25-05-2020 12:06 | Door: Rianne Lachmeijer

Een florerende, zichzelf vernieuwende en inclusieve stad zijn voor alle inwoners, met respect voor de planetaire grenzen. Dat is de ambitie die de stad Amsterdam midden in de coronacrisis presenteert. “Juist in tijden van crisis kan het heel erg helpen om na te denken over hoe je wil dat de stad uit de crisis komt”, zegt Marieke van Doorninck, wethouder ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid. Amsterdam ziet kansen in de circulaire economie met het economische model van econoom Kate Raworth als framework.

“De circulaire economie geeft ons eigenlijk heel veel instrumenten om uit een crisis te komen”, legt Marieke van Doorninck de keuze uit om juist nu haar duurzame strategie te lanceren. De wethouder ruimtelijke ontwikkeling en duurzaamheid vervolgt: “Ook al klinkt het misschien raar en staat ons hoofd er misschien niet naar, we gaan toch kijken hoe we op een duurzame manier uit deze crisis kunnen komen.” De transitie naar een circulaire economie biedt kansen voor de stad om sneller te herstellen van de gevolgen van de crisis. Zo wijst Van Doorninck op de werkgelegenheid die het oplevert om producten uit elkaar te halen, te herstellen of te recyclen. “Alles wat je ooit weggooide komt op een andere manier weer in een product terug.” Het einde van afval is de kern van de circulaire economie, stelt de Amsterdamse wethouder.

 Al voor de coronacrisis was Amsterdam druk bezig met de ontwikkeling van een circulaire strategie. Eind vorig jaar vond zij een partner in het Doughnut Economics Action Lab van Kate Raworth. De Engelse econoom lanceerde het donut-concept voor het eerst in 2012 en diepte het concept uit in haar boek Donuteconomie. Haar idee bleek razend populair. Zo sprak zij het Europees Parlement toe, zit zij met multinationals aan tafel en haar lezingen worden druk bezocht. Nergens is de aandacht zo groot als in Nederland, zei zij eerder. “Er is internationaal veel aandacht voor mijn boek, maar in geen enkel land ontmoet ik tegelijkertijd zo veel enthousiaste en boze mensen als in Nederland.”

Amsterdam is één van de steden die zo enthousiast is dat ze het donutmodel in de praktijk wil toepassen door het te koppelen aan haar circulaire strategie. Andere steden die ook onderzoeken hoe het donutmodel toe te passen zijn Portland en Philadelphia, maar Amsterdam is de eerste die het groot naar buiten brengt. “Ik denk dat dat met name te maken heeft met het feit dat Amsterdam zoveel lef heeft”, zegt Annerieke Douma, director global alliances and cities bij Circle Economy. Het sluit volgens haar aan bij het credo van Amsterdam: leren door te doen. Douma is degene die de gemeente Amsterdam aan het Doughnut Economics Action Lab van Raworth koppelde. Raworth denkt dat deze aankondiging niet op een beter moment had kunnen komen: “Mensen hebben grote behoefte aan een positieve visie.”

Amsterdam als eerste

De dames spreken elkaar tijdens een seminar georganiseerd door Pakhuis de Zwijger. Raworth belt in. Van Doorninck en Douma zijn fysiek aanwezig. Op de sprekers en de presentatrice na is de zaal leeg, maar digitaal schuiven er welgeteld zeshonderd mensen aan. Dat is bijna het dubbele van het aantal zitplaatsen in de grote zaal. Het toont aan dat de interesse groot is. Dat is niet verwonderlijk, gezien het feit dat het de eerste keer is dat een stad het model op deze wijze omarmt.

'We weten nog niet hoe we het moeten doen, want we hebben het nooit eerder gedaan'

“We weten nog niet hoe we het moeten doen, want we hebben het nooit eerder gedaan”, zegt Raworth, maar zij benadrukt de noodzaak ervan. “Alleen wanneer het ons lukt om binnen de mogelijkheden van de planeet te kunnen voorzien in de behoeften van iedereen lukt het ons om als mensheid te floreren.” Een Amsterdammer die virtueel vraagt om tips antwoordt ze: “De donut start hem niet, maar reflecteert de transitie die al plaatsvindt. Ik geloof stellig dat de economie van de 21ste eeuw eerst wordt gepraktiseerd en pas dan getheoretiseerd.”

Ondanks het ontbreken van een helder stappenplan heeft de gemeente Amsterdam wel degelijk iets aan het model. “Wat het ons heel erg brengt, is een kader waarmee we kunnen werken”, legt Van Doorninck uit. Zij stelt dat het idee van de circulaire economie een heleboel mensen aanspreekt en dat het verder gaat dan de overstap van nieuwe grondstoffen naar hergebruik van materialen en producten. We moeten naar een heel nieuw systeem waarbij we op een andere manier consumeren, met een positieve impact op de mens en het milieu. “Als je alleen maar naar circulair zou kijken en primaire grondstoffen die op een nieuwe plek gedolven worden gaat vervangen door secundaire grondstoffen die je uit afval haalt, dan vervang je het een voor het ander. Terwijl als je echt anders wil kijken naar consumeren en produceren dan heb je een groter verhaal nodig. Dan is de donuteconomie heel erg aansprekend.”

