19-08-2020 12:35 | Door: Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl

Nederland ziet zichzelf graag als de toekomstige “waterstofrotonde” van  Noordwest-Europa. Maar ons land dreigt te worden ingehaald door landen als Duitsland, Frankrijk en Spanje, zeggen diverse betrokkenen. Die landen stellen meer geld beschikbaar voor hun waterstofambities dan Nederland. “Duitsland maakt echte keuzes. Wij willen het vooral goedkoop houden.”

Tekst: Karel Beckman

Als het aan de EU ligt wordt waterstof één van de pijlers van de energievoorziening. De Europese Commissie wil dat er in 2030 in de EU 40 gigawatt aan electrolyse-capaciteit draait, zo blijkt uit de in juli gepresenteerde Europese waterstofstrategie. Dit terwijl de grootste electrolysers die nu worden gebouwd niet groter zijn dan 20 megawatt. In 2050 zal naar verwachting 60% van de energievraag worden gedekt door “moleculen”, met name waterstof, want aardgas moet dan zijn uitgefaseerd. 

Nederland steunt deze ambities volop. De regering presenteerde op 30 maart 2020 een “Kabinetsvisie waterstof” die stelt dat Nederland met zijn industriële clusters, havens en gasinfrastructuur een “unieke uitgangspositie” heeft om een “spil” te worden in de nieuwe internationale waterstofeconomie. “Inzet op duurzame waterstof in Nederland schept nieuwe banen, verbetert de luchtkwaliteit en is essentieel voor de energietransitie,” schrijft het kabinet. Al eerder, in het Klimaatakkoord uit juni 2019, was afgesproken dat er in Nederland in 2030 4 GW aan electrolysers moet staan.

Realiteit van waterstof in Nederland

De realiteit is echter dat er op dit moment pas één klein waterstoffabriekje staat in Nederland, met een capaciteit van slechts 1 megawatt: de Hystock installatie van Gasunie bij Veendam die vorig jaar door Koning Willem Alexander is geopend. 

Lees ook onze reportage over de opening van waterstoffabriek HyStock

Plannen voor nieuwe projecten zijn er genoeg, daar niet van. Nouryon en Gasunie gaan zo goed als zeker een 20 megawatt electrolyser bouwen in Delfzijl, Djewels. Die zou in 2022 klaar moeten zijn en zou dan een van de grootste ter wereld zijn. In mei 2020 maakte Shell bekend een tien keer zo grote installatie, van 200 megawatt, te willen bouwen op de Tweede Maasvlakte. Die moet gaan worden gevoed door elektriciteit van de offshore windparken van Shell in de Noordzee. 

Eerder, in februari, kwamen Shell, Gasunie en Groningen Seaports met een nog ambitieuzer plan, NortH2, dat voorziet in de bouw in Groningen van een electrolyse-installatie van 4 gigawatt in 2030, die van stroom moet worden voorzien door 4 gigawatt aan nieuwe windturbines in de Noordzee, uit te breiden tot 10 GW in 2040. 

Blauwe waterstof in Rotterdam

Dan is er nog H-Vision, een project in Rotterdam van onder meer BP, Shell, ExxonMobil, Uniper en Gasunie, waarbij raffinaderijgassen worden omgezet in waterstof in een fabriek van 750 MW. De CO2 die daarbij vrijkomt moet worden afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden in de Noordzee (dat deel van het project heet Porthos).

Gasunie werkt daarnaast nog aan de bouw van een landelijk waterstofnetwerk, dat deel uit moet gaan maken van een Europees pijpleidingenstelsel. Uit recent onderzoek van 10 Europese gasnetwerkbeheerders, waaronder die in Duitsland, België en Frankrijk, verenigd in het consortium Gas for Climate, blijkt dat zo’n European hydrogen backbone zowel technologisch als economisch heel goed te realiseren is.

Lees ook: Waterstof krijgt lokale toepassing in industrie Groningen

Overheidssteun voor waterstof

Toch is er nog een probleem: voor geen enkele van deze grootse plannen is een definitieve investeringsbeslissing genomen. De verklaring daarvoor is simpel. Groene waterstof is nog lang niet concurrerend. De investeerders zullen het niet met zoveel woorden zeggen, maar waar ze op wachten is steun van de overheid. Er moet geld op tafel komen.

Daar zit hem de kneep. Terwijl de Duitse regering onlangs aankondigde €9 miljard te gaan investeren in de bouw van electrolysers, en ook in landen als Frankrijk en Spanje wordt gesproken over miljardeninvesteringen, blijft Nederland achter. In de Kabinetsvisie Waterstof kondigt de regering een steunregeling aan voor groene waterstof van €35 miljoen per jaar. Daarnaast kunnen projecten gebruik maken van steun binnen de Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatieregeling (DEI+) en SDE++. Dat steekt vooralsnog bleekjes af bij de €9 mrd van Duitsland.

Dat vindt bijvoorbeeld energie-expert Coby van der Linde, directeur van het Clingendael International Energy Programme (CIEP). Zij stelt ronduit dat Nederland meer zou moeten doen. “De plannen zijn er, maar het budget om een goede start te maken ontbreekt. Ik vind dat we Duitsland zouden moeten matchen door €2 tot €3 miljard te investeren. Dit is nodig om ervoor te zorgen dat we volop mee kunnen doen en kans maken om een knooppunt te worden van waterstof.” 

