauto’s in Europa steken op 0,02 procent van de autovoorraad. Met 35.000 deelauto’s op een totaal van 8 miljoen particuliere auto’s doet Nederland het 2,5 keer beter, maar ook hier valt er ook nog een wereld te winnen.

'9 miljoen succesvolle carpoolmatches vertegenwoordigen slechts 0,1 procent van totaal aantal gereden kilometers'

Daar wordt aan gewerkt, laat Tiekstra weten: “In 2013 tekenden 48 partijen de Green Deal Autodelen waarin ze zich ten doel stelden dat in 2018 minstens 100.000 deelauto’s in Nederland zouden rondrijden. Daar zitten we nog lang niet, maar de laatste paar jaar zien we wel een sterke groei van het aantal inschrijvingen op ons platform. En dat is eigenlijk een veel belangrijker kengetal dan het aantal deelauto’s. Sinds 2015 zijn we van 35.000 naar 50.000 deelnemers gegaan, een stijging van 42 procent. Ook andere deelautoplatforms maken zo’n groei door. In juni, in aanloop naar het vervolg op de huidige Green Deal, hebben we als samenwerkende partijen aanbevelingen gedaan aan de rijksoverheid en gemeenten om autodelen verder te stimuleren. We hoeven geen subsidie, maar zolang we in sommige steden nog drie maanden moeten wachten op een vergunning voor een standplaats en daar ook nog fors voor moeten betalen, bevordert dat de snelheid niet. Het zou al helpen als gemeenten autodelen opnemen in hun mobiliteitsbeleid en nadenken over een goede dekking. Want we weten dat bij autodelen aanbod ook de vraag stimuleert. En steeds meer mensen staan ervoor open. Het totale aantal auto’s zou misschien wel met een miljoen kunnen afnemen over 10 of 20 jaar.”

Hotel of Airbnb?

Of huizendelen à la Airbnb ook bijdragen aan het milieu, valt nog te bezien. In elk geval geldt dat toerisme de enige sector is waar delen een aanzienlijk marktaandeel heeft. Airbnb alleen is goed voor 4,7 procent van alle accommodatietransacties in de EU; in absolute getallen gaat dat om 27,8 miljoen gasten. In een eigen milieueffectrapportage vermeldt het bedrijf dat een Airbnb-gast 63 tot 78 procent minder energie verbruikt, 12 tot 48 procent minder water en 61 tot 89 procent minder broeikasgassen uitstoot dan een gemiddelde hotelgast. Trinomics komt met minder rooskleurige cijfers: de milieueffecten van één overnachting in een Airbnb-woning zouden vergelijkbaar zijn met die van één overnachting in een lowbudgethotel. Wie twee nachten in een Airbnb-accommodatie verblijft, veroorzaakt daarmee dezelfde CO2-voetafdruk als met één nacht in een middenklassehotel.

De claim dat Airbnb zou leiden tot minder aanbouw van nieuwe hotels en daarmee tot energie- en materiaalbesparing, behoeft ook nog nader onderzoek. Ondertussen eist het platform zijn tol op de leefbaarheid van met name grote steden: het stormachtig groeiende platform zou hier leiden tot overlast, stijgende huizenprijzen en belastingontwijking. Het positieve sentiment van de eerste jaren is dan ook in een mum van tijd gekanteld. Frenken: “Amsterdam heeft er daarom in overleg met Airbnb voor gekozen om Amsterdammers toe te staan hun huis maximaal 60 dagen per jaar te verhuren, aan maximaal vier personen tegelijk, met brandmelders in het huis en alleen met toestemming van de VVE. Met deze beleidsinnovatie heeft Amsterdam – als eerste stad in de wereld – de verhuur van de eigen woning op een slimme manier willen reguleren.”

Besparen leidt tot meer consumptie

Het is dus niet alleen maar goud wat er blinkt. “Daar komt bij dat de positieve milieueffecten van de deeleconomie voor een deel teniet gedaan worden door het zogeheten reboundeffect”, betoogt Frenken. “Dat houdt in dat besparingen vanzelf leiden tot meer bestedingen. Denk aan huizendelen: als vakanties goedkoper worden vanwege Airbnb, ga je vaker op vakantie, vaker met het vliegtuig, en stoot je weer meer CO2 uit. Andersom houd je geld over voor een extra vakantie of een extra auto als je je huis een paar weken per jaar verhuurt. Kortom: de milieueffecten mogen dan positief zijn, we moeten ze zeker niet overschatten.”

'Besparingen leiden vanzelf tot meer bestedingen'

Toch voorziet Daan Weddepohl een gouden toekomst voor de deeleconomie: “Het huidige delen is een transitiemodel. Ik denk dat de deeleconomie in veel gevallen een opmaat kan betekenen naar een circulaire economie waarbij we producten gebruiken als dienst. Waarbij we niet meer eenmalig afrekenen bij de kassa voor een boor of een lamp, maar betalen per gat dat geboord wordt of per lichtuur. Dat geeft fabrikanten een impuls om betere producten te maken die jaren meegaan. Wij merken nu al dat mensen die veel uitlenen of verhuren, beter inzicht krijgen in de levensduur van producten. En dit ook meenemen in hun aankoopbeslissingen. Mijn doel is dat delen uiteindelijk mainstream wordt en wezenlijk bijdraagt aan het terugdringen van verspilling. Nu leven we alsof we elke dag een lopend buffet voorgeschoteld krijgen waarvan we 95 procent laten staan. Als ik naar buiten kijk, zie ik zó 200 fietsen stilstaan. We moeten toe naar een vorm van consumeren die houdbaar is. Dan kunnen we een rijk leven blijven leiden in plaats van dat we straks oorlog voeren over de laatste restjes grondstoffen. Delen helpt daarbij.”

Foto: Adoe Stock