06-06-2019 14:02 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

BlueCity in Rotterdam is in dik vijf jaar tijd uitgegroeid tot een circulaire hotspot van formaat. In het voormalige subtropisch zwemparadijs Tropicana leveren meer dan dertig startups hun bijdrage aan de circulaire economie. Het pionierende karakter van de ondernemers in BlueCity heeft steeds nadrukkelijker een aanzuigende werking op grote bedrijven.

Afgelopen week presenteerden Engie, ABB, Technische Unie en Legrand samen met BlueCity nieuwe circulaire producten die binnen twee jaar de markt op kunnen: circulaire noodverlichting en elektrische infrastructuur ‘as a service’.

De presentatie van de circulaire prototypes is het resultaat van een 150 dagen durend traject, genaamd Living Lab Bouwstof. Bart van der Zande van BlueCity is een van de initiatiefnemers van dit Living Lab. “De circulaire economie is een onderwerp waar we met zijn allen enorm inspirerend en theoretisch over kunnen vertellen, maar de volgende stap is om het ook daadwerkelijk te doen”, aldus Van der Zande. “In de praktijk merk je pas waar je tegenaan loopt, wat de problemen zijn, waar de kansen liggen en hoe je daar slimme oplossingen voor vindt.”

BlueCity biedt circulaire inspiratie

In BlueCity vinden de grote bedrijven de juiste inspiratie om met circulariteit aan de slag te gaan. In het voormalige Tropicana vestigden zich sinds 2013 de eerste circulaire pioniers van de stad. Dat begon met een bedrijfje dat oesterzwammen kweekt op koffiedrab, gevolgd door een pop-up restaurant, een lokale brouwerij en een houtwerkplaats. Nog meer ondernemers sloten aan, Gunter Pauli, grondlegger van het gedachtegoed van de blauwe economie kwam op bezoek en BlueCity groeide uit tot een serieuze hub, compleet met eventlocatie en programmering.

Lees ook: Holland Circular Hotspot: circulaire economie als exportproduct

“Dat ondernemende karakter van de kleine bedrijven blijft de kracht”, stelt Bart van der Zande. “Daarnaast zoeken ook de grotere bedrijven BlueCity op. Er is een groeiende welwillendheid om met circulariteit aan de slag te gaan. Omdat het wordt gevraagd in de markt. Omdat bedrijven zich ermee willen onderscheiden. Of omdat ze inzien dat het keihard nodig is.” Met het Living Lab Bouwstof biedt BlueCity een antwoord op die groeiende behoefte door ze te helpen echt aan de slag te gaan. Binnen een afgesproken tijd, 150 dagen, wordt toegewerkt naar een concrete circulaire propositie.

Circulaire noodverlichting

Op initiatief van BlueCity en partner Engie startten Engie, ABB en Technische Unie een Living Lab waarin werd gewerkt aan circulaire noodverlichting. Gerben Achterberg nam namens ABB deel aan het Living Lab. “Het gaat eigenlijk niet zozeer om het product op zich”, nuanceert hij, “maar om het gebruik van de circulaire noodverlichting.” Want als het aan deze bedrijven ligt, wordt de noodverlichting aangeboden als een dienst: veilig vluchten ‘as a service’. Het product wordt niet meer verkocht aan de klant, maar blijft eigendom van de ontwikkelaar, leverancier en technisch dienstverlener. Zij zorgen voor de levering, de installatie, het onderhoud en de retourstromen.

Het service-principe vraagt om een goede samenwerking tussen de verschillende partijen in de keten. ABB ontwikkelt producten, Technische Unie is de logistieke partner en Engie de technisch dienstverlener. Ariane van Dijk was namens Technische Unie betrokken bij het Living Lab Bouwstof: “In de samenwerking zit de meerwaarde. Wanneer zie je nu drie ketenpartijen zo intensief samenwerken aan een gezamenlijke propositie? Dat is best bijzonder. Het traject heeft enorm veel plezier en enthousiasme opgeleverd. Mensen raakten geïnteresseerd in elkaars werk. We leerden elkaars organisaties en werkprocessen kennen en de daarbij horende belangen en obstakels. Dat werkt stimulerend en constructief.”

Legrand, specialist in elektrische infrastructuur, nam ook deel aan het Living Lab Bouwstof. Dit bedrijf koos ervoor om met de inspiratie en begeleiding van BlueCity een circulaire propositie te ontwikkelen voor een busbar. Dit is een spanningsrail in een gebouw waarvandaan op een eenvoudige manier stroompunten kunnen worden afgetakt, door gebruik te maken van aftakkasten.