Volgens Van der Linde “is het zeker niet vanzelfsprekend dat de grote waterstofstromen via Nederland gaan lopen. Als Duitsland gaat bouwen en handelen, hoeft dat niet via Rotterdam te gaan.” De €35 miljoen die het kabinet heeft vrijgemaakt is voor pilots, maar er moet veel meer gebeuren. “De ombouw van het gasnetwerk, een blauwe-waterstoffabriek in combinatie met CCS die je als transitie nodig hebt, een enorme opschaling van electrolyse-capaciteit. We moeten groter denken.”

Lees ook: Waterstof voor vrachtwagens in Rotterdamse haven

Deltawerken voor waterstof

Faiza Oulahsen, hoofd Klimaat en Energie bij Greenpeace Nederland, is het van harte eens met de oproep om meer investeringen, maar dan wel alleen in groene waterstof, zoals Duitsland dat doet. “Je ziet dat Duitsland echt een keuze maakt om te investeren in groene waterstof. Zij hebben een duidelijke visie waar ze naartoe willen. Dat ontbreekt hier. Wij willen het vooral goedkoop houden.” Alleen bij de Deltawerken en na het ontdekken van de Groningse gasbel heeft Nederland visie getoond, zegt Oulahsen. “Dat zijn uitzonderingen gebleven.”

Greenpeace is initiator van de Groene Waterstofcoalitie, waar 27 uiteenlopende organisaties deel van uitmaken, waaronder bedrijven als Gasunie, Nouryon, Yara, Vattenfall, Enexis, Stedin, Stork en Engie, milieuorganisaties als Natuur en Milieu en de Natuur- en Milieufederaties, de havens van Rotterdam en Amsterdam en TU Delft. Oulahsen: “Wij hebben met deze coalitie al meerdere malen het kabinet opgeroepen om meer aan waterstof te doen.”

Volgens Oulahsen heeft Nederland alles in huis om uit te groeien tot waterstof-hub. “Het is een perfecte speeltuin qua innovatie, techniek, ligging, infrastructuur. Bovendien kunnen we niet om groene waterstof heen als we de economie willen verduurzamen. En het levert banen op.” Zij vreest dat diverse investeringsbesluiten die nu op tafel liggen negatief zullen uitvallen als de overheid niet het voortouw neemt.

De €35 miljoen die de regering nu heeft vrijgemaakt is vooral bedoeld voor R&D, zegt Oulahsen, maar daar zit het probleem niet. “Het gaat nu om opschalen en uitrollen. Die electrolysers stampen zichzelf niet uit de grond. Als je Nederland een belangrijke speler wil maken op dit gebied, dan moet je denken aan substantieel hogere bedragen.” 

Groen Herstelfonds

Ook in de haven van Rotterdam wordt met spanning gewacht op besluiten van het kabinet over waterstofsteun, zegt Nico van Dooren, Director New Business Development van Havenbedrijf Rotterdam. In het kader van het Groene Herstelfonds heeft het Havenbedrijf onlangs bij het kabinet – onder de naam Startmotor – een pakket aan projecten ingediend, die zowel de economie als de duurzaamheid stimuleren en daarom financiële steun verdienen, vertelt Van Dooren.

Een ervan is een waterstofpijpleiding die het Havenbedrijf samen met Gasunie wil aanleggen in het havengebied, bedoeld voor transport van de groene waterstof die Shell wil produceren op de Tweede Maasvlakte, maar ook onder meer voor de “blauwe” waterstof die in de toekomst binnen H-Vision zal gaan worden geproduceerd. “Het moet een open netwerk worden waarop iedereen zich kan aansluiten,” zegt Van Dooren. Uiteindelijk moet de pijpleiding deel uit gaan maken van het landelijke en internationale netwerk dat Gasunie wil gaan bouwen.

Ook voor dit project echter is financiële steun onontbeerlijk, zegt Van Dooren. “Er zit een onrendabele top op. Het is heel lastig om deze investering terug te verdienen.” Hij voegt eraan toe dat zowel de investeringsbeslissing voor de waterstofpijpleiding als voor de 200 MW electrolyser van Shell in de eerste helft van 2021 worden genomen. 

Elektrisch rijden

Volgens Van Dooren is het “van wezenlijk belang” dat het Rijk een rol speelt bij het opstarten van dit soort transitieprojecten. “Dat heb je ook bij duurzame energie gezien. En je ziet het bij elektrisch rijden. Zo’n Groen Herstelfonds kan een goede start zijn voor waterstof.” 

Volgens René Schutte, programmamanager waterstof van Gasunie, heeft Nederland een unieke uitgangspositie voor de grootschalige uitrol en toepassing van klimaatneutrale waterstof. “We verkeren als Nederland in een bijzondere positie dat we op de Noordzee grote hoeveelheden windenergie kunnen oogsten, hoeveelheden die ook internationaal van belang zijn. Die windenergie kan je omzetten in waterstof. Achter de dijken liggen industriële clusters die het nodig hebben. En we hebben al een volledig ontwikkelde, bruikbare, bestaande gasinfrastructuur tot onze beschikking. Als we nu onze kans pakken om Nederland goed te positioneren, door gezamenlijk de krachten te bundelen en werk te maken van een nationale ketenopschaling, kunnen we van Nederland de waterstof-gateway naar Europa maken.”

Lees ook: Waterstof moet groot worden in een duurzame toekomst, en dus zet Europa er vol op in

Beeld: Adobe Stock/Gasunie