De stad als donut

In hoeverre is het mogelijk om een stad als donut te benaderen? “Die vraag hebben we onszelf natuurlijk ook onmiddellijk gesteld toen we het gesprek met Kate hadden”, zegt Douma van Circle Economy. Het probleem is dat er een imaginaire grens om een stuk grond wordt gelegd, terwijl mensen in een geglobaliseerde wereld opereren. Toch ziet Douma voordelen in het toepassen van het donutmodel op de stad, omdat het effect van wat men in de stad produceert of consumeert op mensen en economieën elders er duidelijker mee wordt. “En dat betekent dat je eigenlijk wel allerlei mechanismes en instrumenten hebt om te gaan sturen.”

Lees ook: De Donuteconomie in zeven stappen

Van visie naar actie

Om de ontwikkeling naar een donut-stad in te zetten, ontwikkelde Amsterdam haar vijfjarige circulaire strategie op basis van het donutmodel. Deze is vastgelegd in het document: ‘De stadsdonut voor Amsterdam; een instrument voor verandering’. Een florerende, zichzelf vernieuwende en inclusieve stad zijn voor alle inwoners, met respect voor de planetaire grenzen. Dat is het doel van Amsterdam. Om daar te komen, is allereerst nodig te weten hoe de stad ervoor staat. In het eerder genoemde document onderzocht Amsterdam hoe het leven in de stad gevolgen heeft op het sociaal en ecologisch vlak, lokaal en mondiaal.

'Nu al creëert het een buitengewone golf van inspiratie'

Vervolgens gaat het erom de negatieve impact te verminderen en de positieve te vergroten. Van Doorninck benadrukt dat het erom gaat om in te zetten op de zaken waar Amsterdam ook echt invloed op heeft. Op basis daarvan besloot de stad te focussen op drie thema’s: bouw, biomassa en voedsel en consumptiegoederen. Voor deze drie richtingen noteerde Amsterdam bepaalde subdoelen, maar daarvan is nog niet altijd duidelijk hoe de stad die wil bereiken. Dat geldt bijvoorbeeld voor het eerste subdoel dat onder consumptiegoederen valt: voorkom overconsumptie en minimaliseer het gebruik van consumptiegoederen. Bij andere subdoelen is het duidelijker. Zo geeft de stad bouwgrond in tenders uit, waardoor zij bijvoorbeeld eisen kan stellen op het gebied van materiaalgebruik. Zo kan de stad het gebruik van biobased materialen verplichten. “We hopen dat er steeds meer met hout gebouwd gaat worden”, zegt Van Doorninck.

Zij benadrukt dat Amsterdam niet denkt de problemen in haar eentje te kunnen oplossen. “Ik heb ook echt nog wel een lobbylijstje, zowel voor Den Haag als voor Brussel om dit echt goed te kunnen doen. Maar dit zijn de zaken waar we impact kunnen maken. Het zijn de zaken waar we gewoon zelf mee aan de slag kunnen. Daarom hebben we deze thema’s gekozen.” Eén van de dingen die op haar lobbylijstje staat is belasting op materialen in plaats van op arbeid. “Dan gaat het echt lonen om te laten zien dat afval een grondstof is.”

Ondanks dat Amsterdam pas net start, ziet Raworth nu al enthousiaste reacties. Dat stemt haar positief. “Welke transformatie dit ook veroorzaakt in Amsterdam, en ik denk dat het veel zal opleveren, nu al creëert het een buitengewone golf van inspiratie en opwinding op veel andere plekken in de wereld.”

Lees ook: Amsterdam lanceert eigen Klimaatakkoord: ‘We gaan niet wachten op Den Haag’

Vandaag is de dag om de verandering te starten

Raworth blijft erbij dat er geen beter moment dan nu is om de verandering naar de circulaire economie in te zetten. “Het is onlogisch om na de crisis te zeggen: laten we teruggaan naar normaal. Of om zelfs te zeggen: laten we herstellen, want datgene wat er was bestaat niet meer en we weten al dat we ergens anders naartoe willen. Ik beschouw dit als een buitengewoon moment. Zodra de lockdowns worden opgeheven en we beginnen met de wederopbouw dan moet het over vernieuwing gaan. Laten we dit moment gebruiken om de verandering in te zetten naar de economieën waarvan we al weten dat we ze willen bereiken: circulaire economieën.”

Bekijk het webinar van Pakhuis de Zwijger in onderstaande YouTube-video.

Dit artikel maakt onderdeel uit van de themamaand Metropool en Mobiliteit. Lees ook eerder verschenen artikelen:

Afbeelding: Adobe Stock