06-10-2020 15:22 | Door: Marc Seijlhouwer

Yara, een kunstmestproducent met een fabriek in Sluiskil, wil samen met energiebedrijf Ørsted een grote waterstoffabriek bouwen. Deze maakt met groene stroom, afkomstig van wind op zee, waterstof. Yara gebruikt de waterstof vervolgens om duurzamere kunstmest te maken. De fabriek moet uiterlijk in 2025 af zijn, mits er genoeg subsidie beschikbaar is.

De plannen van de twee Scandinavische bedrijven (Yara is Noors, Ørsted is Deens) werden deze week bekend. De windparken Borssele 1 & 2 hebben samen een capaciteit van 750 megawatt. 100 daarvan gaan straks naar een waterstoffabriek. Die levert groene waterstof, die van stikstof ammoniak gaat maken. Yara kan dat vervolgens gebruiken als grondstof voor kunstmest, of direct verkopen als scheepsbrandstof.

Nederland gebruikt veel waterstof

Onlangs bleek uit een onderzoek van TNO dat Nederland meer waterstof gebruikt dan gedacht. Het grootste deel ervan is nodig voor de kunstmestproductie. Nu gebruikt deze sector waterstof uit aardgas en water, waarbij CO2 vrijkomt. Hoewel een deel van die CO2 weer nodig is voor de productie van kunstmest, gaat er bij Yara bijvoorbeeld nog 800.000 ton zuivere CO2 de lucht in. “Dus als we groene waterstof hebben, waarbij geen CO2 ontstaat, kunnen we de CO2 die nu de lucht in gaat gebruiken. Dan wordt de totale uitstoot steeds lager”, vertelt Gijsbrecht Gunter van Yara Sluiskil.

De fabriek zou een van de grootste van Nederland worden als hij er komt. Het voordeel is dat de windparken die de groene stroom moeten leveren er al zijn. Gunter: “We hebben een afspraak met Ørsted dat zij ons altijd groene stroom leveren. Het zal dus niet voorkomen dat er op momenten grijze stroom in de waterstofmaker gaat.”

Lees ook: Groene waterstof geeft Groningen een toekomst

Toch is het nog niet zeker dat dit project van start gaat. “We doen al diepgaand onderzoek om het technisch allemaal klaar te krijgen. Maar waterstof uit groene stroom is aanzienlijk duurder dan grijze waterstof, en voor dat verschil hebben we subsidie nodig.” Of die subsidie er komt is nog onduidelijk. De regering heeft de ambitie om een waterstofeconomie op te zetten in Nederland, en daar is dit soort projecten voor nodig.

Lees ook: Nederlandse waterstof gefnuikt door Brussel, maar ons eigen subsidiesysteem rammelt ook

CO2-heffing

Het is voor Yara van belang om de bedrijfsvoering groener te maken. Nu is kunstmestproductie een van de grootste vervuilers. Ook de waterstoffabriek, die op jaarbasis voor 100.000 ton minder CO2 zorgt, brengt daar weinig verandering in; het is maar een paar procent van de uitstoot van het bedrijf. Maar zowel Europa als Nederland komen met strengere heffingen voor CO2-uitstoot. Yara gaat die heffingen voelen als het niet op tijd een manier vindt om groener te worden. Overigens zorgt die CO2-heffing wel voor perverse prikkels, volgens Gunter: “Als je CO2 onder de grond opslaat, telt het niet mee voor het emissiehandelssysteem. Maar als je de CO2 gebruikt, bijvoorbeeld bij kunstmestproductie of door het te leveren aan glastuinbouw, telt het wel als uitstoot en moet je betalen. Dan loont opslaan dus meer dan nuttig gebruiken.”

Eind 2021 of begin 2022 maken Ørsted en Yara de definitieve beslissing over het waterstofproject. Daarmee komt het op een lange lijst te staan van goede voornemens over duurzame waterstof. Van een elektrolyser in de haven van Rotterdam tot een gigaproject in Groningen; overal in Nederland hebben bedrijven goede voornemens. Hoeveel hiervan uiteindelijk tot wasdom komt, ligt voor een belangrijk deel aan de subsidies van Europa en de Nederlandse staat.

Lees ook: In deze windturbine wordt de stroom direct omgezet in waterstof

Bron & Beeld: Yara