Circulaire eigenschappen

Door het ‘as a service’-principe ontstaat de kans om de levensduur van de producten te verlengen, bijvoorbeeld door onderdelen alleen te vervangen wanneer dat nodig is. En de materialen terug te nemen en te hergebruiken. “Negentig procent van de busbars is nog prima te gebruiken als een gebouw wordt gesloopt. Die kunnen zo weer ons magazijn in. Die overige tien procent kunnen we repareren of refurbishen”, aldus Lion Van Nuenen. Volgens Gerben Achterberg is hergebruik van materialen nog redelijk nieuw in de installatiebranche. “In de interieursector worden vaker materialen gerecycled. Maar deze branche is voornamelijk nog gericht op het verkopen van nieuwe producten.”

Volgens Van Dijk van Technische Unie vraagt het ‘as a service’-principe veel van de rol van een logistieke dienstverlener. “We gaan ook retourstromen op gang brengen. Dat betekent: niet langer alleen maar van A naar B, maar ook terug én naar andere diensten, zoals een overslagpunt of een tussenstation met specialisten die producten kunnen ‘refurbishen’ of recyclen.”

Bij het ontwikkelen van een circulaire propositie is het belangrijk dat een product zich ervoor leent. “We kozen de busbar, onder andere omdat het relatief eenvoudig te demonteren is”, vertelt Lion van Nuenen. Diezelfde eigenschappen heeft de noodverlichting. Gerben Achterberg: “Een armatuur bestaat uit een behuizing, printplaat, een lichtbron en een batterij. Elementen van het product zijn eenvoudig te vervangen of te vernieuwen. Het wordt anders wanneer componenten ingewikkeld zijn verlijmd.”

Strategische sessies als start

Nog voordat daadwerkelijk aan het prototype werd gesleuteld, startte Living Lab Bouwstof in BlueCity met een aantal strategische sessies. Hierbij schoven de beslissers van de bedrijven aan tafel. “Een cruciale eerste stap”, weet Lion van Nuenen van Legrand. “Je kunt in een hoekje van je bedrijf wel ‘even lekker gaan innoveren’, maar als je verder niemand binnen je organisatie meekrijgt, dan is het verloren tijd.”

Daarna volgden de designsprints van een week waarin de deelnemers hun productideeën verder brachten en testten bij potentiële klanten. “Klanten zijn kritisch op greenwashing”, ervoer Van Nuenen. “Ze zijn in het verleden overspoeld met icoontjes en groene stickertjes. Je moet dus echt met een goede oplossing komen om ze enthousiast te maken.”

In beweging

Naast Van der Zande van BlueCity heeft Simone van Tongeren van Engie het Living Lab Bouwstof vormgegeven. Volgens Van Tongeren heeft de Living Lab methode goed gewerkt bij de deelnemende bedrijven: “Je merkt dat zo’n manier van werken mensen in beweging brengt”, stelt Simone van Tongeren. “En dat is ook nodig als we er beweging in willen houden.” Ze tempert de verwachtingen over de financiële businesscases. “Niet ieder product is meteen rendabel. In onze lineaire economie hebben we een optimum bereikt, waarbij we de werkprocessen heel efficiënt hebben ingericht. En we zeer efficiënt kunnen produceren. Maar de wereld verandert, en de economie ook. We hebben niet in een keer dat nieuwe optimum bereikt, daar zullen we opnieuw naartoe moeten groeien.”

Toch zijn zowel Legrand als Engie, ABB en Technische Unie hoopvol over de marktpotentie van de busbar en de noodverlichting. Achterberg van ABB: “Er zijn veel voordelen voor de klant. Die hoeft alleen te betalen voor het gebruik, hoeft geen voorinvestering te doen, heeft geen onderhoud en geen onvoorziene hoge kosten voor reparatie.” Ook bij klanten van Legrand valt het verhaal goed. “We nemen het serieus. We willen er binnen korte termijn twee tenders mee te winnen.”

Afgelopen maandag presenteerden de bedrijven hun circulaire proposities. Van Tongeren: “Het is nu zaak de producten verder te ontwikkelen zodat ze daadwerkelijk op de markt komen. Daarin moeten we streng blijven. Bij Engie investeren we veel in de ontwikkeling van duurzame innovaties. Het is niet een kwestie van gezellig innoveren. Aan producten die geen waarde bij de klant en Engie opleveren, hebben we niks.”

Het Living Lab Bouwstof van BlueCity krijgt een vervolg. Ook andere grotere bedrijven krijgen de kans om binnen de zwembadmuren en tussen de circulaire pioniers de weg naar een circulaire economie te versnellen. “Niet door erover te vertellen, maar door het te doen”, besluit Van der Zande.

AUTEUR: MATTHIJS TIMMERS, PARTNER DE DUURZAAMHEIDSRAPPORTEURS | Afbeelding in tekst: Mark Bolk, BlueCity | Hoofdafbeelding: Adobe Stock